Moeder was een hertje

Hollands Maandblad 1994/9. Veen, 42 blz.ƒ9,25

Niet alleen De Gids is met een verjongingskuur bezig, ook het Hollands Maandblad heeft drie nieuwe, jonge redacteuren geworven. J.J.Peereboom, die sinds het overlijden van K. L. Poll het Hollands Maandblad overeind heeft gehouden, krijgt vanaf het oktobernumer naast zich Bastiaan Bommeljé, Marie-Anne van Wijnen en Maarten Doorman. 'Het wordt een opzienbarende herfst', kondigt Peereboom aan.

Het septembernummer doet nog heel vertrouwd aan. Peereboom legde de hand op de tekst van een lezing die Peter Wesley hield over Pirsigs Zen and the Art of Motorcycle Maintenance; en op een artikel over de receptie van Multatuli in Zuid-Afrika dat de Poolse neerlandicus Jerzy Koch schreef op het NIAS in Wassenaar. Vladimr Bna schrijft over de inspiratiebron van de componist Leos Janacek: de piepjonge Kamila Stösslov'a, aan wie de bejaarde Janacek bijna zeshonderd brieven schreef. Volgens Bna zijn al Janaceks composities evenzoveel pogingen om zijn 'koele muze' voor zich te winnen. Gelukkig is hij daar nooit in geslaagd - “In een echte relatie was Janacek waarschijnlijk al spoedig zo verteerd door gevoelens van jaloezie en achterdocht dat hij geen noot op papier had kunnen krijgen.” Net voordat hij, na tien jaar van platonisch verlangen, eindelijk een kans leek te maken zijn Kamila te veroveren overleed hij aan een longontsteking.

Erik Bindervoet (1962) zet in dit nummmer zijn 'Gedeeltelijk verleden Kadoelen' voort, jeugdherinneringen in korte quasi-dichtregels - “Mijn vader kreeg een bed op zijn hoofd / Mijn moeder was een hertje / En daar is het mee begonnen.” Af en toe roept Bindervoet met een enkel woord de sfeer van de vroege jaren zestig op, maar meestal blijft hij steken in zijn eigen privéwereldje waar wij geen toegang tot krijgen. “Maar de buitenwereld! / Dat is alleen maar verandering! / Wirwar! Chaos! Flux! / En man o man! / Dat gecombineerd & geconfronteerd / Met die onveranderlijke, bij je geboorte / Op aarde gesmeten binnenwereld! / - De oerknal is er niets bij.” Het doet soms verdacht veel denken aan de 'kosmische zelfvergroting' van Willem Kloos.

Bescheidener zijn Esther Segaar en Victor Grashof met hun poëzie. Segaar in 'Door het vuur': “Plaats mij niet in de rij. / Wees mij niet vreemd. / Ontken nooit het vuur / dat ontstoken is, / liever: / brand je eraan.”