MATOUB LOUNÈS; Een zanger die niet verbloemt

De Berber-talen Tamazigh (gesproken in Kabylië) en Tamacheq (gesproken door de Touaregs in het diepe zuiden van Algerije) zijn duizenden jaren oud. Tamazigh betekent in vertaling: de taal van de vrije man. Want sinds mensenheugenis voelen de Berbers zich vrije mensen, ook nadat hun christelijke en soms zelfs joodse vorsten na verwoede strijd door Arabische veroveraars verslagen werden, waarna de islamisatie van hun onderdanen volgde.

Hun cultuur werd - zoals dat zo vaak gaat - schijnbaar ondergesneeuwd door de overheersers. Schijnbaar, omdat een mondeling overgeleverde taal, waarvan zelfs het alfabet òf nooit bestond òf in vergetelheid raakte en pas onlangs onder andere door Matoub Lounès tot leven werd gebracht, in een bergachtig land heel moeilijk uit te roeien is. Vandaar, dat hun tradities en hun verhalen anders zijn dan die van hun landgenoten. In Kabylië lopen de vrouwen ongesluierd rond en zelfs in de simpele dorpen durven zij vrijuit met vreemdelingen te praten.

De Berbers van Kabylië waren de eersten die - als vrije mensen, maar in naam van Algerije - de onafhankelijkheidsoorlog tegen Frankrijk begonnen. Zij werden daarvoor nooit als groep beloond, omdat in de collectieve herinnering van iedereen de nooit uitgesproken gedachte leeft dat eens de Berbers ècht weer vrije mensen zullen worden - autonoom of onafhankelijk.

De zondagavond ontvoerde Matoub Lounès wordt als zanger in heel Kabylië maar ook in Frankrijk bij de honderdduizenden geëmigreerde Berbers aanbeden, omdat hij aan die gevoelens uitdrukking gaf, omdat hij het poëtische en het alledaagse aan elkaar wist te koppelen. Alle koffiehuizen en alle taxichauffeurs hebben zijn casettes, waarin zijn rauwe stem niet alleen de liefde bezingt, maar ook de nationale droom van de Kabyliërs. Zelfs als mijn armen hun kracht verliezen Zal mijn stem nog krachtig zijn En sterker worden om gehoord te worden (....) Dat wat ik heb ondergaan Dat is mijn kapitaal. Omdat de Kabyliërs, vereend Hun fouten zullen uitwissen. Onnodig er meer over te zeggen Het Tamazigh is hun fundament De wonden zullen uiteindelijk helen. Dat is voorzien! De Berber-cultuur zal bezongen worden De erfenis van oom Mouloud Zal losbarsten als de donder! Mens met verstand, begrijp je het nu ?

Mouloud Mammeri, overleden in 1989, is een andere zanger van het 'berberisme'.

Matoub, zoals hij overal in Kabylië bekend staat, is (of: was?) een harde - iemand die niet verbloemt. Hij is dan ook bepaald geen vriend van de traditionele Kabylische leider Hocine Aït Ahmed, die zelfs zijn naaste medewerkers regelmatig verbijstert met zijn vriendelijk lijkende en pacifistische, maar uiteindelijk tot niets verplichtende en tot niets verbindende politiek. Matoub is daarentegen zeer bevriend met Saïd Sadi, de met Aït Ahmed concurrerende politicus, die vooral de intellectuelen trekt en die in Algerije als 'extremist' wordt betiteld door de Arabisch-talige politici en hen die nu een bondje met het FIS nastreven.

Ook Matoub is/was zo'n extremist - nèt zo gekant tegen de Arabisch-socialistische eenheidsworst die de voormalige machthebbers van het FLN en het leger van Algerije hadden gemaakt, als tegen de 'natio-islamitische' dictatuur (in de woorden van Saïd Sadi), die de huidige machthebbers voor ogen staat. Vandaar, dat hij in het zich steeds oproeriger Kabylië steeds populairder werd. En steeds strijdbaarder, zoals blijkt uit het lied Kenza, dat aan de dochter van de dichter Taher Djaout is opgedragen, die vorig jaar door de moslim-radicalen van het FIS werd vermoord. Kenza, mijn dochter. Huil niet. Als slachtoffer zijn wij gevallen Voor het Algerije van morgen (..) Zij hebben ons lot al bij voorbaat beslist Lang voor vandaag. Zij hebben Tahar en Flici Boucebci gedood en alle anderen (..) De wond zal helen. En wij zullen verschijnen in het koor van naties. Eenzelfde pijn zal onze kinderen doen groeien Al was het uit de schoot van het ongeluk.

Matoub geloofde in de onvermijdelijke strijd die de Kabylische Berbers moeten voeren tegen hun vijanden. En dus zong hij: Het oog is verblind De tong is verstomd. Mettertijd komt het tot vechten. Men zegt dat het eens goed komt. Vlieg, duif! Maak de mensen wakker! Zij hebben tweedracht bedacht In naam van de godsdienst. En zij zeggen als martelaren te sterven?

Als Matoub, zoals zovelen vrezen, in stukjes gehakt wordt teruggevonden, zal de oproep van het FFS van Aït Ahmed “om een vreedzame mobilisatie” na te streven, niet veel weerklank vinden. (Bovenstaande gedichten zijn vandaag in de Franse krant Libération gepubliceerd)