Werkgevers: economische hervorming stokt onder Berlusconi; Twijfel aan privatiseringen Italië

ROME, 27 SEPT. Er is grote twijfel ontstaan over de vraag of het kabinet-Berlusconi wel wil doorgaan met het proces van privatisering dat de afgelopen twee jaar in gang is gezet en dat wordt gezien als een toetssteen voor de bereidheid tot economische hervormingen.

Van werkgeverszijde wordt Berlusconi verweten dat de privatisering tot stilstand is gekomen. De werkgeversorganisatie Confindustria en Gianni Agnelli, als president van Fiat de machtigste ondernemer van het land, hebben het kabinet gewaarschuwd dat hierdoor de lire verder onder druk kan komen. Op financiële markten zijn privatisering en de aanpak van het begrotingstekort de twee maatstaven voor de geloofwaardigheid van Italië.

De privatiseringsplannen waren afgelopen vrijdag een van de belangrijkste gespreksonderwerpen op een diner in het Romeinse huis van Agnelli. Hierop heeft Berlusconi met de belangrijkste ondernemers van het land gesproken over het economische beleid. Het diner was georganiseerd in een poging het wantrouwen van de topondernemers tegenover Berlusconi te verminderen, maar ten aanzien van het privatiseringsbeleid lijken de reserves aan werkgeverszijde volledig intact.

Berlusconi heeft volgens persberichten op dit diner gezegd eigenlijk geen noodzaak te zien tot privatisering. “Waarom moeten we zoveel haast maken om bedrijven waarmee het goed gaat, te verkopen?” zo werd hij geciteerd. Privatisering “haalt alleen maar geld weg bij de bedrijven, om de rekeningen van een of ander staatsbedrijf te saneren.”

De premier heeft zijn tafelgenoten verder voorgehouden dat de neofascisten, zijn trouwste bondgenoot in het kabinet, geen enkele haast hebben om te privatiseren. In hun ogen moet de staat ook op economisch gebied een belangrijke rol blijven spelen - neofascisten hebben nooit veel nadruk gelegd op het marktmechanisme. Mogelijk speelt bij de partij ook de wens mee om, na decennia lang buitenspel te hebben gestaan, belangrijke economische posten onder controle te krijgen

Berlusconi's andere grote bondgenoot, de federalistische partij Lega Nord, dringt juist aan op snelle privatisering. Zij heeft ook kritiek geuit op de manier waarop twee staatsbanken zijn verkocht. Doordat onvoldoende garanties voor een diffuus aandeelhouderschap ontbraken, zijn de geprivatiseerde banken Credito Italiano en Banca Commerciale Italiana in de invloedssfeer van de oppermachtige handelsbank Mediobanca gekomen. Hiermee is volgens de Lega de financiële machtsconcentratie in de particuliere sector vergroot, terwijl een belangrijk beoogd effect van privatisering juist is meer onafhankelijke machtscentra in de particuliere sector te doen ontstaan.

De afgelopen twee jaar hebben Berlusconi's voorgangers als premier, Giuliano Amato en Carlo Azeglio Ciampi, belangrijke impulsen gegeven aan het proces van privatisering. Zij moesten daarbij vaak weerstanden binnen de staatsbedrijven overwinnen. Paradoxaal genoeg wordt nu ook vanuit de staatsbedrijven het kabinet aangespoord om haast te maken, omdat ze het geld nodig hebben.

De grote staatsholding IRI bijvoorbeeld heeft alles gereed om de telecommunicatieholding Stet te verkopen, maar wacht op het groene licht hiervoor van het kabinet. Hiermee zou de Stet niet alleen een aantrekkelijker internationale partner worden, maar zou bovendien de enorme schuldenlast van de IRI wat worden verlicht. Deze staatsholding heeft een schuld van 75 biljoen lire, ongeveer 85 miljard gulden. “Als we niet snel iets doen, krijgen we kasproblemen,” heeft de nieuwe president van de IRI, Michele Tedeschi, gezegd tegen de minister van Schatkist, Lamberto Dini.

Door deze aarzeling in het privatiseringsbeleid is de situatie ontstaan dat een premier die schermt met het liberalisme, niet wordt vertrouwd door de financiële markten. Er is ook grote twijfel ontstaan over de bereid van Berlusconi om de harde ingrepen door te voeren die nodig zijn om het begrotingstekort onder controle te brengen en terug te dringen.

Gisteravond is opnieuw een vergadering tussen kabinet en vakbonden mislukt. Inzet waren de voorgestelde bezuinigen in de pensioensector, die in Italië ook veel sociale uitkeringen omvatten. Na fel verzet van de bonden heeft Berlusconi al enkele concessies gedaan. Maar een akkoord lijkt nog ver weg. Aan het eind van de dag stond nieuw overleg tussen Berlusconi en bonden gepland, maar de dreiging van een algemene staking wordt steeds groter.

Vandaag is in het noorden van het land een staking in drie etappes in het lokale openbaar vervoer begonnen. Dit heeft acht uur lang stilgelegen. Morgen zou in het midden van het land worden gestaakt, in de regio's Toscane, Umbrië, Lazio, Marche en Molise. Donderdag komt het zuiden aan de beurt. Deze staking heeft met de cao-onderhandelingen te maken en staat los van de voorgenomen protestacties tegen de pensioenen.

Vrijdag is de uiterste dag waarop het kabinet volgens de wet haar begroting mag indienen. De financiële markten wachten daarop, en daarom is het nu al enige tijd betrekkelijk rustig rondom de lire. Maar de twijfels over de bereidheid tot ingrijpende bezuinigen en over het privatiseringsbeleid kunnen de Italiaanse munt opnieuw zwaar onder druk zetten.