Autonome regio's discussiëren over toekomst van Spanje; González wil trouw aan grondwet

MADRID, 27 SEPT. De Spaanse minister-president Felipe González heeft gisteren de presidenten van de de autonome regio's waarin Spanje verdeeld is, opgeroepen hun trouw aan de grondwet te verklaren en een staatkundige hervorming te steunen.

Gisteren begon in Madrid een drie dagen durende discussie over de vraag hoe de macht tussen de centrale regering in Madrid en de zeventien autonome regio's in de toekomst verdeeld moet worden. Daarbij zal onder andere een voorstel van de regering ter sprake komen om de Spaanse Senaat om te vormen tot een orgaan waarin de regio's vertegenwoordigd zijn.

In de oude zaal van het gebouw van de Senaat nam de centrale regering van Felipe González plaats tegenover zestien van de zeventien presidenten van de autonome regio's. Het is voor het eerst sinds het invoeren van de Carta Magna, de democratische grondwet van 1978, dat in Spanje op deze wijze wordt gedebatteerd over de toekomst van de Spaanse staat en de rechten van de zogenaamde Autonomías, de autonome regio's. Vooral de rechtse oppositie vreest daarbij dat een verdergaande onafhankelijkheid van de regio's uiteindelijk zal leiden tot het uiteenvallen van Spanje. Zij menen dat González daarbij te veel ruimte geeft aan de regionale nationalistische partijen in ruil voor steun aan diens socialistische minderheidsregering.

Hoewel de eerste bijeenkomst in een rustige sfeer verliep, stond de vergadering vooral in het teken van het afhaken van de presidentiële vertegenwoordiger van de regio Baskenland. President José Antonio Ardanza bleef thuis. De lehendakari (Baskisch voor leider), lid van de Baskische nationalistische partij PNV, had daags tevoren - tijdens een bijeenkomst van zijn partij voor de regioverkiezingen in Baskenland over vier weken - de vergadering in de Senaat als “theatrale onzin” van de hand gedaan.

PNV-leider Xabier Arzalluz - algemeen gezien als de werkelijke president in het Baskenland in plaats van de weinig tot de verbeelding sprekende Ardanza - ging bij dezelfde gelegenheid nog een stap verder. “Ze willen dat Ardanza als lehendakari die oplichterij in de Senaat legitimeert, terwijl iedereen weet dat het nergens toe dient”, aldus Arzalluz. “Wij zijn noch waren trouw aan de grondwet. We hebben deze verworpen en ze kunnen ons geen trouw afdwingen aan iets dat we niet willen.” Applaus van het duizendvoudige publiek inclusief de lehendakari.

Over een krappe maand wordt een nieuwe Baskische regioregering gekozen en Arzalluz, een als charismatisch omschreven voormalige priester, bespeelde krachtig de nationalistische gevoelens onder zijn gehoor. Met zijn betoog bracht hij in herinnering dat de Baskische nationalisten in 1978 weigerden mee te stemmen over de grondwet, die overigens met groot enthousiasme in Spanje werd onthaald. Spanje heeft niets over Baskenland te zeggen, zo is nog steeds de redenering.

De herhaalde oproepen van González gedurende zijn toespraak in de Senaat trouw te blijven aan de grondwet gold als een manier om de Baskische nationalisten van repliek te dienen. “Het staat buiten discussie dat we met het huidige staatsmodel tegemoetkomen de veelzijdigheid van Spanje waarbij tegemoet wordt gekomen aan de aspiraties van zelfbestuur”, aldus de premier.

Het is niet voor de eerste maal dat de Baskische nationalisten van de PNV de grondwet publiekelijk verwerpen en de reacties bleven voor het overige dan ook wat aan de lauwe kant. Rodriguez Ibarra, de socialistische president van de armlastige regio Extremadura, noemde het verwerpen van de grondwet zelfs “logisch”. “Van tijd tot tijd herinnert iemand op een partijfeest aan het uiterste doel in het programma. Maar iedereen weet dat het een keer per jaar uit de kist wordt gehaald en verder niets met de werkelijkheid te maken heeft.”

In tegenstelling tot zijn Baskisch-nationalistische collega verscheen Jordi Pujol, de Catalaanse nationalist die reeds veertien jaar als president de scepter over Catalonië zwaait, wel in de Madrileense senaat. Samen met Baskenland en Galicië behoort Catalonië tot de regio's die het verst gevorderd zijn met het zelfbestuur. Op een groot aantal beleidsterreinen, zoals onderwijs, cultuur en infrastructuur heeft de regioregering zeggenschap. Baskenland en Catalonië beschikken over een eigen politiemacht. Waarnemers menen dat met name Catalonië in wezen een staat in de staat is geworden, waarbij alleen een eigen leger nog ontbreekt. Hoewel de buitenlandse politiek in handen van de centrale regering in Madrid blijft, weet Pujol op zijn veelvuldige reizen naar het buitenland regelmatig de indruk te wekken dat hij een staatshoofd is van de onafhankelijke natie Catalonië. De overige regio-presidenten kijken met afgunst of bewondering naar de positie die Pujol zichzelf verworven heeft. Hoewel de Catalaanse nationalisten geen deel uitmaken van de regering, weet het minderheidskabinet van González zich ook voor het komende jaar weer door hen gesteund. Vooral de rechtse oppositiepartij Partido Popular - wiens leider José Maria Aznar gisteren opviel door afwezigheid in de Senaat - meent dat Spanje hiermee van uit het regeringspaleis van Pujol in Barcelona wordt bestuurd. Pujol, die aanvallen op zijn politiek doorgaans afdoet als aanvallen op heel Catalonië, meent op zijn beurt dat Aznar het oude Spaanse nationalisme predikt. Ondanks de sfeer van oplopende spanningen verklaarde Pujol, die zijn betoog in het Catalaans hield, op geïntegreerde wijze mee te zullen werken in de Spaanse staat, zij het dat Catalonië als een apart geval dient te worden behandeld.

In de afgelopen vijftien jaar maakten de Spaanse regio's een stormachtige ontwikkeling door. Inmiddels wordt meer dan een kwart van de overheidsbestedingen via de regio's uitgegeven en dit aandeel groeit nog steeds. Er zijn ruim 590.000 ambtenaren in dienst van de regioregeringen, ruim 80.000 meer dan er lokaal zijn gestationeerd door de centrale overheid. Critici van de regionalisering van Spanje menen dat het systeem zeer duur en ondoelmatig is.