Stijl van regeren deed Laar de das om

De val van de 34-jarige Estse premier Mart Laar, historicus en bij zijn aantreden in 1992 als premier Europa's jongste regeringsleider, is de apotheose van een crisis die al in mei begon en die Laar voornamelijk aan zichzelf te wijten heeft. Toen stapten minister van defensie Indrek Kannik en minister van justitie Kaido Kama op uit protest tegen Laars autoritaire stijl van leiding geven, zijn minachting voor wetten en regels en het gebrek aan overleg met zijn ministers en zijn partij, Isamaa (Vaderland). Laar was toen al herhaaldelijk door de hoogste juridische instanties gewezen op het feit dat sommige van zijn beslissingen in strijd waren met de grondwet.

Sindsdien is het rondom Laar niet meer rustig geweest. In juni stapte de opperbevelhebber van het Estse leger, de Amerikaanse Est Aleksander Einseln, op, uit protest tegen het feit dat Laar achter zijn rug om met Israel over de ontwikkeling van een nationaal veiligheidsconcept had gepraat. Later die maand namen opnieuw twee ministers ontslag, die van financiën en onderwijs. Beiden zijn lid van de Liberaal-Democratische Partij, die daarmee haar deelname aan de coalitieregering beëindigde. Laar ging er toen nog van uit verder te kunnen regeren met zijn andere coalitiepartners. Die echter eisten daarvoor een prijs in de vorm van een verhoging van de sociale uitgaven die Laars hervormingsbeleid in gevaar brachten.In juli raakte Laars positie verder aangetast door een breuk binnen Isamaa, de grootste partij van het land. Twee partijen stapten uit deze overkoepelende organisatie en sloten zich in het parlement aan bij de rechtse oppositie.

Bovendien kwamen diverse schandalen aan het licht die Laar in een kwalijk daglicht plaatsten. Zo bleek dat hij in januari vorig jaar voor vijftig miljoen dollar verouderde wapens had gekocht in Israel, een uitgave die de Estse schatkist zich moeilijk kon permitteren. Nog schadelijker was het roebelschandaal dat deze zomer aan het licht kwam. Toen Estland in 1992 zijn eigen munt invoerde, de kroon, werd de Russische roebel uit de roulatie genomen. Deze zomer werd bekend dat de regering 2,3 miljard roebel had verkocht aan derden en daarvoor 1,89 miljoen dollar had ontvangen. Laar weigerde bekend te maken wie de koper van dit geld was omdat dit “de levens van de bemiddelaars in gevaar zou brengen”. Volgens sommige berichten ging het om de Tsjetsjeense regering van de omstreden president Dzjochar Doedajev, die met een nijpend gebrek aan roebels kampt. Dat was al koren op de molen van Laars critici. Erger nog was dat bij de transactie grote bedragen in de zakken van bemiddelaars - Estse zakenlieden - verdwenen en dat de regering niet kon zeggen wat er met de opbrengst van de transactie was gebeurd. Het schandaal was voor twee coalitiepartners van Laar, waaronder de sociaal-democraten, aanleiding zijn aftreden te eisen. Eind september stapte Marju Lauristin, minister van sociale zaken en aanvoerster van de sociaal-democraten, op met het oog op wat ze noemde “de ethische crisis binnen de regering”.

Laar heeft bij herhaling fouten toegegeven. De grootste, zo zei hij enige tijd geleden, was de vorming van een soort kernkabinet, dat achter gesloten deuren beslissingen nam en doordrukte, zonder de collega-ministers, de coalitiepartijen of het parlement te raadplegen. Die “bende van zeven” bestond uit oude medestrijders in de strijd om de Estse onafhankelijkheid, waarin de jonge historicus zelf een prominente rol speelde, onder wie (tot hun weglopen) de ministers Kranich en Kannik, parlementslid Illar Hallaste, minister van buitenlandse zaken Jüri Luik en Laars adviseur Tiit Pruuli. “Zo werd het besluitvormingsproces beperkt tot een heel nauwe kring. Ik zou dat een dictatoriale stijl van leidinggeven noemen”, zo gaf Laar toe. Volgens hem brak de regeringscrisis - eerder een crisis om personen dan een om thema's - pas goed los toen hij na het aftreden van de ministers Kranich en Kannik in april trachtte aan die manier van regeren een eind te maken.

Al deze schandalen zijn de prijs die Laar heeft moeten betalen voor een verder succesvol en internationaal alom geprezen hervormingsbeleid. De levensomstandigheden van grote delen van de bevolking - vooral de boeren en de bejaarden - zijn sterk verslechterd en de ontevredenheid is groot. Isamaa, dat bij de parlementsverkiezingen van twee jaar geleden 29 van de 101 zetels bemachtigde, haalt bij de peilingen van de afgelopen maanden niet eens de vier-procentsdrempel en zou bij nieuwe verkiezingen niet in het parlement terugkeren.