Winterreise

Winterreise; Schreier en Schiff (Decca, 436 122-2)

Winterreise; Schreier en Richter (Philips, 442 360-2)

Er is nauwelijks een liederencyclus te bedenken die voor zangers een grotere uitdaging betekent dan de intens trieste Winterreise van Franz Schubert. Vrouwen zingen regelmatig de voor mannenstem geschreven muziek, bassen en tenoren maken niet zelden meer dan één opname. Zo ook tenor Peter Schreier, wiens eerste dateert uit 1985, met pianist Sviatoslav Richter en die een tweede maakte met András Schiff.

Dat komt ongetwijfeld door het idee dat de interpretatie door de jaren heen is gerijpt. Wie Schreier en Schiff hoort zal zeker die indruk hebben. De zanger heeft ieder woord heel goed doordacht. De melancholie, het verdriet, de ingehouden woede over het naderende einde en de berusting - al die emoties waaraan Schuberts 24-delige cyclus zo rijk is, krijgen in de juiste dosering en op de juiste plek hun eigen muzikale accent. András Schiff begeleid liefdevol en volgzaam, en de Bösendorfer waarop hij speelt heeft een mooie, warme klank.Toch is de oudere uitvoering oneindig veel interessanter, ondanks de wat holle live-registratie met een tamelijk rumoerig publiek. Maar het verschil wordt bepaald door de pianist. Richter begeleidt niet, hij leidt. Hij zet de toon en stuurt daarmee de zanger. Schreier komt zo tot een ongeëvenaarde diepgang in zijn interpretatie.

Richter staat bekend om zijn langzame tempi en in deze Winterreise is hij aanvankelijk inderdaad veel langzamer dan Schiff (tot zelfs één minuut in het eerste lied; 6'27 tegen 5'26). Maar in de tweede helft is Richter ineens zelfs sneller, met als grootste verschil driekwart minuut in lied nr 16: 'Letzte Hoffnung' - alsof het verlangen naar de onontkoombare dood steeds sterker wordt. Pas aan het eind keert Richters langzame tempo terug, waardoor het laatste lied, het zeer eenvoudige, kale 'Der Leiermann' een ongekende lading krijgt.