Geldmarkt weinig spectaculair

AMSTERDAM, 28 SEPT. De afgelopen week gaf de geldmarkt de indruk dat partijen meer aandacht hadden voor de troonrede en de algemene politieke beschouwingen dan voor de geldhandel. Het interbancaire daggeldtarief muteerde nauwelijks en bedroeg 4,97 procent. In Frankfort, waar de parlementsverkiezingen naderen, gold een wat minder rustig rentebeeld. Het interbancaire daggeld daalde daar van 4,95 procent vorige week maandag naar 4,60 procent afgelopen maandag, na vrijdag een laagste punt te hebben bereikt van 4,5 procent. Ongetwijfeld heeft hier aan bijgedragen het door de Bundesbank in de loop van de week bekendgemaakte feit dat de geldgroei in augustus verder is vertraagd naar 8,2 procent. Ook het inflatiecijfer is gedaald, zo blijkt uit het septembercijfer (2,9 procent tegen 3,0 procent een maand eerder). Bovendien heeft vice-president Gaddum zich optimistisch uitgelaten over de mogelijkheid om ultimo dit jaar de geldgroeidoelstelling van 4 tot 6 procent nog te realiseren. Hierdoor lijkt de kans op een verlaging nog dit jaar van het Repotarief, en wellicht zelfs het disconto, in de ogen van enkele marktpartijen weer wat groter ondanks het vastpinnen van het Repotarief op 4,85 procent tot 12 oktober.

Door deze ontwikkelingen in de callgeld-sfeer sloeg het renteverschil met Duitsland, dat de voorlaatste week nog negatief was, om in een positief écart. Jongstleden maandag kwam dit zelfs uit op 0,37 procentpunt.

De ontwikkelingen op de Nederlandse geldmarkt bleken niet spectaculair. De speciale belening groot miljoen gulden, die op 23 september voor 7 dagen werd toegewezen, was 288 miljoen gulden minder dan de vorige. Hiertegenover stond een toename van de voorschotten in rekening courant met een iets groter bedrag. De besparing op het contingent, dat vorige week nog 1,1 procent bedroeg, nam toe tot 1,6 procent. Het geldmarkttekort bleef vrijwel stabiel. Het bedrag aan bankbiljetten in omloop veranderde nauwelijks, terwijl ook het schatkistsaldo weinig toenam. Veel bewegingsruimte had het Rijk niet want aan het begin van de verslagweek stond het saldo op slechts 2 miljoen gulden. Alle betalingen moesten dan ook mogelijk worden gemaakt door eerst middelen uit de markt op te nemen. Het lage schatkistsaldo houdt mede verband met verwachte belastingafdrachten. DNB heeft de lopende kasreserve van 21,4 miljard gulden (waarvan de periode op 30 september verstrijkt) verlaagd tot ongeveer tweederde daarvan. Ook dit moet worden gezien in samenhang met de op handen zijnde storting van 1235 miljoen gulden uit geplaatste 6-maands NBC's.

Bron: Economisch Bureau ING Groep