Een christelijker CDA zal niet meer kiezers trekken

Een nieuwe rol in de landelijke politiek, een nieuwe fractievoorzitter, en sinds het afgelopen weekeinde een nieuwe kandidaat-partijvoorzitter; nu de kiezers nog en het CDA is de crisis voorbij. Revitalisering in plaats van restauratie. Zal het lukken? Bijna vijf maanden na het verkiezingsdebâcle van 3 mei waarbij de partij veertig procent van haar aanhang verspeelde, is de infrastructuur voor de eerste poging tot herstel gelegd. Het is allemaal precies verlopen op de manier zoals andere partijen in problemen dat eerder deden. De eerstverantwoordelijken zijn afgevoerd, er is een evaluatierapport boordevol zelfkritiek verschenen en in de 'rust' van de oppositie kunnen de scherven worden gelijmd. Maar is er nog herstel voor het CDA weggelegd?

De commissie-Gardeniers die begin juli met een rapport kwam naar aanleiding van de voor het CDA zo dramatisch verlopen gemeenteraads- en Tweede Kamerverkiezingen, constateerde dat de partij te veel het beeld was gaan vertonen van een “afstandelijke bestuurderspartij” die het dragen van regeringsverantwoordelijkheid als “te vanzelfsprekend” beschouwde. Er was daardoor een “zelfgenoegzame houding” ontstaan die “terecht is ervaren als arrogantie”, aldus de commissie-Gardeniers. Het was in feite hèt centrale kritiekpunt van de commissie. Alle mislukkingen en communicatiestoornissen die de partij de afgelopen tijd parten speelde, waren terug te voeren op deze instelling.

Maar als dit inderdaad het cruciale probleem is, dan is het sinds de komst van het nieuwe kabinet ook opgelost. Want het CDA is voor het eerst sinds 1918 op landelijk niveau geen bestuurderspartij meer en kan in de oppositie dus ook geen zelfgenoegzaamheid meer uitstralen. Toch is iedereen binnen het CDA ervan overtuigd dat het louteringsproces nog moet beginnen. Het bewijst dat er meer aan de hand is. Veel meer in elk geval dan de commissie-Gardeniers signaleerde. Natuurlijk zijn er op weg naar de verkiezingen talloze fouten gemaakt. Het is de afgelopen maanden allemaal uitentreuren belicht. Maar de kiezer kon deze fouten alleen maar zo genadeloos afstraffen omdat voor grote delen van het tot voor kort honkvaste electoraat het CDA geen vanzelfsprekendheid meer was. Daarmee is het CDA op 3 mei met een verlies van twintig zetels het meest zichtbare slachtoffer geworden van de legitimiteitscrisis waarin de politiek in zijn algemeenheid verkeert. De kiezer gedraagt zich narrig, wispelturig en onvoorspelbaar. Partijen raken hun zekerheden kwijt en zijn steeds meer aangewezen op de zwevende kiezer. Het betekent tevens dat de effectiviteit van de oplossingen die het CDA voor ogen staan, uiterst twijfelachtig is. De partij wil hergroeperen, maar om wat eigenlijk?

Als het aan kandidaat-voorzitter Helgers ligt, gaat het CDA veel beter luisteren en de 'C' meer benadrukken. Hij ziet het in dit verband als een voordeel dat het CDA in de oppositie verkeert. Standpunten hoeven niet direct een compromiskarakter te dragen, er is eindelijk volop ruimte voor het eigen geluid. In het verlengde daarvan ligt het grotere accent op het christelijke karakter van het CDA. Een streven dat naadloos aansluit bij het oppositie voeren tegen de 'heidense' coalitie van PvdA, VVD en D66.

Maar wat wint het CDA behalve een grotere identiteit nog meer bij een verhevigde aandacht voor de 'C'? In elk geval geen kiezers. De mensen die het CDA bij de Tweede Kamerverkiezingen in de steek lieten, zijn thuisgebleven, of naar de VVD, D66, PvdA dan wel Ouderenpartijen overgestapt. De kleine christelijke partijen hebben daarentegen nauwelijks geprofiteerd van het enorme verlies van het CDA. Het orthodoxe blok won slechts één zetel. Een christelijker CDA wordt misschien dus wel meer herkenbaar, maar nog niet aantrekkelijker voor kiezers. Integendeel. Want hoewel een daarop afgestemde politiek volgens oud-minister en huidig kamerlid Hirsch Ballin niet zal uitdraaien op een “christelijk moralisme waarmee de christen-democratie zich tot binnenkerkelijkheid veroordeelt”, zoals hij afgelopen zomer stelde in een artikel in het blad Christen Democratische Verkenningen, het beeld zal desondanks snel geschapen zijn.

