Akkoord Brussel verwacht bij redding Nedcar

BRUSSEL, 27 SEPT. Na tweeëneenhalf jaar onderzoek zal de Europese Commissie een verklaring van geen bezwaar afgeven tegen de overeenkomst die de Nederlandse staat, Volvo en het Japanse Mitsubishi eind 1991 hebben gesloten over het voortbestaan van Nedcar.

De formele goedkeuring van de transactie met Misubishi geschiedt waarschijnlijk morgen als de Europese commissarissen voor hun wekelijkse vergadering bijeenkomen. Omdat de betrokken ambtelijke diensten van de Commissie inmiddels een positief advies hebben gegeven, gaat men er in Brussel vanuit dat er geen politieke moeilijkheden meer zullen opduiken.

Het verlieslijdende automobielconcern Nedcar in het Limburgse Born, dat balanceerde op de rand van de afgrond, werd in 1991 nieuw leven ingeblazen door de samenwerking met het Japanse automobielconcern Mitsubishi. De Europese Commissie heeft onderzocht of daarbij geen sprake is geweest van ongeoorloofde steun van de Nederlandse overheid.

Met name heeft Brussel daarbij gekeken naar verkoop van overheidsaandelen aan Mitsubishi en naar de financiële injectie die Den Haag heeft toegezegd voor de ontwikkeling van een nieuwe auto in Born.

De aandelen van Nedcar waren voor de samenwerking met Mitsubishi in handen van de Nederlandse staat (70 procent) en het Zweedse Volvo (30 procent). Momenteel hebben de staat, Volvo en Mitsubishi ieder een belang van eenderde.

De Nederlandse overheid heeft aangekondigd dat zij haar belang uitelijk tegen 1998 zal verkopen aan de aandeelhouders voor een bedrag dat gelijk is aan de prijs die Mitsubishi heeft betaald voor zijn belang, ongeveer 200 miljoen gulden.

Daarnaast werd de aandacht van Brussel getrokken door de 700 miljoen gulden die Den Haag als renteloze lening aan Nedcar heeft gegeven voor de ontwikkeling van een nieuwe auto. Ook Volvo en Mitsubishi hebben ieder een soortgelijk bedrag geïnvesteerd.

Nedcar en het Nederlandse ministerie van economische zaken hebben de Commissie er nu kennelijk van kunnen overtuigen dat er geen sprake is geweest van oneerlijke overheidssteun, waarbij Mitsubishi ten onrechte is bevoordeeld.

Van Nederlandse zijde is daarbij onder andere gewezen op de waarde die moet worden toegekend aan de inbreng van de kennis van het Japanse bedrijf in Nedcar.