Gehaaid onderhandelaar en expert in reddingsacties

ROTTERDAM, 28 SEPT. Mr. Rijkman Groenink (45) gruwt van de publiciteit die hij onweerstaanbaar telkens aantrekt als hij voor zijn bank uitslaande branden moet blussen bij giganten als Boskalis, DAF of HCS. “Ik zou het liefst in de grootst mogelijke anonimiteit opereren. Ik denk dat een bankier het meest effectief is wanneer hij op de achtergrond kan blijven”, zei Groenink, bestuurder van ABN Amro, vorig jaar in een zeldzaam interview met het vakblad Bank- en Effectenbedrijf.

Maandag verschijnt hij als getuige in het strafproces tegen topondernemer J. van den Nieuwenhuyzen wegens misbruik van voorkennis in de beurshandel in het inmiddels failliete automatiseringsbedrijf HCS in 1991. HCS was een van Groeninks klanten als bestuurder van de Amro Bank. De topbestuurders van de bank hebben als executive involved ongeveer 70 tot 80 grote bedrijven waarvoor zij bij bankzaken het aanspreekpunt zijn. In die functie geldt het goede-tijden-slechte-tijden principe: de bestuurder bestiert de zaken met de klant, of het nu goed gaat met de klant of niet.

Zo moest Groenink zich in de loop van 1991 steeds intensiever gaan bemoeien met HCS, een grote klant van de Amro die begon te wankelen. De bank had een paar honderd miljoen gulden krediet aan HCS verstrekt en moest redden wat er nog te redden was. In een keihard pokerspel in de nacht van 30 op 31 juli slaagde Groenink erin bij drie grote beleggers, waaronder Van den Nieuwenhuyzen, 50 miljoen gulden nieuw kapitaal “uit de zak te kloppen” om HCS overeind te houden.

Reddingsacties zijn Groeninks voorland. Hij maakte zijn naam in het begin van de jaren tachtig op de afdeling bijzondere kredieten, waar de probleemdebiteuren gesaneerd worden. Jaarlijks liepen de stroppen voor de banken in de miljarden guldens. Het was alle hens aan dek. In 1982 werd Groenink met acht jaar bankervaring op zijn 33-ste directeur bijzondere kredieten. Benauwd voor de verantwoordelijkheid was hij naar eigen zeggen niet. “Daar heb ik nooit een seconde wakker van gelegen.”

In de wrakkencentrale van de Amro, die de grootste portefeuille industriële kredieten had, werkte hij intensief aan reddingsacties voor onder meer detailhandelsbedrijf KBB en baggeraar Boskalis. Twee jaar geleden werd hij vanwege zijn deskundigheid speciaal belast met de (later mislukte) redding van vrachtwagenbouwer Daf. Boskalis en Daf waren het soort complexe financiële reorganisaties waar Groeninks hart sneller van klopt.

Uiterlijk laat hij daarvan weinig blijken. “Ik heb altijd geprobeerd - en dat is me denk ik ook aardig gelukt - om afstand te bewaren van de emotionele kanten van het vak”, vertrouwde hij Bank- en Effectenbedrijf toe. Zijn onafscheidelijke pijp boezemt vertrouwen in, zijn jongensachtig uiterlijk veroorzaakt aan de overzijde van de onderhandelingstafel eerder onderschatting, zijn bekakte spraak beantwoordt aan vooroordelen over ouderwetse krijtstrepen bankiers.

Achter dat pantser gaat een gehaaide onderhandelaar schuil. Hij kan zich aanpassen als een kameleon. Dat bleek toen de rechter-commissaris hem vorig jaar op verzoek van beleggers onder ede onderhield over de ondergang van Daf. Hoewel Groenink intensief bij het debâcle was betrokken, ontpopte hij zich als een afstandelijke en klinische waarnemer. Tijdens het hele verhoor hield hij stug vol dat het niet om een reddingsoperatie ging maar om een 'reconstructie'. Maar toen HCS-belegger Van den Nieuwenhuyzen tijdens het steunoverleg de hoge beurskoers van HCS als obstakel opwierp zei Groenink als volleerde beurshandelaar: Joep, dan verkoop je toch gewoon een paar miljoen aandelen.

Groeninks daden staan haaks op de anonimiteit die hij zo zegt te koesteren. Een ondoorgrondelijke haat liefde relatie met het onheil lijkt hem te tekenen. Zijn aantrekkingskracht op het lot is soms onweerstaanbaar. De dag dat chartermaatschappij Air Holland met hulp van Amro met zijn aandelen naar de beurs ging, was de vaste contactman van Air Holland niet aanwezig voor het gebruikelijke plaatje met positieve publiciteit. Van de Amro-bestuurders bleek alleen Groenink in huis. Dus moest hij naar het Beursplein voor de foto. Drie jaar later was Air Holland failliet en stond Groenink er gekleurd op.