Skiën op twee wieltjes over glooiend asfalt

ROTTERDAM, 27 SEPT. Sidney Teeling ziet de vroegtijdige aftocht van zijn pupil gelaten aan. Geen wonder, meent de bondscoach, “die jongen is de laatste weken keer op keer tot het gaatje gegaan. Logisch dat hij een terugslag krijgt.” Bovendien, zo vindt hij, krijgen “die andere jongens nu ook eens de kans om een titel te pakken”.

Michiel de Groot was afgelopen zondag de grote favoriet voor de Nederlandse titel rolskiën bij de mannen. Na een voortvarende start - waarbij de titelverdediger zijn naaste concurrenten schijnbaar achteloos achter zich liet - moest de junior na drie ronden op het Rotterdamse rolskiparcours Hoge Bergse Bos noodgedwongen uit de wedstrijd stappen. “Ik had totaal geen kracht meer. Klapte volledig dicht, kreeg geen lucht meer”, zei de 18-jarige scholier na afloop. Kernploeggenoot Brouwer maakte dankbaar gebruik van het voortijdige vertrek van de HAVO-leerling en werd eerste op de 25 kilometer.

De Groot geldt als een van de grootste talenten die de Nederlandse Ski Vereniging rijk is. Ondanks zijn jeugdige leeftijd is de erelijst van de Baarnse rolskiër indrukwekkend. Begin deze maand werd hij in Hongarije Europees kampioen bij de junioren, een week later gevolgd door de wereldtitel in het Italiaanse Castello Tesino. Daar behaalde hij eveneens het brons met de Nederlandse estafetteploeg bij de senioren. Verder legde De Groot dit jaar beslag op de wereldbeker, een serie van drie internationale wedstrijden. “Een supertalent, een alleskunner”, jubelt trainer Teeling.

Nederland mag zich met recht een van de toonaangevende rolskinaties noemen, meent de trotse bondscoach, die behalve het rolskiën als hoofd van de zogenaamde Noordse skisporten ook bi- athlon, schansspringen en langlaufen onder zijn hoede heeft. “Wij hebben traditionele wintersportnaties als Zweden, Duitsland en Italië bij het rolskiën inmiddels achter ons gelaten. Dat zegt toch wel wat.”

Rolskiën. Langlaufen op ski's met twee wieltjes. “Ongeveer zoiets als skeeleren, alleen dan een beetje harder”, verduidelijkt Peter de Jong, lid van het bestuur 'Noordse combinaties' van de skibond en sinds een jaar of zeven zelf ook een “fanatieke rolskiër”. Met een snelheid van tegen de veertig kilometer per uur snellen de rolskiërs over geasfalteerd, glooiend terrein. “De techniek sluit nauw aan bij die van het langlaufen. Daardoor is het een ideale vervanging om in sneeuwvrije perioden in conditie te blijven”, vertelt De Jong.

De rolskiërs hanteren twee verschillende technieken om de winterse tegenhanger zo goed mogelijk na te bootsen. Bij de klassieke langlaufstijl, de zogenaamde diagonaalpas, rollen de skiërs met een 'blokkering' achterop de vijftig tot zeventig centimeter lange, aluminium balken. Daardoor kunnen ze vanuit stand afzetten. “Bij de vrije stijl wordt geen gebruik gemaakt van dit remsysteem en maken de rolskiërs een zijwaartse, schaatsende beweging om af te zetten”, doceert De Jong. Ook de wieltjes variëren. “Zwaar rollende” rubberen versus “supersnelle” kunststof wieltjes. Een belangrijk verschil met het skeeleren is het gebruik van stokken voor de coördinatie en de afzet, waardoor ook het lichaam wordt belast. Al met al “lood- en loodzwaar”, zegt De Jong.

Nederland telt zo'n zestien rolskiverenigingen met naar schatting een paar duizend actieve rollers. Sinds 1978 organiseert de landelijke skivereniging jaarlijks Nederlandse kampioenschappen. Aanvankelijk was het rolskiën niet meer dan een training voor het langlaufen. Daar is verandering in gekomen, beweert De Jong. “Het is uitgegroeid tot een volwassen en zelfstandige sport die zowel door recreanten als wedstrijdatleten beoefend wordt.” Afgelopen jaar erkende de internationale skibond (FIS) het rolskiën als een officiële discipline.

Voor coach Teeling blijft de sport wél vooral een “ideale trainingsvorm”. Hij maakt er geen geheim van dat het rolskiën voor zijn pupillen ondergeschikt is aan het langlaufen. “We nemen het natuurlijk wel serieus. Zeker wel. Maar dan vooral als warming-up voor het komende langlaufseizoen.” De titels zijn een mooie opsteker, het 'echte' werk moet nog beginnen. “Als ik mag kiezen tussen rolskiën en langlaufen, kies ik voor het laatste. Een wereldkampioen rolski hebben we al. Nu het langlaufen. Dat spreekt mondiaal pas aan.”

Sinds drie jaar heeft Teelings selectie de beschikking over een eigen onderkomen in het Oostenrijkse Ramsau, waar geregeld getraind wordt. De bondscoach loopt over van ambities. “Ellen van Langen is ook een eenling op atletiekgebied. Zo iemand kunnen wij ook afleveren”, klinkt het vol vertrouwen. Volgens de Noordhollander zijn van de huidige selectie zeker drie à vier man rijp om over vier jaar op de Olympische Winterspelen Nederland op de 'ware' wintersportdisciplines te vertegenwoordigen. “Met alle respect voor de schaatsers, maar schaatsen is voor mij pas het begin van alle wintersporten.”

Dat het zover nog niet is gekomen, is de schuld van de “absurde” toelatingseisen van het NOC. “Als Nederland een 'normaal' land was geweest, waren we er dit jaar in Lillehammer al bijgeweest”, sneert Teeling. “Onze toppers zitten tegen de subtop aan.” Ook Michiel de Groot ergert zich aan de onderwaardering. “Waarom die shorttrackers wel en wij niet?”, vraagt hij zich af.

Dat hij er over vier jaar bij zal zijn als langlaufer lijdt geen twijfel voor de 18-jarige. Nederland telt vooralsnog niet mee op de klassieke wintersportonderdelen, maar als het aan de scholier ligt niet voor lang meer. “Mijn grootste uitdaging is aan te tonen dat Nederland op wintersportgebied - het schaatsen even daargelaten - een rol van betekenis kan vervullen.”