Protest tegen de prijs van een kunstwerk is zinloos

Is het mogelijk de minder goede reputatie van Stedelijk Museumdirecteur Rudi Fuchs even buiten beschouwing te laten? De reputatie dat hij een financieel warhoofd is en zijn kunstenaarsvrienden bevoordeelt? Het mag dan zo zijn dat het Fuchs niet erg lukt die negatieve visie op hem zó te ontkrachten dat zijn meer uitzonderlijke kwaliteiten het gewicht krijgen dat ze verdienen, maar daarmee is de kunst die hij koopt of wil kopen nog niet automatisch verdacht. De commotie die nu is ontstaan over de door hem beoogde aanschaf van een neonwerk van Bruce Nauman en een zeer omvangrijke poëziebundel van de beeldhouwer Carl Andre, lijkt meer door Fuchs' reputatie te zijn ingegeven dan door beschouwing van de aard en kwaliteit van de werken en kunstenaars. Fuchs zelf draagt daar uit naïviteit of ijdelheid nog eens toe bij door publiekelijk een relatie te leggen tussen de genialiteit van zijn kunstenaarsvriendenkring en de kunstenaarsvriendenprijs die hij voor hun werk betaalt. Hij zou moeten weten dat daarmee het idee wordt versterkt dat altijd om hedendaagse kunst hangt en dat ook in de ingezonden brieven weer naar voren kwam, namelijk dat het oordeel over de kwaliteit ervan louter een kwestie is van een complot van de kunstelite.

Is er een complot? Laat ik het zo zeggen: er zijn relaties. Diverse soorten relaties die in de kunstwereld, precies als in de rest van de maatschappij, een uiterst gecompliceerde beweging maken van actie en reactie, aantrekken en afstoten, vriend- en vijandschap. Ze hebben, of ze elkaar nu steunen of naar het leven staan, met elkaar te maken waarbij hun interacties sterk onderhevig zijn aan allerlei culturele en sociale tendenzen, schommelingen en breuken. Dat maakt dat voorspellingen en uitspraken over lange termijn altijd dubieus zijn.

Fuchs' bewering recentelijk in deze krant dat de in 1941 geboren Nauman een genie is, is dan ook niet meer dan een persoonlijke mening. Weliswaar is die mening tegelijk de mening van een directeur van een internationaal befaamd museum die kunsthistorische kennis, aanzien en veel relaties heeft en daarmee ook een bepaalde macht, maar daarmee is de eeuwigheidswaarde van 'zijn' kunstenaars nog geen feit. De geschiedenis heeft geleerd dat het uitzetten en invullen van kunsthistorische lijnen, onverschillig met hoeveel theoretisch aplomb dat gebeurt, geen enkele garantie is voor de blijvende waarde van een kunstwerk. Juist die onzekerheid maakt de geldkwestie rond hedendaagse kunst veel publieker en daarmee ook sensationeler dan die rond oude kunst. De prijs van een Rembrandt staat niet in de publieke opinie ter discussie omdat de kwaliteit niet meer ter discussie staat, de prijs en kwaliteit van een Nauman wel, terwijl de hoogte van die prijs in beide gevallen bepaald wordt door precies hetzelfde marktmechanisme. Dat heeft, zoals we enkele jaren geleden bij het inzakken van de kunstmarkt zagen, zijn eigen onvoorspelbare wetten en protest daartegen is evenveel waard als protest tegen de natheid van regen.

Er kunnen dus geen pertinente uitspraken over de definitieve kwaliteit van een hedendaags kunstwerk worden gedaan en al helemaal niet over de relatie kwaliteit en prijs. Wat wel kan, of in ieder geval geprobeerd kan worden, is het kunstwerk serieus nemen en kijken en voelen wat het zegt en hoe het dat doet. Of het al of niet een aanvulling is op een museale collectie wordt dan vanzelf ook een inhoudelijke kwestie en niet alleen een puur kunsthistorische.

Fuchs legt, als de meeste museumdirecteuren, graag de nadruk op een kunsthistorische lijn. Dat is begrijpelijk. Het museum heeft onder meer tot taak een zekere continuïteit te vinden en te bewaren in de beelden die op bepaalde momenten in de geschiedenis belangrijk zijn gevonden. Daarbij heeft hij duidelijke voorkeuren, zijn 'genieën' zogezegd, die hij zo veel mogelijk in hun ontwikkeling volgt. Nu betekent dat feitelijk dat hij het grootste deel van het budget daaraan besteedt en maar een gering deel aan het zoeken naar nieuwe of andere lijnen. Wèl geld voor nog een Baselitz, nog een Kounellis en nog een Judd bijvoorbeeld, maar niet voor een Beuys die jammerlijk in de collectie van het Stedelijk ontbreekt. Wel het zeer kostbare poëziemanuscript van Andre, maar geen Francis Bacon of Louise Bourgeois. Toch zijn dat kunstenaars (en er zijn andere en minder kostbare voorbeelden) die niet alleen nieuwe perspectieven in de bestaande collectie kunnen openen, maar ook een interessant licht zouden kunnen werpen op kwesties waar jongere kunstenaars nu mee bezig zijn. Van meer dan een verplichte belangstelling daarvoor is nu in het Stedelijk weinig te vinden.

Terug naar de aanstaande aankopen. Het zeshonderd bladen tellende manuscript van Andre is volgens de directeur 'een canon van Andre's oeuvre'. Dat zal best, maar als Fuchs het niet als een persoonlijk relikwie achter slot en grendel wil houden, zal het wel een beroep doen op zijn inventiviteit om het aan meer dan een enkeling te laten zien en lezen. Tot dat moment zullen we niet weten wat Fuchs' mening over Andre als dichter waard is.

Het neon-werk van Bruce Nauman is nu al te zien in de erezaal van het Stedelijk. Fuchs heeft het naast een auto-ongeluk schilderij van Andy Warhol gehangen, want hij ziet er pop-artachtige karakteristieken in en ook wel Naumans thematiek van leven en dood. De combinatie brengt iets aan het schuiven, zowel op het formele als op het inhoudelijke vlak, maar Fuchs moet voor verdere gevolgtrekkingen toch weer teruggeschrokken zijn, want vlakbij staat een monumentale doossculptuur van Donald Judd die alle inhoudelijke scherpte weer danig afblust.

Los van dat al draait de Nauman zijn gecompliceerde verhaal af. Een verhaal waarin menselijke figuren, opgebouwd uit veelkleurige neonlichtlijnen die in een gebroken maar dwingend ritme aan- en uitknipperen, elkaar in verschillende openingen penetreren, fysiek maar niet minder psychologisch. Hun daad is er een van begeerte en lust en even vaak van angst en wanhoop die, gedicteerd door een onvoorspelbare en oppermachtige ritmische beweging, eindeloos moet worden herhaald. De condition humaine hilarisch en schrijnend, hard en liefdevol verbeeld. Een werk om steeds naar terug te keren.