Het goud van het IMF

Verrassing: de conservatieve Britse minister Kenneth Clarke van financiën en de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie NOVIB zijn het roerend met elkaar eens. Het Internationale Monetaire Fonds (IMF) moet een deel van zijn goudvoorraad verkopen ten behoeve van vermindering van de schulden van de armste ontwikkelingslanden. De NOVIB lanceerde dit plan op 12 september als onderdeel van een campagne in het kader van 'Vijftig jaar Bretton Woods', de oprichting van het IMF en de Wereldbank in Bretton Woods in 1944. Clarke kwam twee weken later met zijn voorstel. Het goud van het IMF heeft een onweerstaanbare aantrekkingskracht.

Hoe komt het IMF aan al dat goud? Een land dat lid wordt van het IMF, moet een deel van zijn reserves bij het Fonds onderbrengen. Vroeger, toen in het wisselkoersstelsel van Bretton Woods de munten aan de dollar en de dollar aan het goud gekoppeld was, gebeurde dit voor een deel in goud. Het goud in de koffers van het Fonds behoort dus tot de monetaire reserves van de lidstaten.

De rol van het goud in het internationale monetaire stelsel was in 1971 uitgespeeld, toen president Nixon een einde maakte aan de inwisselbaarheid van dollars in goud.

Het IMF bleef met een enorme goudvoorraad zitten, 75 miljoen troy ounce (een troy ounce is 31 gram) waarvan de marktwaarde in de inflatiejaren zeventig enorm toenam door de explosieve stijging van de goudprijzen. De toenmalige directeur van het IMF, de Nederlander dr. H. Johannes Witteveen, stelde in 1976 voor om een derde van de goudvoorraad te verkopen. De Europeanen zagen er niets in. Ze hadden vòòr 1971 op grote schaal dollars in goud ingewisseld en vooral de Franse, Nederlandse en Zwitserse centrale banken hadden enorme hoeveelheden goud gehamsterd. Dumping door het IMF zou een negatief effect op de waarde van die reserves hebben.

Bovendien: het goud was van de lidstaten. Wat moest er gebeuren met de opbrengst? Uiteindelijk werd een compromis bereikt: een zesde van de goudvoorraad werd teruggegeven aan de nationale reserves en een zesde werd verkocht, waarbij de opbrengst in een fonds werd gestort ten behoeve van ontwikkelingslanden. Dit zogenoemde Trustfonds bestaat nog steeds en wordt gebruikt om zachte kredieten aan de armste landen te verstrekken.

Het IMF beschikt nu nog over goudreserves ter waarde van 40 miljard dollar en om de zoveel tijd duiken er voorstellen op om een deel van dat goud te verpatsen. De opbrengst kan dan voor een of ander goed doel gebruikt worden.

Vorig jaar stelde de toenmalige Britse minister van financiën Norman Lamont al voor om wat IMF-goud te verkopen. Hij kreeg bij de overige industrielanden geen steun. Deze week heeft zijn opvolger Clarke het voorstel opnieuw gelanceerd: vandaag op de jaarlijkse bijeenkomst van de ministers van financiën van het Gemenebest, en volgende week zal hij het herhalen op de jaarvergadering van het IMF in Madrid. De Britten willen het geld gebruiken voor schuldvermindering van de armste ontwikkelingslanden. Bij de landen die Clarke noemt, bevinden zich opmerkelijk veel ex-Britse kolonies.

Volgens de Nederlandse autoriteiten moet schuldverlichting van de armste landen betaald worden uit begrotingsgeld. Maar daar voelen andere industrielanden weinig voor, omdat ze toch al aankijken tegen hoge tekorten en bezig zijn met bezuinigingen. Nederland gebruikt geld uit de ontwikkelingsbegroting voor schuldvermindering en voor het wegwerken van betalingsachterstanden van sommige arme landen aan bijvoorbeeld de Wereldbank. Maar Groot-Brittannië trekt weinig geld uit voor ontwikkelingssamenwerking. Dan is de goudverkoop, waarbij het om de reserves van iedereen gaat, een voordelige oplossing.

Het aantrekkelijke van schuldverlichting door goudverkoop is dat het ogenschijnlijk niets kost. Althans: niemand merkt er iets van als monetaire reserves te gelde gemaakt worden. Maar reserves zijn er voor geval van nood en ter schraging van de geloofwaardigheid van het IMF, officieel nog altijd een monetaire institutie.

Aan de andere kant: dat goud ligt maar in de kluis van het IMF en brengt niets op. Eind 1992 heeft De Nederlandsche Bank ter waarde van 7,5 miljard gulden aan goud verkocht (400 ton goud) en de opbrengst gebruikt om deviezen aan de reserves van de bank toe te voegen. Het was een swap, een omzetting van passief goud in rentegevende deviezen. Die rente-inkomsten verhogen de winst van De Nederlandsche Bank. Hetzelfde zou het IMF kunnen doen: goud verkopen en dollars, D-marken, guldens of andere harde munten aan zijn reserves toevoegen en de rente die deze valuta opbrengen, gebruiken om - bijvoorbeeld - de schulden van de armste lidstaten te verlichten.