Woede over meloenen en moslim-muziek

Deze zomer constateerde de Haarlemse politie een verhoogd aantal winkeldiefstallen door asielzoekers. Juist nu maatregelen verbetering hebben gebracht, lopen de sentimenten tegen het opvangcentrum in Haarlem-Noord hoog op.

HAARLEM, 26 SEPT. “Het kost ons gewoon omzet die gasten. Ze zitten overal aan, je moet constant je aandacht erbij houden. En ze praten niet, ze schreeuwen. De tijd van 'ach, we moeten maar een beetje aan elkaar wennen' is voorbij. En dan praat ik ook voor mijn collega-winkeliers. De maat is vol. Dat centrum moet weg.”

Met zijn vinger tikt hij op het glas van zijn gesloten vitrine. Meneer Lijnzaat - 'de opmerkelijke, betere juwelier' - meent dat asielzoekers de buurt en de handel rondom de Generaal Cronjéstraat bederven. Persoonlijk heeft hij nog geen last gehad van diefstal, daar zorgt hij wel voor. Maar je wordt toch knap van je werk gehouden. En het gaat heus niet om een klein groepje, zoals de directie van het centrum beweert. “Met het overgrote deel van wat daar in die kazerne zit is mis”, weet Lijnzaat.

Twee weken geleden heeft het gemeentebestuur een team van acht agenten ingesteld die tot taak hebben asielzoekers uit de oude Ripperda-kazerne in het nabijgelegen winkelcentrum 'te volgen'. Afgelopen vrijdag heeft het gemeentebestuur aangekondigd dat ze in Den Haag wil aankloppen voor meer agenten bij het opvangcentrum.

Van de winkeliersvereniging in de Generaal Cronjéstraat kwamen in mei de eerste signalen van overlast, winkeldiefstal en zakkenrollerij. Dat was twee maanden nadat de kazerne was omgevormd van een centrum voor uitsluitend Bosnische vluchtelingen tot een zogeheten OC: een centrum voor eerste opvang van asielzoekers. In de volle, oververwarmde slaapzalen van de Ripperda-kazerne wonen op dit moment ongeveer 750 mensen van meer dan vijftig nationaliteiten. De meesten blijven niet langer dan vier tot zes weken.

“Die overgang heeft gezorgd voor de nodige druk, zowel intern als in de buurt”, geeft wethouder B. van Vliegen van sociale zaken en welzijn toe. Opeens liepen er door het rustige buurtje niet alleen meer 'zielige' Bosniërs rond - “mensen die toch een beetje meer zo zijn als wij” - maar mensen van allerlei kleur en pluimage. De gemeente wilde de klachten van de winkeliers serieus nemen en daarom heeft de politie ze geturfd. Wat bleek: in de tijd van de Bosniërs was er bij de ruim 1.600 'incidenten' die per kwartaal in Haarlem-Noord plaatsvinden slechts vijftien keer een vluchteling betrokken. In het tweede kwartaal van dit jaar bleek dat aantal opgelopen tot 70. “Misschien kan een politieteam van acht man hierop een wat overdreven reactie lijken”, stelt Van Vliegen. “Maar met de buurt was nu eenmaal afgesproken dat er met de komst van het opvangcentrum niet meer overlast mocht zijn dan vroeger. En die afspraken willen we nakomen.”

Het gros van de problemen is volgens de politie een maand geleden opgelost. Het waren met name groepen Roemeense en Algerijnse asielzoekers die de buurt onveilig maakten - asielzoekers die weinig kans maken op een vluchtelingenstatus. “Ze gingen echt op rooftocht”, vertelt een woordvoerder van de politie. In overleg met ministerie van justitie is toen voor de Roemenen het zogeheten 'rugzakproject' ingevoerd: Roemeense asielaanvragers werden massaal naar een opvangcentrum in Schalkhaar gebracht, en met een versnelde procedure uitgezet. Zo is er ook een actief beleid voor Algerijnen gevoerd.

In de Haarlemse Ripperda-kazerne is afgelopen zaterdag een 'Open Dag' gehouden om 'draagvlak' te creëren voor het centrum in de buurt. Omstreeks twee uur worden overal standjes gebouwd en vlaggen opgehangen als de eerste bezoekers aarzelend het terrein betreden. Een oudere dame in een regenjas kijkt naar de zwijgende groepjes die op het betonnen voorplein rondhangen. “Het heeft wel iets van aapjes kijken hè”, zegt ze. Maar ja, ze wil toch wel eens weten hoe die mensen hier leven. Nee, van overlast in de buurt heeft ze nooit niets gemerkt. Gisteren hoorde ze het voor het eerst op de radio. “Hoe weten ze eigenlijk dat het de asielzoekers zijn die al die foute dingen doen?”, vraagt ze.

