In magisch Armageddon overleven slechts de consequenten; Het volmaakte geluk of de zelfdestructie

1000 Rosen. Regie: Theu Boermans. Met: Marieke Heebink, Jaap Spijkers, Bert Geurkink, Marianne Rogee, Marisa van Eyle, Tessa Lily Wyndham. In: Amsterdam, The Movies 1; Rotterdam, Lantaren/Venster; Utrecht, Springhaven.

“Je komt een eind bij de vrouwen, maar er blijft een afstand. En die wil ik weg hebben”, vertelt de besnorde hengst Harry (Jaap Spijkers) twee keer, aan verschillende dames, in Theu Boermans' gisteren voor vier Gouden Kalveren genomineerde debuutfilm 1000 Rosen. De woorden, die als Leitmotiv van de film kunnen gelden, worden in feite uitgesproken in het Nederduits of plattdütsch, een bedreigd dialect dat bijna tot kunsttaal vervallen is. De meeste kijkers zullen ze dan ook niet verstaan, maar lezen in de ondertitels. Zo dringt Boermans zijn toeschouwers het belang van de taal op, terwijl hij tegelijkertijd de indruk vermijdt een of andere werkelijkheid te documenteren. Plaats en tijd zijn in art direction (Ben van Os en Jan Roelfs) en kostumering (Jany Temime) opzettelijk tegenstrijdig getypeerd. 1000 Rosen mag dan gebaseerd zijn op een toneelstuk van de Oostenrijker Gustav Ernst, dat Boermans' veelvuldig bekroonde toneelgroep De Trust al eens opvoerde, de filmbewerking creëerde uit de monologen in flash-back een nieuwe, lineaire realiteit, die geheel beantwoordt aan de absolutistische opvattingen van de regisseur: alles of niets, volmaakt geluk of (zelf)destructie. De voornaamste verdienste van de film is dan ook de geen tegenspraak duldende beheersing van vorm en inhoud door de maker. Boermans, die vijftien jaar geleden al vergeefs een filmcarrière nastreefde, betoont zich in een klap een auteur, zoals de Nederlandse speelfilm er maar weinig kent. Dat ik zijn Weltanschauung slechts in geringe mate deel, doet veel minder ter zake.

Strekt het spraakgebied van het plattdütsch zich uit van de Achterhoek tot over de Elbe in de voormalige DDR, Boermans' filmische referenties beschrijven een andere boog door de teutoonse cultuur: via de Hunsrück van Heimat en het Beieren van Fassbinder naar de zelfhaat van de grote Oostenrijkse kleinburgers, filmers als Haneke en Handke, toneelschrijvers als Schwab, Bernhard en Ernst. Als zij de afstand tot de ander niet weg kunnen krijgen, laten zij hun personages er de beuk in zetten.

Bij deze opvatting past een verheerlijking van de natuur, die altijd sterker zal blijken dan het kortzichtige materialisme van alledaagse sappelaars. In het fictieve desintegrerende fabrieksstadje van Ernst en Boermans, gaan de meeste bewoners ten onder, omdat ze niet radicaal-romantisch genoeg zijn. In het magische Armageddon van de bloederige finale overleven slechts de consequente personages: het kleine meisje dat in de hele film geen woord spreekt, maar alles ziet, en de almachtige bankdirecteur zonder scrupules. Hun wereld is dan overwoekerd door de natuur, die haar verwaarlozing is komen wreken. De uit aardscheuren snel opschietende takken bonken letterlijk op muren en ramen, en vernietigen de monumentale hypocrisie.

Boermans laat in zijn eigenwijze vormgeving werkelijk niets aan het toeval over. De film is doorgecomponeerd en overgeconstrueerd; het camerawerk van Theo Bierkens is dwingend en adequaat, zonder ooit de show te stelen. De acteurs zijn zo vergroeid met hun rol - en met het universum van De Trust - dat hun bijdrage vlekkeloos effect sorteert. Het centrale liefdeskwartet (Heebink, Spijkers, Van Eyle en Geurkink), dat halverwege de film een mechanische partnerruil pleegt, vormt een schitterend tegenwicht voor de zwijgende wraakgodin namens de natuur, Tessa Lily Wyndham. Er valt geen speld tussen te krijgen; in de beheersing van zijn métier heeft Boermans de afstand tot de kijker - en tot zichzelf - overbrugd. Producent Matthijs van Heijningen moet gek geworden zijn van een regisseur die zo gedetailleerd precies weet wat hij wil, en die dan ook in de toekomst zelf zijn films produceren gaat.

Mijn bezwaren tegen 1000 Rosen richten zich juist op de monomane rationaliteit van de film. Ook al is het scenario een ode aan het irrationele, een pamflet bijna tegen de maakbaarheid van het leven, je voelt die onlust haast nooit. Een enkel keer wel, bij voorbeeld in de dansscène in het café, maar meestal zwelgt de regie in de onmacht van de personages. Een vrijscène op het ritme van de machines, de op elkaar rijmende passages (de na de partnerruil herhaalde monologen, de overeenkomst tussen een muizendoolhof en het labyrint van de slotscène), het zijn allemaal bedenksels zonder veel gevoel of spiritualiteit. In dat kader ergerde ik me ook aan de talloze gestileerde masturbatiescènes: op het toneel kun je zoiets in een pantomime suggereren, zoals de acteur daar ook de illusie van whisky met een glas water kan afdwingen, op film moet je voor andere oplossingen kiezen.

En als het gevoel niet overtuigt, resteert slechts een theoretische bewondering voor de autoritaire filmer Boermans, een man van onbetwistbaar gezag. Ook op zijn muren bonkt een groene tak: vooraf aan 1000 Rosen wordt de korte film Het verlorene zal ik zoeken vertoond, die Paula van der Oest (regie-assistente van 1000 Rosen en Boermans' partner) maakte met in de hoofdrollen Trust-acteurs Anneke Blok, Myranda Jongeling en Theu Boermans. Het thema is hetzelfde, de uitwerking ademt liefde, erotiek en menselijkheid. Ik begrijp heel goed dat Boermans als regisseur geen glimlach gebruiken kan, maar als acteur bewijst hij daar wel degelijk toe in staat te zijn, zij het met het angstzweet op het voorhoofd. Nu De Trust afstevent op een vruchtbare en veelbelovende filmproduktie, zou je bijna hopen op een tweekoppige artistieke leiding, die ook weet te verbeelden wat we missen door het menselijke tekort. Er zit nog ruimte tussen alles en niets, een afstand die wat mij betreft niet per se weg hoeft.