Het was de al langer dan de helft van zijn leven in Amsterdam wonende nieuwe CDA-fractievoorzitter Heerma die tijdens zijn eerste confrontatie met het kabinet Kok het 'Randstad-karakter' van het nieuwe kabinet kritiseerde. Wat daar verder precies onder moest worden verstaan liet Heerma achterwege, maar in elk geval was er vanaf dat moment de antithese tussen de drie niet confessionele Randstadpartijen en het CDA als plattelandspartij. De “politiek frustrerende antithese” die volgens Hirsch Ballin in het al eerder aangehaalde artikel nu juist voorkomen diende te worden. Oppositie dwingt echter tot afstand nemen. Waar dat op het sociaal-economisch terrein nauwelijks kan (Lubbers is weg, maar zijn beleid nog lang niet), moeten de verschillen wel op het culturele en ethische vlak gezocht worden. Waarbij opnieuw de vraag is wat voor het CDA het electorale gewin is van een dergelijke houding. Het eigen onderzoek dat het CDA heeft laten verrichten toont aan dat het CDA behalve in Brabant vooral kiezers is kwijtgeraakt in de Randstad.

Een tweede streven van de mensen die het thans in het CDA voor het zeggen hebben is dat de partij veel beter gaat luisteren. “De verschillende doelgroepen zoals leden, kiezers, maatschappelijke organisaties dienen zo goed en zo breed mogelijk betrokken te worden bij het bespreken van de bestaande maatschappelijke en regionale problemen en voorts bij het voorbereiden, innemen en uitvoeren van politieke standpunten”, aldus één van de aanbevelingen van de commissie-Gardeniers die kandidaat-voorzitter Helgers van harte onderschrijft. Het lijkt zo voor de hand liggend, maar hoe moeilijk het in de praktijk te verwezenlijken zal zijn, blijkt uit een waarneming van directeur Van Gennip van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA. Hij constateerde deze maand in Christen Democratische Verkenningen dat het CDA tijdens de verkiezingen voor “de wel heel uitzonderlijke opgave” stond twee soorten kiezers te behouden: de schrijvers van de ingezonden brieven in de Telegraaf en die in Trouw.

Met Heerma als fractievoorzitter en Helgers straks als partijvoorzitter komen de briefschrijvers van Trouw straks ongetwijfeld meer aan hun trekken. Maar wie luistert er dan nog naar de briefschrijvers in de Telegraaf? En hoe staat het trouwens met de maatschappelijke organisaties die het CDA zo graag bij haar standpuntbepaling wil betrekken? Het confessioneel georiënteerde middenveld brokkelt in een hoog tempo af. De christelijke boerenorganisaties gaan steeds meer met de algemene samenwerken, de christelijke middenstanders gaan zelfs een complete fusie aan met hun niet-christelijke zusterorganisatie, terwijl het grote christelijk werkgeversverbond een nauwe samenwerking met het VNO is begonnen. Bovendien richten dit soort organisaties zich van nature liever op de macht dan op de oppositie.

Oppositiepartijen lopen het risico een uitermate selectief gehoor te ontwikkelen. Het heeft een partij als de PvdA in het verleden opgebroken. Naarmate de PvdA in de oppositie meer ontevredenen om zich heen wist te verzamelen, nam de kans op regeringsdeelname verder af. Eindelijk tot de regering toegetreden, kwam de ontgoocheling. Toen bleek een hemelsbreed verschil tussen de toon van de oppositie en die van het regeren. Het heeft de PvdA geleerd niet slechts te luisteren, maar ook de achterban eens naar de politieke leiding te laten luisteren. Het interessante is dat de PvdA de heroriëntatie - door ervaring wijzer geworden - thans zoekt in een top-down benadering, terwijl het CDA juist kiest voor het bottom-up model. Vanwege het ontbreken van 'top' kan het CDA ook nauwelijks anders dan het bij 'down' te zoeken.

De machtswisseling binnen het CDA verloopt momenteel razendsnel. Van de partij-elite die nog niet zo lang geleden wekelijks met de CDA-ministers op het Catshuis vergaderde om de 'klokken gelijk te zetten' en de koers te bepalen is niemand meer over. Lubbers is in rook opgegaan, Brinkman concentreert zich sinds gisteren als voorzitter van de vaste kamercommissie op de Antillen, de toenmalige partijvoorzitter Van Velzen is 'opgeborgen' in Europa, de eigenzinnige voorzitter van de CDA-Eerste Kamerfractie, Kaland, moest een half jaar geleden om gezondheidsredenen afscheid nemen en de voormalige aanvoerder van de CDA-Europarlementariërs, Penders, is in afwachting van een andere baan. De oude garde is verdwenen zonder dat jong talent hun plaats heeft ingenomen. Heerma als fractievoorzitter was een keuze bij gebrek aan beter, terwijl beoogd partijvoorzitter Helgers ook in de categorie noodgrepen past.

Zo is het CDA met een tweede keus-leiding terecht gekomen in een onmogelijke oppositierol om met één en al oor in een seculariserende samenleving te zoeken naar een versterking van het christelijke karakter van de partij. Voor het herstel denkt het CDA een paar jaar nodig te hebben. Het is geen overdreven schatting. Zoals de zaken er nu voorstaan zal het CDA al blij mogen zijn als een tweede klap kan worden voorkomen.