Weerslag van 1917

De Augiasstal 6. 60 blz.ƒ5,75. Postbus 70135, 9704 AC Groningen

'Een tijdschrift dat plukt aan de gevoelige snaren van onze eeuw' noemt het Groningse slavistentijdschrift De Augiasstal zichzelf. Speciale aandacht gaat uit naar de jaren rond de revolutie van 1917, die gezichtsbepalend is geweest voor heel de 20ste eeuw. Het liefst bekijkt De Augiasstal de weerslag van de revolutie in de Russische literatuur, en, anderszijds, het effect van de Russische literatuur op de politiek.

Zes nummers zijn sinds maart 1993 van De Augiasstal verschenen, en het profileert zich als een klein maar fel blaadje voor de echte liefhebber. “Deze eeuw eindigt als de eeuw van het valse geloof, bizar en verdorven” stelt de redactie in een voorwoord. Ervan uitgaande dat het communisme wreed en mensonterend is en indruist tegen de menselijke natuur probeert dit tijdschrift een 'spiegel van een tijdperk' te zijn. Enig relativeren is er niet bij, zelfs geen schijn van wetenschappelijke objectiviteit wordt opgehouden: “Een mens zonder kwalificaties is een vrij mens, een vrije geest. En de paradox van het menselijke bestaan ligt juist hierin dat de vrijheid brood, rijkdom en creatieve overvloed voortbrengt.”

Van hinderlijke vooringenomenheid is in elk geval niets te merken in het boeiende artikel van Ben Wiegers over Isadora Duncans Russische echtgenoot, de populaire en drankzuchtige dichter Sergej Jesenin, die in 1925 geen zelfmoord pleegde maar vermoedelijk vermoord werd door de bolsjewisten.

Redacteur Valery Poesjkin zet in dit nummer zijn breed en woedend opgezette schildering voort van de zo zwaar getroffen Russische troepen in de Tweede Wereldoorlog. Verder: een kort verhaal van Vladimir Zazoebrin (1895-193?) over de methodes van de Tsjeka, Lenins geheime politie; en een stuk van Gijs Valkenburg over typisch Russisch gebruik van de psychoanalyse in de literatuurwetenschap.