Uitstel nierdialyse na betere medische zorg

ROTTERDAM, 26 SEPT. Een betere medische behandeling van nierpatiënten die nog niet van nierdialyse afhankelijk zijn, kan bij ongeveer 10.000 mensen het begin van nierdialyse tot tien jaar uitstellen. Deze preventie van verdere achteruitgang kan tientallen miljoenen guldens uitsparen aan medische kosten en uitkeringen wegens ziekte. Daartegenover staan lagere toegenomen kosten voor de intensievere behandeling.

Dit blijkt uit een onderzoek van TNO Preventie en Gezondheid in Leiden, uitgevoerd in opdracht van de Nierstichting.

Behandeling en controle van nierpatiënten kost jaarlijks 670 miljoen gulden, 100 miljoen betaald uit de sociale verzekering en 570 miljoen medische kosten. Een dialysepatiënt kost jaarlijks 90.000 gulden. Een niertransplantatie, waarvan er jaarlijks bijna 500 worden uitgevoerd, kost een ton. Na de transplantatie kost een nierpatiënt gemiddeld 10.000 gulden per jaar.

In Nederland lijden ruim 7.200 mensen aan een zo ernstige nieraandoening dat ze moeten worden gedialyseerd (3.600) of zijn getransplanteerd (3.600). Daarnaast zijn er 20.000 mensen met een bekende nierziekte en een nierfunctieverlies van 10 tot 80 procent. Deze patiënten worden na soms jarenlange verdere achteruitgang uiteindelijk van dialyse afhankelijk.

De gemiddelde leeftijd waarop patiënten met dialyse beginnen is de afgelopen 20 jaar gestegen van 43 tot 57 jaar. Maar een betere bloeddrukbehandeling, betere controle van suikerpatiënten en betere diëten kan volgens de TNO-onderzoekers de achteruitgang beperken van gemiddeld 3,5 procent tot 2 procent per jaar.