'Absurd' hoge prijzen op Amsterdamse Antiquarenbeurs; 80.000 gulden voor Ulysses

15e Internationale Antiquarenbeurs, 29 september t/m 1 oktober, RAI-congrescentrum, Europaplein, Amsterdam, do. 16-21u, vr. en za. 11-18u. Toegang F 12,50, incl. catalogus.

Ze klinken bijna verontwaardigd, de Nederlandse antiquaren die eind deze week zullen deelnemen aan de Vijftiende Internationale Antiquarenbeurs in de Rai. Maar ook een beetje verlekkerd, wanneer ze het hebben over de 'absurd' hoge prijzen die hun Amerikaanse collega's vragen en krijgen voor twintigste-eeuwse literatuur. '80.000 gulden voor een eerste druk van Ulysses' roept Piet van Winden uit. Hij is eigenaar van het Leidse antiquariaat AioloZ, gespecialiseerd in Nederlandse literatuur. Voor Nederlandse eerste drukken zijn de prijzen heel wat bescheidener. Zijn eigen eerste editie van Paul van Ostaijens bundel Het Sienjaal uit 1918, toch een bijzonder exemplaar omdat de editie grotendeels is vernietigd, kost volgens de beurscatalogus 3600 gulden. Ook de jonge antiquaar Iris van Daalen schudt haar hoofd over de 14.000 gulden die een Amerikaanse handelaar vraagt voor een eerste, Spaanse druk van Marquez' Honderd jaar eenzaamheid uit 1967. 'Je vraagt je weleens af: betalen ze in Amerika teveel of betalen ze hier te weinig?'

Het laatste, meent Bubb Kuyper, antiquaar en veilinghouder in Haarlem en voorzitter van de Nederlandse Vereeniging van Antiquaren (NVVA): “Dat je in Nederland voor maar 1000 gulden een eerste druk van Max Havelaar kunt krijgen vind ik bijna even absurd.” Uiteraard hebben de handelaren in Angelsaksische literatuur het voordeel van een grotere markt, en naar men fluistert bestaat er in Engeland en de VS ook een grotere verzameltraditie. Maar de Amerikaanse antiquaren wijzen er bovendien fijntjes op dat er bij hen nu eenmaal tientallen universiteits- en andere bibliotheken zijn die, anders dan in Nederland, nog de beschikking hebben over royale aankoopbudgetten. Hoe dan ook, het prijspeil in de Angelsaksische landen brengt de moderne letterkunde daar als verzamelobject op gelijke hoogte met het van oudsher veel duurdere oude boek. Iets dat in Nederland nog lang niet het geval is.

De prijsverschillen vallen dit jaar extra op omdat de Europese Antiquarenbeurs in de Rai voor een keer samenvalt met het tweejaarlijkse congres van de Internationale Antiquarenvereniging (ILAB), dat in telkens een andere wereldstad plaatsvindt. Driehonderd leden congresseren deze week in Amsterdam, en zo'n 60 buitenlandse handelaren die anders nooit in de RAI te vinden zijn, waaronder veel Amerikanen, nemen aansluitend deel aan de beurs. De beurs, die donderdag begint, is dit jaar met 125 deelnemers dan ook twee keer zo groot als normaal. En het aanbod: de absolute top.

Van verluchte middeleeuwse handschriften (sommige van meer dan een miljoen gulden) tot brieven en manuscripten van nog levende schrijvers (een paar honderd gulden); van zeventiende-eeuwse atlassen tot een zeldzaam achttiende-eeuws pamflet tegen sodomie (Van der Steur), van brieven van de Amerikaanse dichteres/schrijfster Sylvia Plath (twee voor 15.000 gulden, Lopez) tot een negentiende-eeuwse prent van de eerste ballonvaart in Japan (Hotei Japanese Prints); het ligt straks drie dagen lang uitgestald in de RAI in Amsterdam. Wie er onvoorbereid binnen loopt, zal moeten oppassen niet te verdwalen in de zee van boeken en prenten. Net als de verzamelaars die hun belangrijkste klanten vormen, zijn de meeste aanwezige antiquaren echter zeer gespecialiseerd. De een heeft van alles in huis over de geschiedenis van de geneeskunst, de ander richt zich op de Reformatie of de liedkunst.

De prijzen variëren naar gelang de populariteit van het verzamelgebied. Nederlandse prenten van vóór 1800, bijvoorbeeld, van gerenommeerde meesters als Paulus Potter en Jan van de Velde, zijn vaak te koop voor slechts een paar honderd gulden. Prentenverzamelaars zijn immers dun gezaaid. Verluchte middeleeuwse handschriften daarentegen zijn zo duur geworden dat alleen de meest kapitaalkrachtige antiquaren het zich nog kunnen veroorloven om er in te investeren; een van hen is de op de Rai aanwezige Duitser Heribert Tenschert, internationaal vermaard om zijn fabuleuze aanbod. In Nederland is antiquariaat Forum een van de weinige 'groten' die dergelijke manuscripten nog op enige schaal verhandelt, en bovendien een ruime keuze biedt uit zestiende- en zeventiende-eeuwse atlassen en geïllustreerde dieren- en plantenboeken, vanouds beschouwd als de top van de markt.

Ook dat zestiende- en zeventiende-eeuwse drukwerk wordt steeds schaarser en dus duurder: het grootste gedeelte bevindt zich inmiddels in bibliotheken en musea, vanwaar het niet meer opnieuw op de markt komt. Hoewel het aanbod aan oude boeken en prenten juist deze week in Amsterdam verbluffend groot zal zijn, klagen alle antiquaren over het afnemen van de voorraad. Was het vroeger nog mogelijk om als 'algemeen' antiquaar met een klein kapitaaltje te beginnen en langzaamaan een steeds betere voorraad aan te leggen, tegenwoordig kan niemand zonder 'financiële achtergrond' zich nog toeleggen op het zestiende- en zeventiende-eeuwse boek. Beginnende antiquaren zoeken daarom een eigen gaatje in de markt.

Iris van Daalen van het Utrechtse antiquariaat Acanthus, een van de vijf nieuwe leden die dit jaar na een strenge ballottage is toegelaten tot de NVVA, en die daarom voor het eerst aan de beurs mag deelnemen, handelt in curiosa. “Toen ik vijf jaar geleden begon wilde ik me eigenlijk toeleggen op reisbeschrijvingen en op Indië en Japan, maar het viel niet mee om daar tussen te komen. Gevestigde handelaren zijn slagvaardiger, ze weten al wat ze voor een boek kunnen betalen en waar hun klanten zitten. Ze kunnen dus grotere risico's nemen. Je moet het daarom hebben van een verzamelgebied waar anderen nog niks in zien.” Min of meer bij toeval stuitte ze daarop toen ze de antieke vitrinekasten in haar winkel met oude papieren spelletjes en ander vrolijk ogend drukwerk vulde. Nu zijn haar achttiende-eeuwse uitklapbidprentjes, de door Jan Toorop ontworpen boekstempels uit 1895 (850 gulden) en de vroeg-twintigste eeuwse handelscatalogi van spaghetti of van Boheems glaswerk de kern van haar aanbod. “Zulke catalogi zijn in het verleden meestal weggegooid. Maar het zijn unieke bronnen. Stel je voor dat je toevallig wilt weten hoe spaghetti er rond de eeuwwisseling uitzag.”