Pawlak is niet de lokomotief die Polen zo hard nodig heeft

WARSCHAU, 28 SEPT. Een jaar na het aantreden van de linkse regering van premier Waldemar Pawlak zit Polen politiek op dood spoor. Economisch gaat het de Polen niet slecht, op sommige punten, zoals de economische groei, het algemene levenspeil en de exportgroei, gaat het zelfs de goede kant uit. Maar de credit daarvoor komt eerder Pawlaks centrum-rechtse voorgangers toe dan de nieuwe coalitie van ex-communisten en de Boerenpartij PSL die door Pawlak wordt aangevoerd. Pawlak, zo vinden velen in Polen, doet weinig anders dan hervormingen van hun zin beroven, afremmen of stilleggen.

Lech Walesa zegt het. De oppositie zegt het ook, vanzelfsprekend. Maar ook waarnemers en de voltallige Poolse media zeggen het, van links tot rechts, tot Trybuna aan toe, het blad van de ex-communistische Verbond van Democratisch Links (SLD), en de allengs kritischer staatstelevisie. “De trein loopt verder, maar de staat van de lokomotief baart zorgen”, kopte vorige week Gazeta Wyborcza, het vroegere blad van Solidariteit. “De remmen zijn op de groei gezet”, oordeelde het semi-regeringsblad Rzeczpospolita. “Pawlak moet weg”, vond het blad Wprost, hij is “de slechtste premier sinds vijf jaar”.

Nu zijn de Poolse media mede gebeten op Pawlak sinds deze in een nieuwe wet op de staatsgeheimen vrijwel alles wat zich binnen de overheidsburelen afspeelt tot staatsgeheim heeft bestempeld, daarmee de media elke kans ontnemend om nog corruptiezaken of ambtelijke willekeur aan de kaak te stellen. Maar toch - er schuilt veel waarheid in de opmerking over de staat van de lokomotief die Pawlak zou moeten zijn.

“Er is geen ramp gebeurd, maar er is ook geen vooruitgang”, oordeelt Piotr Pacewicz, adjunct-hoofdredacteur van Gazeta Wyborcza en ooit secretaris van de ronde-tafelbesprekingen die het eind van het socialisme in Polen inluidden. “Deze regering zet alle hervormingen stil die bedoelden een eind te maken aan de invloed van de staat op het economische en sociale leven. Daarmee wordt het hart van het hervormingsproces geraakt. Het woord hervormingen valt ook nooit meer, tenzij samen met het woord 'voorzichtig'.”

Zo is in de praktijk een eind gemaakt aan de privatisering. Pawlak wil de Poolse staatsbedrijven niet meer privatiseren maar “commercialiseren”, wat betekent dat ze worden omgezet in bedrijven met aandelen die echter onverminderd staatsbezit blijven. Een ander voorbeeld is de hervorming van de gezondheidszorg, die onder meer beoogde de huisartsen te privatiseren door hen in staat te stellen een privé-praktijk op te zetten. Ook dit voornemen is een zachte dood gestorven. Hetzelfde is gebeurd met de hervorming van het plaatselijk zelfbestuur: de centrale overheid is bezig van de gemeenten en provincies bevoegdheden terug te halen die zij onder de voorgaande regeringen - alle onder premiers die, anders dan Pawlak, onder de paraplu van het vroegere Solidariteit vandaan kwamen - had afgestaan. In mei al stapte de minister voor hervorming van het staatsbestuur, Michal Kulesza, kwaad op uit protest tegen het blokkeren van de hervormingen: “Mijn missie is zinloos geworden”.

Een andere fel omstreden hervormingsmaatregel die werd teruggedraaid betrof de compensatie voor door de communisten in beslag genomen goederen. In juni besloot de regering de beloofde compensatie niet te verschaffen; gedupeerden werd in plaats daarvan compensatie in (privatiserings)vouchers in het vooruitzicht gesteld, hoewel zij daar in meerderheid niets van willen weten.

Het is paradoxaal genoeg niet de ex-communistische SLD die voor deze rem op het hervormingsproces zorgt, maar de Boerenpartij PSL van Waldemar Pawlak. Het beeld is des te meer een paradox omdat de PSL in het parlement en binnen de coalitie de junior partner van de SLD is: de SLD behaalde bij de verkiezingen van vorig jaar 171 parlementszetels, de PSL 'slechts' 132.

De SLD wil wèl hervormen en het beleid is binnen de coalitie dan ook verre van onomstreden. Rzeczpospolita kwam onlangs na een onderzoek tot de conclusie dat zich binnen de regering gemiddeld twee tot drie keer per maand een diepgaand beleidsconflict afspeelt, dat slechts bij uitzondering in de publiciteit komt. Het zijn vooral Pawlak en diens stafchef en rechterhand, Michal Strak, die het anti-hervormingsbeleid bepalen. De relaties tussen Pawlak en de leider van de SLD, Aleksander Kwasniewski, de man die hem premier maakte, zijn al maanden ver beneden het vriespunt.

