Behaviour

In het sociaal verkeer worden stemgeluiden gebruikt voor herkenning en het leggen van contact, voor begroeting en het uiten van dreigementen of angst.

Aldus C.J.C. Phillips in Cattle Behaviour. Hij onderscheidt hierbij vijf lettergrepen, die worden aangeduid met m, en, en, h en uh.

Het m-geluid wordt met gesloten mond voortgebracht via de neusvleugels. Bij het en-geluid gaat de mond open; naarmate de toonhoogte toeneemt wordt de stemspleet aangesnoerd. Het en-geluid ontstaat meestal bij een plotselinge toename van frequentie en amplitude van het en-geluid en is te vergelijken met het overblazen van een blaasinstrument. Bij het h-geluid staat de mond nog open of wordt hij juist gesloten, terwijl middenrif en lippen zich ontspannen na het en-geluid. Het uh-geluid ten slotte ontstaat door snel inademen.

Deze vijf klanken worden gecombineerd tot zes belangrijke calls, te weten: mm, men(h), (m)enh, men en h, (m)(en) en h en men en huh. Dit op een schaal van toenemende opwinding, van zacht plezier bij de komst van de boer, het melken of de verstrekking van voedsel tot uiterste frustratie bij ernstige honger of verwijdering van het kalf. De laatste twee calls worden hoofdzakelijk door stieren gebruikt, die trouwens toch al luidruchtiger zijn dan koeien. Het vrijuit loeien van kalveren wordt verklaard door het ontbreken van roofdieren.