Tijdig verworven ontzag bezorgt Barejev finaleplaats Interpolis-toernooi; Karpov verspeelt beslissend voordeel

TILBURG, 27 SEPT. De overweldigende voorsprong waarmee Anatoly Karpov dit jaar het supertoernooi in Linares won ontlokte aan Evgeny Barejev een opmerkelijke bekentenis. “Ik had nooit zo'n hoge pet op van Karpov als speler. Iedere keer als ik zag dat hij weer ergens een eerste prijs had gewonnen, vroeg ik me af: 'Waarom?' Nu weet ik waarom.”

Het was een tijdig verworven ontzag dat hem in de tweede halve finale van het Interpolis knock-out toernooi goed van pas kwam. Geconcentreerd tot in de puntjes van zijn slanke vingers versperde Barejev de zevenvoudige winnaar van het Tilburgse schaaktoernooi de toegang tot de finale. Karpov verspeelde een vrijwel beslissend voordeel, wrikte en wrong op zoek naar een nieuwe doorbraak, maar moest na een kleine zeven uur spelen berusten in de remise die hem het uitzicht op de hoofdprijs van honderdduizend gulden definitief ontnam.

Gestoken in een stemmig zwart pak met dito das verscheen de tengere Barejev aan het bord om met zwart de voorsprong te verdedigen die hij een dag eerder in een felle partij had bevochten. Het spitse gezicht van de Moskoviet stond strak en bleek onder het sluike haar, afgestemd op een middag zwaar verdedigen.

De openingskeuze van zijn gelouterde stadsgenoot maakte al meteen duidelijk dat deze een duidelijke strategie voor ogen had. Omdat hij steevast wordt vergeleken met Kasparov heeft Karpov slechts een bescheiden naam als theoreticus. Kasparov weet alles, Karpov heeft dat ongelooflijke gevoel voor stelling en stukken. Zo eenvoudig ligt het natuurlijk niet. Ook Karpov heeft een team dat voortdurend aan zijn openingen schaaft en van tijd tot tijd belegt hij een trainingskamp om zijn wapens op te poetsen.

Zeker als Karpov bij uitzondering terugkeert naar zijn oude openingszet, 1.e2-e4, lijdt het geen twijfel dat hij iets heeft voorgekookt. Barejev nam de uitdaging aan en verdedigde zich met het Frans, een verdediging die hij tot in de verste uithoekjes beheerst. De eerste ontwikkelingen leken Karpov in het gelijk te stellen. Op de veertiende zet week hij af van de partijlijn die Beljavsky in het PCA-kwalificatietoernooi in Groningen tegen Barejev had uitgezet. Een tevreden plooi rond de mond van zijn secondant Podgajets was het gevolg. De trouwe vazal, die gewoonlijk een ondoorgrondelijk stilzwijgen handhaaft, mompelde nu ineens dat ze dit allemaal al op het bord hadden gehad. Alles zag er mooi uit voor wit en de Oekraïense grootmeester Mikhalsjisjin verwoordde de mening van de kenners toen hij stelde dat wit een ideale opstelling tegen de zwarte geïsoleerde pion had bereikt. Maar één voordeeltje maakte nog geen zomer. Barejev boog, maar knakte niet. Achteraf gaf hij grif toe dat hij verloren had gestaan, maar één aarzeling van Karpov op de 29ste zet was voldoende om de verstoorde balans te herstellen. Karpov zocht nog tot de 71ste zet naar mogelijkheden om zijn resterende initiatiefje tastbare vormen aan te laten nemen, maar zijn uitschakeling viel niet meer af te wenden. Glunderend nam Barejev de felicitaties in ontvangst, hoewel hij meteen toegaf dat Karpov in hun mini-match onder de maat had gespeeld. “Misschien was hij vermoeid door al die fraaie overwinningen die hij de afgelopen week boekte.”

De andere halve finale zal in de play-off beslist moeten worden. Salov en Ivantsjoek presenteerden een theoretisch duel van een geheel andere orde. Salov werd niet voor het eerst in zijn leven totaal verrast door Ivantsjoeks openingskeus, dit keer een Pirc, en verzuchtte: “Voor mij was alles vanaf de tweede zet nieuw.” Gewoontegetrouw zocht hij met kleine middelen zijn eigen weg, maar concrete vormen vermocht zijn voordeeltje nergens aan te nemen. Alsof het Ivantsjoek te verwijten viel dat ze twee partijen in evenwicht waren beleven, mopperde Salov: “Tja, hij speelt blijkbaar graag barrages.”