Lachwekkende opzet van WK-volleybal

ATHENE, 28 SEPT. In de persoon van de Mexicaan Ruben Acosta heeft de internationale volleybalfederatie FIVB een voorzitter die niet alleen graag op de voorgrond treedt, maar het ook aandurft om rigoureuze veranderingen door te voeren. Zo kondigde hij vier jaar geleden al aan dat wat hem betreft spelers de bal ook met de benen en voeten zouden mogen spelen. Aanvankelijk werd daar smadelijk om gelachen, maar nu is het idee van de ijdele Acosta ineens regel geworden.

Morgen begint in Griekenland het wereldkampioenschap. En Acosta zou Acosta niet zijn geweest als hij niet een bijzonder speelschema in elkaar had laten draaien. Maar deze keer slaat hij de plank volledig mis. Het WK heeft, net zoals de vorige editie in 1990, nu namelijk een kromme en lachwekkende opzet.

Zestien ploegen doen mee en die spelen in vier groepen van vier een halve competitie. Tot zo ver is er niets aan de hand. Het wordt pas moeilijk als niet de nummers één en twee naar de kwartfinale overgaan, maar ook de nummers drie nog een kans krijgen. Elke nummer drie speelt namelijk in een tussenronde een wedstrijd tegen een nummer twee. Loting bepaalt wie tegen wie uitkomt. De winnaars van die partijen gaan met de nummers één uit de poules over naar de kwartfinale. Ook dat valt nog wel te billijken, hoewel er niets op tegen is om gewoon de nummers één en twee door te laten gaan.

Maar dan zijn er nog de poulewinnaars. Wat doen die als de nummers twee en drie elkaar bestrijden? Omdat ze toch iets doen moeten doen, hebben de ingenieuze uitvinders van deze opzet besloten om de nummers één tegen elkaar te laten spelen. Ook hier wordt er geloot wie tegen wie komt te staan.

Maar waar gaat het in die twee wedstrijdjes dan om? Om vrijwel niets. Het enige voordeel voor een ploeg die wint, is dat pas in de finale de winnaar van de andere wedstrijd de tegenstander zal zijn. Maar dat hoeft geen voordeel te zijn, want misschien proberen de poulewinnaars in die tussenronde de tegenstander wel zand in de ogen te strooien. Door bijvoorbeeld niet in desterkste opstelling aan te treden.

In deze opzet speelt een poulewinnaar morgen, vrijdag en zaterdag voorrondewedstrijden. Zondag en maandag zijn vrije dagen en op dinsdag is de genoemde tussenronde. Woensdag is het dan weer rusten waarna donderdag de kwartfinale wordt gespeeld. Het komt er dus op neer dat er tussen de laatste serieuze krachtmeting in de voorronde en de volgende belangrijke partij (kwartfinale) liefst vier dagen zitten. Dat is veel in een toernooi dat in totaal tien dagen bestrijkt.

Toch is het voor een ploeg belangrijk om als eerste in de groep te eindigen. Bij een tweede plaats kan immers een voor de laatste kans strijdende goede nummer drie de volgende tegenstander zijn. Nederland heeft het geluk dat het in een poule in Thessaloniki speelt. Want als Oranje eerste zou worden - Cuba lijkt de grootste concurrent, Zuid-Korea en Zweden zijn de andere tegenstanders - kan het daar blijven om de tussenronde te spelen en vervolgens voor het restant naar Athene te vliegen.

Dat is een veel gunstiger vooruitzicht dan, bijvoorbeeld, de grote favoriet Brazilië. De olympisch kampioen speelt de voorronde in Athene en moet, indien het zijn poule wint, voor dat ene partijtje in de tussenronde op en neer naar Thessaloniki vliegen. En dat terwijl het voor volleyballers door hun lengte heel vervelend is om met de benen in de nek in het vliegtuig te zitten.

De kans is gelukkig aanwezig dat dit soort kromme zaken zich na dit WK niet meer voordoet. Het aantal deelnemers zal met ingang van de volgende editie in 1998 worden uitgebreid tot 24. Het is te hopen dat Acosta dan genoegen neemt met een 'simpel' speelschema.