In en rondom de Cronjéstraat bestaan daarover weinig twijfels meer: “Ze blèren, ze jatten, ze dansen op de daken van de auto's.” Achter de aangeharkte voortuintjes en de keurig gepoetste ruiten gist het ongenoegen. En het is of de aankondiging van de gemeente over meer politie een kurk van de fles heeft gehaald. “Er zit een groep bij die slecht is. Dat maakt ze allemaal slecht. En daarom moeten ze weg. Ja toch? Iedereen denkt hier zo. Mijn oma, mijn vader, mijn zus”, zegt Harry Aalberts (18) fier. Dat het om “die van de kazerne” gaat, leidt voor hem geen enkele twijfel. “Anders zet de politie daar toch geen acht mensen op? Ja toch?”

Mevrouw Herter (61) van schuin tegenover het centrum is blij dat ze eindelijk eens haar zegje mag doen. “Ach kind, het bloed komt je voor de ogen als je de verhalen hoort.” Over de was die van de lijnen wordt gepikt. Over de 'moslim-muziek' die continu over het terrein schalt, waardoor de mensen hun eigen plaatjes niet meer kunnen horen. “Ze kijken ook overal naar binnen”, weet buurman M. Warmers die voor zijn pensioen nog als adjudant in de kazerne heeft gewerkt. “Ze lopen altijd in van die groepen. Dan denken de mensen natuurlijk dat het is om in te breken.” Zelf houdt hij het maar op nieuwsgierigheid. “Maar het is natuurlijk wel zonde van de gebouwen hè, dat ze er zulke mensen in hebben gezet.”

De Nederlandse groenteboer in de Cronjéstraat barst uit: “Sinds 1700 stallen wij onze waar op deze manier uit. En ik ben niet van plan daar iets aan te veranderen.” De diefstallen bij hem lopen nog steeds de spuigaten uit, vertelt hij. “Dan mis ik op één dag drie ananassen, een meloen en een doos aardbeien.” Regelmatig trekt hij sprintjes achter de winkeldieven aan. Zoals die keer dat hij er drie met een meloen tot aan het opvangcentrum volgde. En dan blijken ze opeens in gestolen auto's uit Duitsland te rijden. Jazeker, dat heeft de politie hem zelf verteld. “Het is hier verdorie het Walhalla van Europa.”

Aangifte doet hij ook al niet meer. Wat heeft het voor zin? Een tijdje geleden heeft hij op aanraden van de Utrechtse hoofdcommissaris van politie, Wiarda, een honkbalknuppel gekocht. En hij heeft hem gebruikt ook. Eén keertje maar. “Die man bedreigde me. Een Oost-Europeaan. Hij zei: du hier weg. Ik zei: nee du hier weg. Hij wilde me aanvallen, en ja... Wie gaat er straks huilen om mijn gezin?” Het probleem met Nederland, meent de groenteboer, is dat we altijd willen afwachten tot er wat gebeurt. “En als het zo doorgaat, moet je straks niet vreemd kijken als je hier van die brandbomtoestanden als in Duitsland krijgt.”

Laat in de middag kijkt H. Vermeulen, hoofd van de vreemdelingendienst, hoe de bezoekers van de Open Dag uit het centrum vertrekken. Twintig Haarlemmers hebben zich ingeschreven als nieuwe vrijwilligers. Voor de asielzoekers begint het wachten weer. De verveling. Aardappelen, boontjes en schnitzel op het menu. Zou zo'n dag nu zin hebben gehad, vraagt Vermeulen zich af. “Hoe kan het dat de mensen nog geen drie dagen geleden in het overleg met ons toegeven dat het goed gaat. En dan dit. Je schrikt je toch rot als je die verhalen hoort. Waarom komt zo'n groenteboer zelf niet kijken? Waarom is de hele winkeliersvereniging weggebleven? Het is of ze liever in praatjes geloven.”

Hij weet nog precies hoe een Bosnische jongen eens hier op het terrein zijn Duitse nummerbord verving voor een Nederlands kenteken. Strikt in orde allemaal. Hij had voor zijn vlucht wat geld meegenomen en daar in Duitsland die wagen voor gekocht. Maar de praatjes die toen in de buurt rondgingen! Sinds Vermeulen hier werkt, heeft hij een heel ander beeld gekregen. Mensen die zich acht dagen onder de bladeren hebben verstopt. In leven zijn gebleven door gras te eten. Opgesloten in kisten hebben moeten vluchten. “Als ik dat hoor dan denk ik ook wel eens: nou, we hebben toch maar een fijn leven hier.”