Jacht op jagers

De recensie getiteld 'Humor' in de jacht op de jager' (NRC Handelsblad, 13 september) confronteerde mij weer eens met de onzindelijke, gepreoccupeerde wijze waarop de Dierenbescherming actie voert tegen de jacht en jagers, waarbij op een schijnheilige manier gebruik wordt gemaakt van goedkope sentimenten. Vorig jaar was het een advertentiecampagne in de landelijke dagbladen, waarin de ene groep Nederlanders tegen de andere werd opgezet, door de oproep om gewapend met een fototoestel anderen tijdens hun 'gruwelijke' vrijetijdsbesteding op de foto vast te leggen en ze zo aan de schandpaal te nagelen. Bij mij roept het associaties op met het bij de vijand aangeven van andersdenkenden tijdens de Tweede Wereldoorlog, een vergelijking die je wel niet zal mogen maken, zijnde een zaak van een andere orde, maar er zitten ontegenzeggelijk overeenkomsten in. En dat onder het toeziend oog van beschermvrouwe Hare Majesteit de Koningin, hoe is het mogelijk.

Dit jaar is het een toneelvoorstelling, met als doel de resterende 12 procent van ons volk die zich nog niet tegen de jacht heeft verklaard te hersenspoelen. Beseffen de 88 procent landgenoten echter wel waar ze precies tegen of voor zijn? Een logisch vervolg lijkt mij namelijk een binnenkort te starten actie van de Dierenbescherming tegen restaurants die wild op het menu hebben. En de minister zal verzocht worden de import van wild te verbieden, want die dooie dieren hebben ook ergens op een voor de Dierenbescherming onaanvaardbare manier het leven gelaten.