Regisseur Ab van Ieperen distantieert zich van korte versie; 'De nietsnut' toch vertoond

UTRECHT, 28 SEPT. De nieuwste Nederlandse speelfilm, die gisteravond in de Utrechtse bioscoop City voor het eerst in het openbaar werd vertoond, is al twee jaar geleden gemaakt en vormde sindsdien het lijdend voorwerp van een pijnlijk gevecht tussen regisseur en producent. Zelfs over de titel bestaat onenigheid: regisseur Ab van Ieperen vond dat zijn film Identikit moest heten, maar producent Shooting Star heeft er De nietsnut van gemaakt. Van Ieperen was dan ook narrig thuisgebleven, terwijl zo'n tachtig belangstellenden het moesten stellen met de smoezelige projectie van een videokopie - niet de producent had de film ingezonden, maar de mee-financierende NOS.

In elk geval was de titelkaart aan het begin duidelijk te lezen: het betreft hier “een bewerking van de film Identikit, gebaseerd op een scenario van Frans Kellendonk en Ab van Ieperen” en de “artistieke verantwoordelijkheid voor samenstelling en afwerking” ligt bij Shooting Star. Alleen op de oorspronkelijke titelrol, die intact is gebleven, staat nog dat Ab van Ieperen de regisseur is.

Toen in 1992 de opnamen voor de film waren voltooid, maakte Van Ieperen een eerste montage die ruimschoots langer was dan twee uur. De producent achtte zich echter gebonden aan een contract met de NOS voor een film van anderhalf uur en meende bovendien uit de eerste reacties van het bioscoopbedrijf op te maken dat ook daar voorkeur bestond voor zo'n kortere versie. Vervolgens ontstond er een kluwen van wederzijdse beschuldigingen van contractbreuk, vervalste handtekeningen en andere onaangenaamheden. Toen de werkrelatie onherstelbaar verstoord leek te zijn, maakte Shooting Star zelf een montage van 90 minuten. Van Ieperen spande vorig jaar nog een kort geding aan tegen de producent, maar verloor.

“Ik heb hun montage twee keer gezien,” verklaart de regisseur zijn afwezigheid in Utrecht, “en dat was genoeg. Mijn masochisme kent grenzen. Het enige waar het mij nu nog om gaat, is dat ik op deze film niet word aangesproken. Dit is mijn film niet meer.”

De nietsnut blijkt allerminst het misbaksel te zijn, dat men na zulke woorden verwacht. Het drama van de zoon die vergeefs op zoek gaat naar de diepere achtergronden van zijn vermoorde vader, krijgt gestalte door imposante acteerprestaties van Willem Nijholt en Pierre Bokma. Het is alleen, bij zo'n conflictueuze voorgeschiedenis, niet meer doenlijk te bepalen wie de moeizame aanloop en de hiaten in de rest van het verhaal op zijn geweten heeft. Van de Kellendonkse ontwikkeling waarin de zoon zichzelf angstig veel trekken van zijn vader zag krijgen (“het werd, al met al, volstrekt onduidelijk waar hij ophield en ikzelf begon”) is weinig meer terug te zien. Wim Odé van de NOS vindt echter dat in deze versie “meer de essentie van het boek” bewaard is gebleven dan in de eerste montage van de regisseur.

En hoe nu verder? Eén ding staat vast: De nietsnut wordt in december uitgezonden. De omroepbegroting eist dat uitgaven die voor een bepaald boekjaar op de begroting staan, vóór het eind van dat jaar door uitzending worden verzilverd. Of de film voordien nog een theaterroulement krijgt, zoals de bedoeling was, is onzeker.