Hof hoort bankier Groenink over HCS

ROTTERDAM, 28 SEPT. Het Amsterdamse Gerechtshof gaat in het proces wegens beurshandel met voorkennis in aandelen HCS door topondernemer J. van den Nieuwenhuyzen bestuurder mr. R. Groenink van ABN Amro als getuige ondervragen.

Groenink wordt maandag onder ede gehoord over zijn rol in de reddingsactie, eind juli 1991, voor het (inmiddels failliette) automatiseringsbedrijf HCS. Dat heeft een van de advocaten van Van den Nieuwenhuyzen vanochtend bevestigd.

Groenink timmerde in de nacht van 30 op 31 juli met de financierende banken en drie grote beleggers, onder wie president Van den Nieuwenhuyzen van het beursfonds Begemann, een plan in elkaar voor een kapitaalinjectie voor HCS. De volgende dag verkocht Van den Nieuwenhuyzen namens het drietal ruim 4,1 miljoen aandelen HCS om de koers krachtig omlaag te brengen.

Deze transacties hebben geleid tot een strafzaak wegens misbruik van voorwetenschap tegen Van den Nieuwenhuyzen, zijn twee medebeleggers E. Albada Jelgersma en L. Melchior en directeur J. Gerritse van het effectenkantoor Suez Kooijman dat de transacties uitvoerde. Na vrijspraak bij de rechtbank in april is deze week het hoger beroep bij het Hof begonnen tegen Van den Nieuwenhuyzen en Suez Kooijman.

Over de afspraken die tijdens de reddingsactie zijn gemaakt over de uitgifte van nieuwe aandelen voor de kapitaalinjectie bestaat, ondanks een uitgebreid gerechtelijk vooronderzoek, onduidelijkheid. Zo zegt Van den Nieuwenhuyzen dat hij voorstander was van een openbare plaatsing van aandelen, terwijl de meeste andere aanwezigen dachten dat iedereen voor een onderhandse emissie was, rechtstreeks bij de drie beleggers.

Van den Nieuwenhuyzen zei maandag tijdens de eerste zittingsdag dat Groenink van alle afspraken tijdens dat nachtelijk beraad op de hoogte is. Hij vertelde ook dat hij samen met de ABN Amro-bestuurder zes of zeven maal een onderonsje had gehad. Justitie verdenkt Van den Nieuwenhuyzen ervan dat hij geprofiteerd heeft van afspraken tijdens het beraad die niet in het persbericht van HCS over de reddingsactie stonden.

Morgen hoort het Hof eerst beurshandelaar R. Kooijman, de toenmalige mede-directeur van Suez Kooijman. Kooijman, die inmiddels voor zichzelf begonnen is, was tijdens de gewraakte transacties op vakantie. Hij was het vaste aanspreekpunt van Van den Nieuwenhuyzen bij het effectenkantoor en later voor het bedrijf intensief betrokken bij het onderzoek van de beurs naar eventuele misbruik van voorkennis bij de transacties in aandelen HCS.