Staat eist harde saneringen; Verlies van 1,5 mld gulden voor Crédit Lyonnais

PARIJS, 28 SEP. Crédit Lyonnais, de grootste bank van Europa, heeft over het eerste halfjaar een verlies geleden van 4,5 miljard franc (1,5 miljard gulden).

Voor het hele jaar 1994 wordt een verlies verwacht dat niet hoger zal zijn dan de 6,9 miljard franc die vorig jaar werd verloren. Grootaandeelhouder de Franse staat zal zo nodig opnieuw bijspringen, maar eist vergaande saneringsmaatregelen.

De halfjaarcijfers werden gisteren met vertraging bekend gemaakt nadat de bank vorig week op het laatste moment de publikatie had moeten uitstellen. Dat gaf toen aanleiding tot speculaties over extra tegenslagen en onenigheid met de minister van financiën, die de staatsbank dit voorjaar al had bijgestaan met een kapitaalinjectie van 4,9 miljard franc. De beurskoers zakte daarop enige procenten.

Over de reden tot vertraging wilde president-directeur Jean Peyrelevade gisteren niet meer zeggen dan dat men vorige week niet kon overgaan tot vaststelling van de halfjaarcijfers.

Duidelijk is geworden dat de al bekende risicoposten zwaarder getaxeerd moesten worden dan voorzien. De bank reserveerde opnieuw 10,1 miljard franc voor financiële tegenslagen, waarmee het bedrijfsresultaat van 5,5 miljard franc geheel werd weggevaagd.

De tegenvallers komen voort uit de problemen die Peyrelevade vorig jaar erfde van zijn voorganger. De risico's zijn verbonden aan de desastreuze gang van zaken bij de investeringsbanken Altus en SDBO, de onroerend goed-portefeuille en de filminvesteringen in MGM (via de Nederlandse dochter Credit Lyonnais Bank Nederland) maakten een zwaardere reservering noodzakelijk.

Ook de gewone bankzaken leverden een teruggang van de exploitatiecijfers op met 4,2 procent, “maar wij hebben niet zwaarder geleden onder de conjunctuur dan onze concurrenten”, aldus Peyrelevade. Hij wilde niet ingaan op speculaties van de laatste dagen als zou hij grootscheeps moeten snoeien in zijn buitenlandse dochterondernemingen. Crédit Lyonnais zal wel afscheid nemen van branchevreemde activiteiten, maar de meeste zijn zo nodig al vergaand afgeschreven, waardoor verkoop geen substantiële verbetering van de balans ten gevolge zal hebben.