Voorstel voor een aparte wet infrastructuur

DEN HAAG, 27 SEPT. Voor de besluitvorming over belangrijke infrastructurele werken als de Betuwelijn en de uitbreiding van Schiphol moet een aparte Wet Grote Projecten komen.

Alleen zo'n wet kan een einde maken aan de huidige praktijk dat de aanleg van belangrijke infrastructuur tot op het laatst opnieuw ter discussie wordt gesteld.

Dat schrijft de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in het vandaag verschenen rapport 'Besluiten over grote projecten'. Het rapport is gemaakt op verzoek van het vorige kabinet. Aanleiding vormden de lange procedures bij de besluitvorming over belangrijke infrastructurele werken, door het vorige kabinet toegeschreven aan de wel zeer uitgebreide wet- en regelgeving op dit gebied.

Zelf relativeert de WRR het probleem van de lange procedures. Een vergelijkende studie met Frankrijk, Duitsland, België, Zwitserland en Groot-Brittanië leert dat Nederland wat dit betreft niet uit de pas loopt. Een gemiddelde van 15 jaar is ook in Duitsland, Zwitserland en Groot-Brittanië gewoon. Alleen in België en Frankrijk gaat de besluitvorming over grote projecten sneller. Daar staat tegenover dat België weinig inspraak- en beroepsmogelijkheden kent en dat de besluitvorming in Frankrijk sterk centralistisch is.

Volgens de WRR is het voornaamste probleem van het Nederlandse systeem de lange onzekerheid, doordat niet al in het begin een besluit wordt genomen. Hierdoor is sprake van een “onvoorspelbaar en onbeheersbaar” proces, zoals het besluit van het nieuwe kabinet om de Betuwelijn opnieuw ter discussie te stellen onlangs nog aantoonde.

Dit probleem wijt de WRR behalve aan de uitgebreide wet- en regelgeving ook aan de manier waarop belangrijke infrastructurele werken worden aangepakt. Volgens de WRR beschouwen departementen een groot project teveel als “een technische realisatie”, die in besloten kring tot in detail wordt voorbereid en pas daarna naar buiten komt. Deze manier van doen wekt onnodig weerstanden.

Naar analogie van de gang van zaken in Zwitserland stelt de WRR nu voor de besluitvorming over grote projecten in drie stappen te laten verlopen. Om te beginnen zou het kabinet een aantal plannen moeten aanwijzen die voor uitvoering in aanmerking komen, waarna een onderzoek naar kosten en baten bepaalt welke haalbaar zijn. Vervolgens besluit het kabinet, na overleg met lagere overheden en andere betrokkenen, dat een bepaald plan doorgaat. Dit besluit beperkt zich tot de hoofdlijnen, maar is wel bindend. Nu telt bijvoorbeeld het principe-besluit over de Hoge-Snelheidslijn nog 23 deelrapporten, maar verplicht het tot niets.

De derde stap bestaat eruit dat het kabinet de uitwerking op het niveau van bestemmingsplannen uit handen geeft. Die zetten de betrokken gemeenten en provincies op papier. De besluiten worden voor goedkeuring voorgelegd aan de Tweede Kamer en zijn vatbaar voor inspraak en beroep. Een commissie van onafhankelijke deskundigen begeleidt de besluitvorming van begin tot einde.