Het is voor velen een raadsel hoe het Pawlak steeds weer lukt eerst tegen het verzet van de SLD in zijn wil binnen de coalitie door te drijven en zijn beleid ook nog eens, stormen van kritiek van president Walesa, de oppositie en de media trotserend, door het parlement te loodsen. Pacewicz: “De SLD heeft zich in Pawlak vergist toen hij hem een jaar geleden de functie van premier aanbood, in plaats van die zelf op te eisen. Pawlak is de slimste en meest effectieve politicus in Polen. Hij praat nooit met de pers en hij instrueert zijn mensen dat ook nooit te doen, of, als het niet te vermijden valt, zo min mogelijk te zeggen.” Pawlak had in de ogen van SLD-leider Kwasniewski verdere hervormingen aanvaardbaar moeten maken voor het Poolse platteland, bolwerk van primitivisme en conservatisme en thuisbasis van Pawlaks PSL; er gebeurde echter iets anders: Pawlak pakte de SLD in en maakte een eind aan de hervormingen.

Dat lukt hem mede omdat het hem in het parlement niet moeilijk wordt gemaakt: de centrum-oppositie van de Unie van de Vrijheid (van de ex-premiers Mazowiecki, Bielecki en Suchocka) is zwak en verdeeld en houdt zich vooral onledig met navelstaren. Pacewicz: “Dat leidt tot een groei van rechts, en ook dat is zorgwekkend: we zien een opkomst van de zwartste versie van het katholicisme en we zien een stortvloed van primitieve populistische programma's. Rechts kreeg bij recente gemeenteraadsverkiezingen al twintig tot vijfentwintig procent.”

Van het huidige beleid profiteert vooral de aanhang van de PSL. De PSL, boegbeeld van het nieuwe economische conservatisme in Polen, drijft op de massa van Poolse keuterboertjes, die van de staat bescherming tegen de concurrentie van goedkoop geïmporteerd voedsel verwachten (en die krijgen ook) en op slecht geïnformeerde ongeschoolde arbeiders, die bang zijn hun baan te verliezen. Aangezien de werkloosheid (zeventien procent) een van de grootste problemen is, groeit die aanhang ook nog, ten koste vooral van de SLD.

Ondanks de interne verdeeldheid hoeft Pawlak niet bang te zijn voortijdig te struikelen: daarvoor is de meerderheid van deze coalitie in het parlement (303 van de 460 zetels) te groot, is de oppositie te zwak en te verdeeld en is de SLD niet dapper genoeg om zich tegen Pawlak te verweren. Algemeen wordt verwacht dat de huidige stagnatie zal voortduren tot eind volgend jaar, als presidentsverkiezingen worden gehouden. Tot die tijd zullen hervormingen verder worden afgeremd en zullen de ontwikkelingen in de economie vooral afhangen van de vraag hoe veerkrachtig de snel gegroeide particuliere sector is. De economische activiteit van die sector groeide vorig jaar met twintig procent, terwijl die van de staatssector kromp. Als er in Polen volgend jaar sprake zal zijn van verdere economische groei, dan is die er ondanks, en niet dankzij de huidige regering.

Er is bovendien geen alternatief voor de combinatie SLD-PSL. Een centrum-rechtse coalitie is onmogelijk, wegens de versplintering van beide sectoren en het geringe soortelijk gewicht van het centrum. Een coalitie tussen de ex-communistische SLD en het centrum - een 'Hongaars' scenario - is (nog) onmogelijk omdat daarvoor, anders dan in Hongarije, de sociale steun ontbreekt.

De presidentsverkiezingen van eind volgend jaar zouden de impasse kunnen doorbreken, zo hopen velen in Polen. De huidige president Walesa worden weinig kansen toegedacht, tenzij hij erin slaagt 'oude' politieke conflicten tot leven te wekken en al het verzet tegen de huidige regering te bundelen. Dat is vrijwel uitgesloten. Op dit moment is Walesa de hekkesluiter in de populariteitspeilingen: hij ligt zelfs achter zijn voorganger, de communist Jaruzelski. De beste kansen worden toegedacht aan de onverminderd populaire Jacek Kuron, dissident-van-het-eerste-uur (1968), minister van sociale zaken in de eerste regeringen na de fluwelen revolutie van 1989, verzoener en meesterbemiddelaar bij moeilijke geschillen en nog altijd het 'sociale gezicht' van Polen. Alleen: Jacek Kuron heeft geen zin in het presidentschap. Pacewicz: “Hij heeft een jaar de tijd om zin te krijgen.”