Deeltijdwerker mag alsnog rechten op pensioen claimen

ROTTERDAM, 28 SEPT. Deeltijdwerkers kunnen met terugwerkende kracht tot 1976 aanspraak maken op deelneming in pensioenregelingen. Dat stelt het Europese Hof van Justitie in een vandaag gewezen vonnis. Voor de Nederlandse pensioenfondsen betekent deze uitspraak dat maximaal 165.000 uitgesloten deeltijdwerkers alsnog pensioenrechten kunnen claimen.

De uitspraak van het Hof betekent niet dat de uitgesloten werknemers automatisch met terugwerkende kracht mogen toetreden. Volgens het Hof mogen de pensioenfondsen de claim weerleggen op grond van in het nationale recht geldende beroepstermijnen. In Nederland kan dit van belang zijn omdat er een verjaringstermijn van vijf jaar geldt voor loonvorderingen. Een pensioenuitkering wordt beschouwd als uitgesteld loon. (Ex)-werknemers die alsnog toetreding eisen, moeten hiervoor bij de Nederlandse rechters een procedure aanspannen.

De Ombudsvrouw pensioenen van het Instituut Vrouw en Arbeid, P. Portegies, beschouwt de uitspraak van het Hof, die betrekking heeft op een door een Nederlandse deeltijdwerkster aangespannen procedure, als een grote overwinning. “Fantastisch” noemde zij het vanmorgen. Wel zei zij het te betreuren dat het Hof de mogelijkheid heeft opengehouden voor een beroep op nationale wetgeving. Hoewel zij ervan uit gaat dat de verjaringstermijn “omzeild” kan worden, blijft de uiteindelijke uitkomst weer onzeker. “Dit betekent misschien dat we weer vijf jaar moeten wachten op duidelijkheid”, aldus Portegies.

Het Europese Hof van Justitie zal vandaag ook uispraak doen over een - eveneens door een Nederlandse werkneemster - aangespannen zaak die de uitsluiting van gehuwde vrouwen betreft. Volgens Portegies zal dit vonnis in dezelfde lijn liggen als dat van de deeltijdwerkers. Op basis van deze uitspraak zouden 54.000 gehuwde vrouwen die voor 1990 - toen de ongelijkheid in pensioenregelingen werd opgeheven - door de Nederlandse pensioenfondsen werden uitgesloten, alsnog deelname kunnen opeisen.

Voor de Nederlandse pensioenfondsen kan de uitspraak van het Hof een flinke kostenpost opleveren. Als de Nederlandse rechters de claims van de uitgesloten deeltijdwerkers en gehuwde vrouwelijke werknemers alsnog toewijzen, zal dit de Nederlandse pensioenfondsen volgens de Vereniging van Bedrijfspensioenfondsen 1,2 miljard gulden gaan kosten. Het totale pensioenvermogen van de fondsen bedraagt op dit moment circa 500 miljard gulden.

Met de uitspraak van het Hof kan definitief een einde komen aan de directe en indirecte discriminatie van vrouwen door de Nederlandse pensioenfondsen. Hoewel aan de directe uitsluiting van vrouwen al een einde kwam in 1976, toen het Europese Hof van Justitie de gelijke behandeling van mannen en vrouwen tot uitgangspunt verklaarde, bleven veel pensioenfondsen van mening dat deeltijdwerkers (meestal vrouwen) geen recht hadden op pensioenopbouw.

Pas nadat het Europese Hof op 17 mei 1990 in het veelbesproken 'Barber-arrest' besliste dat ook deeltijdwerkers gelijk behandeld dienden te worden, werden pensioenfondsen gedwongen tot het opheffen van deze indirecte discriminatie van vrouwen. Omdat de pensioenfondsen daarop lieten weten dat reparatie van de regelingen met terugwerkende kracht tot 1976 hen 120 miljard gulden zou kosten en een golf van faillissementen teweeg zou kunnen brengen, werd in 1992 tijdens de Euro-top in Maastricht afgesproken dat de terugwerkende kracht van de gelijke behandeling beperkt zou blijven tot 17 mei 1990.