FNV-bond wil verbod op uitzendwerk in de bouwsector handhaven

ROTTERDAM, 28 SEPT. De Bouw- en houtbond FNV wil dat het verbod op uitzendwerk voor de bouw wordt gehandhaafd. Dat heeft voorzitter R. de Vries gisteren gezegd op een bijeenkomst van de bond in Woerden.

Mocht het verbod wel verdwijnen, zoals het kabinet voorstaat, dan moeten afspraken met werkgevers negatieve gevolgen voor de sector voorkomen, aldus De Vries. De vakbond vreest dat bij intrekking van het uitzendverbod “iedere halve zool” bouwvakkers gaat leveren. Die zullen volgens De Vries een sliert aan schulden achterlaten. Ronselpraktijken, zoals die in het verleden voorkwamen, zullen volgens de bond opleven en de sociale samenhang in de branche (in de vorm van afspraken over scholing, arbeidsomstandigheden en veiligheid) ondermijnen. De Vries zei van intrekking van het uitzendverbod ook geen enkel positief effect op de werkgelegenheid in de bouw te verwachten.

De FNV-bond wil opheffing van het verbod voorkomen door met werkgevers afspraken te maken over zogenoemde regionale 'personeels-servicediensten'. Dat zijn door werkgevers en werknemers bestuurde organisaties, die personeel kunnen leveren om schommelingen in de vraag op te vangen. Dergelijke organisaties kunnen ook dienen om bij voorbeeld langdurig werklozen, jongeren en gedeeltelijk arbeidsongeschikten werk te bieden. De bond is bereid voor deze diensten een flink deel van de voor dit jaar beschikbare loonruimte te gebruiken.

De Bouw- en houtbond FNV gaat voor de CAO's voor volgend jaar uit van een financiele ruimte voor verbetering van de arbeidsvoorwaarden van 3,5 procent. De looneis beperkt zich tot een prijscompensatie van 2,25 procent. Daarvan kan een deel worden gebruikt voor afspraken over werkgelegenheid. De bond denkt daarbij aan terugdringing van overwerk, een ontslagverbod voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten van 45 jaar en ouder, extra inspanningen voor langdurig werklozen en allochtonen en verruiming van de mogelijkheden in deeltijd te werken.

Veertien CAO's in de bouw zijn volgend jaar aan vernieuwing toe. Daaronder vallen in totaal ruim 350.000 werknemers. Het grootste contract geldt de CAO in de bouwnijverheid (ruim 200.000 werknemers).

Voor de ongeveer 40.000 werknemers in de bouw die uitvoerend, technisch en administratief werk verrichten wordt de leeftijd voor vervroegd uittreden (bij 40 dienstjaren, waarvan 30 in de bouw) geleidelijk verhoogd van 57 jaar naar 60,5 jaar. Tegelijkertijd wordt de VUT-regeling daarbij financieel op andere leest geschoeid en van een collectieve omslagregeling omgezet in een individuele spaarregeling. Voor de financiering van deze wijziging zullen de werknemers de komende jaren onder meer telkens twee vrije dagen inleveren.