Documentaire beheerst fotofestival

Photo International Rotterdam, 29/9 t/m 6/11, diverse lokaties; volledig programma-overzicht in festivalkrant; inlichtingen: 010-2132011 (Nederlands Foto Instituut, Witte de Withstraat 63, Rotterdam)

ROTTERDAM, 27 SEPT. Op 29 september opent de eerste editie van Photo International, de tweejaarlijkse fotomanifestatie waarmee het Nederlands Foto Instituut (NFI) in Rotterdam nationaal en internationaal de aandacht op zich hoopt te vestigen. Deze manifestatie zet de Fotografie Biennale voort, voorheen georganiseerd door het fotografisch centrum Perspektief, dat formeel is opgegaan in het begin dit jaar opgerichte NFI.

Photo International kent volgens NFI-directeur Adriaan Monshouwer een conventionele festival-opzet, en verschilt in grote lijnen dus nauwelijks van haar voorganger: thematische hoofdexposities, kleinere tentoonstellingen op diverse lokaties in de stad en nevenprogramma dat vooral op specialisten is gericht. Wèl veranderd is het aantal hoofdtentoontellingen, zes, en de presentatie daarvan in drie aansluitende blokken van telkens twee tentoonstellingen.

Voor deze ongebruikelijke opzet is gekozen op grond van de ervaringen van andere fotofestivals. Monshouwer: “Wie drie of vier tentoonstellingen op een dag bekijkt, krijgt een soort visuele jetlag en neemt niets meer op.” Weliswaar moet de bezoeker nu drie keer reizen om alle hoofdexposities te bezoeken, maar “wie Poetry International of een filmfestival bezoekt is ook meer dan één dag zoet”, aldus Monshouwer.

De zes hoofdtentoonstellingen van Photo International vertonen op het eerste gezicht weinig samenhang: vluchtelingen in Europa naast de verbeelding van het atoom (eerste blok, t/m 9/10), fotografen in Zuid Afrika naast de verbeelding van oorlog door vrouwelijke fotografen (13 t/m 23/10), nieuwe wegen in het klassieke foto-essay naast actuele vormgeving van maatschappelijk engagement (27/10 t/m 6/11).

Volgens festival-coördinator Karel Winterink wordt het verband tussen de tentoonstellingen gevormd door de veranderende relatie tussen foto en realiteit, mede veroorzaakt door technologisch ontwikkelingen als digitale beeldmanipulatie. Deze kwesties zullen ook aan de orde komen op de symposia die na afloop van ieder tentoonstellingsblok plaatshebben.

Vier van de zes tentoonstellingen zijn samengesteld door curatoren afkomstig uit Engeland, Frankrijk en Zuid-Afrika. De organisatoren hopen dat deze samenwerking op termijn zal leiden tot mogelijkheden om ook Nederlandse fotografen in het buitenland te presenteren.

Hoewel vrijwel alle curatoren putten uit het documentaire genre, is het aanbod zeer divers. Zo presenteert Leo Divendal in zijn tentoonstelling over vluchtelingenproblematiek, Strangers in Paradise, onder meer recente foto's van Rineke Dijkstra gemaakt in asielzoekers-centra, portretten die de Belg Stephan Vanfleteren nam van Afrikaanse voetballers en een serie van de Italiaan Marco Pesares over Nigeriaanse trein-prostituées. Onder de twintig fotografen in deze expositie bevindt zich ook Ata Kando met haar uit 1956 daterende reportage over Hongaarse vluchtelingen.

Paul Wombell, directeur van de Photographers' Gallery in London, maakt in The Atom gebruik van beelden variërend van door nuclaire vervuiling aangetaste landschappen (Peter Goin, Amerika) tot wetenschappelijke fotografie uit de US State Library en het archief van het nucleaire onderzoekscentrum CERN in Genève. Het NFI zelf draagt een tentoonstelling bij onder de titel Different Stories, waarin stafmedewerker Frits Gierstberg aandacht besteedt aan hedendaags maatschappelijk engagement, gegoten in de vorm van multi-media installaties.

Behalve in het NFI zijn tijdens Photo International nog exposities te zien op ruim veertig andere lokaties, zoals Museum Boymans-van Beuningen (een keuze uit de collectie), de Kunsthal (Hollandse interieurs van Theo Baart) en het Museum voor Volkenkunde (historische fotografie in Zuid- en Zuid-Oost Azië van o.a. Samuel Bourne). Een van de deelnemende galerieën, Duo Duo, exposeert eerder openbaar gemaakte politiefotografie uit de eerste helft van deze eeuw.

Pas na afloop van de manifestatie verschijnt de catalogus, misschien met Photo-CD, waarin tevens verslag wordt gedaan van de lezingen en de discussies tijdens de symposia.