Liefdesfestival voor 'harige figuren' op herhaling

ROTTERDAM, 27 SEPT. Drie dagen lang was het Kralingse Bos in Rotterdam het 'popcentrum van Europa'. In de zomer van 1970 trok het Holland Pop Festival, het 'Nederlandse Woodstock', ruim honderdduizend bezoekers, met groepen als Pink Floyd, The Byrds, Dr. John the Nighttripper, Santana en Soft Machine. Rotterdamse gezinnen stonden op zondag voor het hek te gluren naar festivalbezoekers die bloot gingen zwemmen of elkaar zwijgend jointjes doorgaven. Nog dagen na het festival zwierven “harige figuren op blote voeten door het centrum van de Maasstad”, op zoek naar een baantje om de terugreis te kunnen betalen, aldus een verslaggeefster van de NRC.

Woodstock is in augustus van dit jaar in de VS na 25 jaar nog eens over gedaan. De bezoekers dansten in de modder, net als toen. Fotografen en tv-ploegen stonden er omheen. Een groot succes. Enkele Rotterdamse organisaties willen daarom ook het Kralingse Festival volgend jaar herhalen. Net als in 1970 moet het een “vredelievend beeld uitdragen”, vinden ze, maar ook “een balans zijn tussen het softe van de jaren zeventig en de ik-gerichtheid uit de jaren negentig”. De Rotterdamse deelraad Kralingen-Crooswijk vergadert donderdag over het voorstel. Daarna brengt de raad advies uit aan burgemeester Peper, die de vergunning moet geven. De verschillende organisaties zijn nu in onderling geruzie verwikkeld om de gunst van de deelraad.

De actiegroep Behoud Kralingerhout kondigt “oorlog” aan wanneer Peper de vergunning verleent. “Dan gaan we door tot de Raad van State”, zegt M. de Looff, secretaris van de actiegroep. Hij woonde ook in 1970 al in Kralingen. Het festival was volgens hem “een grote puinhoop”, met veel herrie en overlast.

De stichting Generation Vibe, die al drie jaar probeert een popconcert tegen racisme te organiseren in het Kralingse Bos, legt vooral de nadruk op vijftig jaar bevrijding van Rotterdam en de strijd tegen intolerantie en racisme. Tegelijk moet het festival een 'eerbetoon' zijn aan het Holland Popfestival uit 1970. Eén dag popmuziek is daarvoor genoeg, vindt Generation Vibe.

Het Kultureel Organisatie- en Adviesbureau Main Event en de organisatie One & Only Productions daarentegen willen drie dagen, net als in 1970. Rob Bekenkamp van Main Event vindt een anti-racisme concert te simpel en te saai. Samenwerking met Generation Vibe zit er niet in, denkt hij, want “het moet wel leuk worden, geen pinkstergemeente-bijeenkomst”. Op het programma van Main Event staan “de toppers van toen”: ex-leden van Soft Machine, Roger Waters van Pink Floyd, Santana en Dr. John the Nighttripper, maar ook “toppers van nu met een hoog Woodstock-gehalte” zoals Black Crowes, REM, Pearl Jam en Joe Cocker.

Bekenkamp zegt dat hij met de herhaling van het popfestival vooral wil analyseren wat die vernieuwende jongerencultuur uit de jaren zeventig precies voorstelde. Hij wil het spiegelen aan de jongerencultuur van de jaren negentig: “Is het echt zo dat een stukje ideologie is weggevallen?” De jongeren van nu hebben een slecht imago, zegt hij, ze houden meer hun eigenbelang in het oog. “Maar hun ideeën zijn nog steeds maatschappelijk getint. Het gaat alleen anders dan vroeger.”

In de zomer van 1970 liep een groot aantal sociaal-wetenschappelijke onderzoekers en massapsychologen rond in het Kralingse Bos. Dit was dé gelegenheid om de nieuwe jongerencultuur eens van dichtbij te bestuderen. De NRC en het Algemeen Handelsblad voerden in 1970 samen met Utrechtse sociologen een eigen sociologisch onderzoek uit. De “verontruste burger” kon rustig slapen, was de conclusie van dat onderzoek, want “lang niet al het 'langharig tuig' is uit op omverwerping van de bestaande orde”. En 'werkschuw' waren ze ook al niet. De meesten hadden een baan of zaten nog op school. De sociologen vonden de bezoekers vreedzaam, maar wel erg passief. Over politiek werd volgens hen nauwelijks gesproken. Nauwkeurig werd bestudeerd hoe de jongeren met elkaar omgingen. Alles werd gedeeld, niet alleen de jointjes, ook de dropjes en bananen, zonder verwachting van een tegenprestatie. Maar de groepjes bezoekers hadden weinig contact met elkaar. Elke stad en streek had z'n eigen hoekje in het bos. Iedereen ging z'n eigen gang, zo viel de onderzoekers op, “persoonlijke vrijheid was het leidend principe”. Ergernis was er alleen voor de Rotterdammers die voor het hek stonden te gluren.

Daar stond in 1970 ook J. la Croix, nu de fractievoorzitter van het CDA in de deelraad van Kralingen-Crooswijk. Uit nieuwsgierigheid, want “festival-minded” was hij niet. Zijn collega A. van Ooijen, fractievoorzitter van de D66-fractie in de raad, was bezoeker van het festival. Dat was “hartstikke leuk”, zegt hij, maar vijfentwintig jaar later is hij het eens met La Croix. Ook hij vindt dat een festival in 1995 aan “strikte voorwaarden” moet zijn gebonden. Het mag niet langer duren dan een dag, en het moet in de eerste plaats een feest zijn voor vijftig jaar bevrijding van Rotterdam, want Van Ooijen gelooft niet dat de love en peace gevoelens uit zijn jeugd nog leven in deze tijd: “Alles was toen nog softie en relaxed. Zo zit de wereld niet meer in elkaar.”

Rob Bekenkamp van Main Event noemt het een ramp dat zijn organisatie zo afhankelijk is van het advies dat de deelraad aan Peper gaat geven. De fracties genieten van de macht die ze hebben, terwijl ze van festivals geen verstand hebben, zegt hij: “Hun schrikbeeld is dat iedereen weer bloot de vijver in duikt.”