We zijn in één klap 'n partij die meespeelt; Hooge Huys-directeur C. Boos over het fusieplan van twee verzekeraars

BILTHOVEN, 27 SEPT. Met de gisteren aangekondigde fusie tussen de verzekeraars Hooge Huys en Zwolsche Algemeene blijft het niet. Ook het 'Zwolsche Huys' is te klein. Directeur C.J.J. Boos van Hooge Huys verwacht nog verdere concentratie in het verzekeringswezen.

Tot 1986 was Boos directeur beleggingen bij Zwolsche Algemeene. Hij werkte daar samen met algemeen directeur Th.J. Hubert. Nu zit hij weer met Hubert aan tafel, maar deze keer om een fusie te bespreken.

Boze tongen beweren dat de fusie het gevolg is van Hooge Huys-aandeelhouder Bouwfonds Nederlandse Gemeenten. Het Bouwfonds wil zich toch terugtrekken op de kernactiviteiten en verkocht al eerder de verzekeraars Ubo en Proteq?

Boos: “Het is niet zo dat het Bouwfonds van ons af wil. Simons (bestuursvoorzitter Bouwfonds - red.) heeft gezegd dat verzekeren geen kernactiviteit van het Bouwfonds is, maar wel strategisch van belang blijft. Dat is niet hetzelfde als in de verkoop doen, integendeel. Maar veel media vinden dat onderscheid te ingewikkeld.”

Boos zelf is er veel aan gelegen om het Bouwfonds in de gelederen te houden. Volgens Boos krijgt Hooge Huys 'tientallen miljoenen' premie-inkomen door het Bouwfonds. Bouwfonds is namelijk een belangrijke speler op de hypothekenmarkt, hypotheken die steeds vaker worden gekoppeld aan een levensverzekering die natuurlijk standaard wordt afgesloten bij het Hooge Huys. In feite zijn Hooge Huys en Bouwfonds een bank-verzekeraar.

Toch was voor Boos een probleem dat grootaandeelhouder Bouwfonds niet wilde investeren in verzekeringen. “Wij hebben een lijstje gemaakt met middelgrote bedrijven, waar we mee wilden samenwerken. Toen bleek dat Hubert van de Zwolsche ook zo'n short list had. Wij stonden op elkaars lijsten en we vroegen ons dan ook af of we niet direct met elkaar konden praten.”

Het argument schaalvergroting lijkt vreemd. De som van twee relatieve kleine verzekeraars levert immers nog een kleine verzekeraar op. Uitgaande van de cijfers van het bruto-premie-inkomen van de twee in Nederland behoort de combinatie zowel bij schade als bij leven niet tot de eerste tien. Het lijkt ook vreemd dat het Hooge Huys dat nauwelijks actief is in de op dit moment slecht renderende schadeverzekeringen zich daar op begeeft. De Zwolsche is een typische schadeverzekeraar, die verhoudingsgewijs veel minder winst maakt. Lag specialisatie in de markt voor levensverzekeringen voor Hooge Huys niet meer voor de hand?

Boos: “Wij hebben een onderzoek gedaan onder onze afnemers, de assurantietussenpersonen. Zij willen een compleet pakket: leven, schade, hypotheken en beleggingen. De tendens bij tussenpersonen is namelijk dat zij met minder maatschappijen gaan werken. Nu maken ze gemiddeld gebruik van 40 à 50 inkoopadressen. Uit kostenoogpunt zullen dat er in de toekomst veel minder worden. Om er bij te horen moet je dus ook schadeverzekeringen aanbieden. Wij hadden in het afgelopen jaar 62 miljoen gulden premie-inkomen uit schade. Dat is uit kostenefficiëncy oogpunt veel te weinig. Wij zouden dus moeten groeien, maar in de huidige markt is dat niet aantrekkelijk. De Zwolsche heeft echter 409 miljoen gulden premie-inkomen uit schade. Daarmee zijn we in één klap een partij die meespeelt. Voor de Zwolsche geldt dat op het gebied van levensverzekeringen.”

De aandeelhouders van beide maatschappijen, het Bouwfonds van het Hooge Huys en de Amerikaanse ITT-verzekeringsgroep Hartford voor de Zwolsche, wacht komende weken nog een lastige taak: de waardebepaling. De Zwolsche heeft een wat groter premie-inkomen, maar de winst over 1993 lag bij beide verzekeraars gelijk: rond de 20 miljoen gulden. De vermogens lopen echter sterk uiteen: de Zwolsche heeft 418 miljoen gulden aan eigen vermogen, het Hooge Huys slechts 189 miljoen gulden.

Boos wil niet verder gaan dan dat er gesproken is van een aandeel van het Bouwfonds van tussen de 30 en 40 procent in de nieuwe combinatie. “Dat is een andere tafel, namelijk van de aandeelhouders. Daar ga ik niet over.”

Hoe dan ook, het Amerikaanse conglomeraat ITT krijgt de meerderheid. ITT-dochter Hartford behoort in de verzekeringsbranche tot de groteren, in omvang vergelijkbaar met Aegon.

Boos verwacht niet veel invloed van de moeder op het Nederlandse verzerkingsbedrijf. Hij kan zich dat uit zijn tijd bij de Zwolsche nauwelijks herinneren. Ook een bedrijf als Delta Lloyd is onderdeel van een buitenlands concern, maar gedraagt zich als een Nederlandse verzekeraar.

Boos hoopt echter één ding: de aandeelhouder te interesseren voor verdere groei. “Groter worden, daar denk ik regelmatig over na.” Over vijf jaar ziet het Zwolsche Huys, de naam staat overigens nog niet vast, er anders uit. Boos lacht: “Dan zijn er zeker partijen die ons op hun verlanglijstje hebben staan en dan zijn er ook zeker partijen die wij willen hebben.”