Statistieken

Ter gelegenheid van een tennistoernooi voor publicisten ben ik op (meestal) warme augustusdagen een aantal keren naar Dordrecht gereden om daar het racket te kruisen met zeer aardige, soms wat dromerige, soms zeer alerte mensen, waarvan er nu één (Mels de Jong) een stuk heeft geschreven dat over tennis en zijn recente probleem handelt: er wordt te snel gescoord en wat doen we eraan? De schrijver het dit geschrift, dat tijdens het toernooi verkregen kon worden voor de nietige prijs van vijf gulden, vraagt zich allereerst af of het wel zo'n goed idee is om de tweede opslag af te schaffen. Hij weet ook de remedie. “Waarom dan maar niet meteen een snelheidsbeperking van de opslag tot bijvoorbeeld 150 kilometer per uur?” Een wonderlijk voorstel. Stel u voor: Ivanisevic scoort een ace.... het publiek klapt. Maar de umpire staart naar zijn apparatuur en schudt vermoeid het hoofd. De snelheid van de bal bedroeg 151 kilometer per uur. Fout dus. Ivanisevic slaat bijna steeds te hard en moet oppassen niet gediskwalificeerd te worden. Zo komen we nergens.

Toch heeft deze Mels de Jong goed werk gedaan. Hij heeft met leeuwemoed en kattengeduld een statistiek aangelegd van het verloop van de rally's op Roland Garros en Wimbledon en koos daarvoor dit jaar twee kwartfinales, alle halve en hele finales van zowel het heren- als het damesenkelspel. Hij noteerde derhalve het aantal malen waarop de bal het net passeerde voordat er gescoord werd. Het hoogste getal dat hij noteerde betrof een eindstrijd tussen Bruguera en Berasategui in Parijs, toen na de eerste opslag de bal 41 keer het net passeerde. De statisticus rekende uit, dat er per groep (mannen, vrouwen, Roland Garros, Wimbledon) geen verschillen bestaan tussen eerste en tweede opslag. Er zijn wel individuele uitzonderingen: Ivanisevic en Larsson hebben op Roland Garros langere rally's na de tweede service, maar Berasategui juist kortere en op Wimbledon zijn het Bergström en Sampras die na de tweede opslag de bal langer heen en weer laten gaan. In de ongelooflijke finale in Parijs tussen de twee Spanjaarden kwam de gemiddelde rally na de eerste opslag neer op 1.65. Na de tweede service bedroeg die 2.3. Bij de dames was het alleen Martinez op Wimbledon die een verschil tussen beide opslagen liet zien. In de finale tegen Navratilova na de eerste opslag 6.86 (op gras!) en na de tweede 3.05.

Het zijn interessante cijfers, deels ook verrassend. Voer voor echte puzzelaars. Dat de bal na de tweede opslag bij velen langer heen en weer gaat lijkt normaal. De tweede opslag is eerder retourneerbaar dan de eerste. Min of meer een incident betreffen de statistieken bij Sampras-Ivanisevic. Beide heren wilden razendsnel scoren en bij de Kroaat kwam dat vaak neer op een regen van foutslagen. Wat Conchita Martinez betreft, haar tweede opslag was zoveel minder dan de eerste, dat op die tweede service soms snel gescoord werd. Verrassend is inderdaad, dat er in Parijs nauwelijks verschil in rally-lengte bleek te bestaan tussen mannen en vrouwen. 5.73 bij de dames tegen 4.99 bij de heren. Op Wimbledon waren de rally's na de eerste opslag bij de vrouwen langer (4.13 tegen 2.68), terwijl er na de tweede opslag geen verschil te zien was. (Die 2.68 illustreert ten overvloede, dat het bij Sampras cs. vaak om pats-boem-tennis ging.)

Mels de Jong komt tot de conclusie dat uit deze statistieken blijkt, dat de huidige argumenten om tot spelregelwijziging te komen “geen hout snijden”. Dat ben ik niet met hem eens. Die 2.68 bewijst hoe kort op gras de rally's duren en dat wil het publiek niet. Vandaar, dat er dezer dagen te lezen viel dat men streeft naar snellere ballen op trage banen en tragere ballen op een snelle ondergrond. Men is daar nog niet uit en Wimbledon roept al dat die maatregel niet zal helpen, want dat men die proef reeds in alle stilte genomen heeft. Maar Wimbledon heeft een zeer conservatieve kant en dat moet ook zo blijven. De rest van de wereld mag zich intensief bezighouden met het inderdaad actuele vraagstuk hoe de grote wedstrijden attractief te houden.