Bezorgdheid groeit na ontvoering van beroemde zanger; Doffe beklemming in Kabylië

TAOURIRT-MOUSSA, 28 SEPT. Een doffe beklemming heerste gisteren in de dorpen van het Algerijnse Berber-gebied Kabylië rondom de hoofdplaats Tizi Ouzou na de ontvoering van de populaire Berberse zanger Matoub Lounès. In het bergdorp Taourirt-Moussa, het geboorteplaats van de zanger, waren vijftig mensen bij zijn witte huis samengekomen. “Het staat vast, het zijn de fundamentalisten die dit hebben uitgehaald”, mompelde een jongeman, in spijkerbroek en op gympen.

Binnen zat zijn moeder vlakbij de telefoon te snikken. Ze droeg het gebloemde Berberse gewaad, en had de Amendil, de traditionele hoofddoek, op. Bezoekers volgden elkaar op.

“Als er iets gebeurt, zijn wij bereid om ten oorlog te trekken”, zei een familielid, in burnous gekleed. Maar de man erkende dat het op dit moment in dit dorp niet verder dan tot dreigementen kwam. “Wij zijn bezig te kijken hoe we ons kunnen organiseren.”

De Berberse Culturele Beweging (MCB) heeft de ontvoerders van de beroemde zanger zondag voor een “totale oorlog” gewaarschuwd. Een functionaris van de MCB heeft gisteren gezegd dat zelfverdedigingseenheden, die sinds enkele maanden in bepaalde dorpen worden geformeerd, tegen moslim-extremisten in de regio in het offensief kunnen gaan. “Wij hebben altijd rustig gereageerd op de wreedheden”, aldus een dorpeling in Taourirt-Moussa. “Maar dat kan niet zo voortduren.”

Matoub Lounès werd zondagavond ontvoerd uit een eethuis, de Oude Molen, langs de weg tussen Tizi Ouzou en zijn geboortedorp. “We hoorden een vrachtwagen arriveren. Het liep tegen het sluitingsuur”, vertelde bediende in het zwaar gehavende eethuis. De vloer ligt nog vol met scherven van kapotgegooide flessen. “Negen mannen stormden naar binnen. Ze waren gewapend met sabels, jachtgeweren met afgezaagde loop, bijlen en dolken.”

Drie van hen droegen kappen op het hoofd. Het merendeel van de aanvallers, jonge mannen, drukten zich uit in de lokale taal. “Ze zagen Matoub, en een van hen zei: 'jou kennen we'.”

De zanger werd vervolgens in een hoek van het lokaal gesleurd, en ondervraagd door de oudste van de groep. De anderen richtten een ravage aan in het eethuis. Ze namen uiteindelijk Matoub mee, nadat ze een preek hadden afgestoken waarin ze met name tegen de alcoholconsumptie te keer gingen, legde de eigenaar van het eethuis uit. Gebleken is dat het commando voordien al drie andere café-restaurants had vernield langs de hoofdweg die zich door de beboste bergen slingert.

In Tizi Ouzou domineerde het lot van Matoub alle gesprekken. Op de markt toeterde een luidspreker op volle kracht liederen van de zanger, geregeld onderbroken door de oproep van de MCB tot de “totale oorlog”. Maar het leven ging hier verder zijn normale gang.

Toch groeide ook hier, zoals in de dorpen, van uur tot uur de bezorgdheid. “Wij zijn bang voor Matoub. We zijn bang voor Kabylië”, verzuchtte een oude man. (AFP)