Twintig jaar geschiedenis van het BIMhuis valt precies in twee decennia uiteen; Van bomvrije jazzbunker tot een open concertzaal

Greatest Hits met o.a. Palinckx, Clusone Trio, Greetje Bijma en Louis Andriessen, Piet Noordijk, ICP, Peggy Larson, Available Jelly, Future Shock en de Bik Bent Braam. 29/9 t/m 1/10 BIMhuis, Amsterdam.

Het BIMhuis in Amsterdam kort voor het twintigjarig jubileum: wat het programma biedt is op straat al te zien. Zijn er veel auto's die rondjes rijden op zoek naar een schaarse parkeerplaats, dan speelt er vrijwel zeker een oude held, meestal uit Amerika. Saxofonist Archie Shepp bijvoorbeeld, de voormalig boze zwarte man die op zijn weg terug naar de 'good old days' van de 'tapping feet' zijn wilde haren is kwijtgeraakt en daarbij helaas ook zijn embouchure.

Staat de gracht vol gammele fietsen, dan zit er jeugdig volk in de zaal en staat er op het podium zeer waarschijnlijk een gitarist. Jong en wild, zoals Patrick Sédoc, mooi rijp als Corrie van Binsbergen, voorheen cheffin van vijf mannelijke Brokken, of de van Curaçao afkomstige Franky Douglas, al jaren grijzend aan de slapen. Dat laatste is alleen maar mooi en voornaam, want aan leeftijds-discriminatie doet de jazzfan niet. Jazzfan? Maar Sédoc speelt toch fusion-muziek, Van Binsbergen komt toch van het conservatorium en Douglas speelt toch funk, zij het niet volgens het James Brownevangelie?

Dat men dit soort zaken ruim moet zien, blijkt al uit de bovenkop van het BIMhuis-affiche, dat spreekt van 'Jazz & Improvisatie Muziek'. BIM staat voor Beroepsvereniging van Improviserende Musici, opgericht in '71. Door musici als Willem Breuker, Hans Dulfer, en Misha Mengelberg, eigenzinnige naturen die vastbesloten waren zich te manifesteren. In '74 - de tijden voor de jazz waren slecht - ontdekten ze een leegstaande meubelshowroom en maakten er eigenhandig een concertzaal van. Heel goedkoop en behoorlijk knullig, maar bevlogen musici hebben zelden een stucadoors-diploma.

'De fietsenstalling aan de Oude Schans' werd het BIMhuis in die beginjaren vaak genoemd, zij het niet zonder vertedering. Want er gebeurde wel iets in dat spuuglelijke betonnen 'onderstuk' gelegen in de toen nog volkomen verpauperde Amsterdamse Nieuwmarktbuurt. Bassist Charles Mingus en drummer Elvin Jones kon je er voor een rijksdaalder zien spelen en menig aanstormend Amerikaans talent maakte er zijn Europese debuut. Saxofonist David Murray bijvoorbeeld, die inmiddels minstens vijftig platen op zijn naam heeft staan, en fluitist James Newton, winnaar van de laatste Down Beat Critics Poll.

Ook de nieuwe Europese lichting van toen kreeg er volop kansen: de Duitse energie-speler Peter Brötzmann die een hele doos rietjes op een avond verbruikte, zijn Engelse collega Evan Parker en vele anderen die nog niemand kende. Plus alle Nederlanders van naam en faam, uitgezonderd dan misschien pianist Pim Jacobs, maar die had ook wel iets lucratievers te doen dan spelen in dat kale kot.

Een merkwaardige ingroup-sfeer heerste er jarenlang, met regels waarvan buitenstaanders niets begrepen. Informatie over het programma was zelden voorhanden, soms speelde er 'zomaar' een invallende band die dan ook nog vergat zichzelf te introduceren.

Een pauze duurde wel eens ruim een uur, de concerten begonnen altijd te laat, zeker als een ster voor een concert 'even' de omgeving was gaan verkennen. Het Sodom van de wallen dus, of het Gomorra van de Zeedijk met zijn rijk assortiment aan uppers en downers. Sommige musici moesten letterlijk in de kraag worden gevat en met drang naar het podium worden teruggeleid. Waarna ze soms doorspeelden tot half vier in de ochtend, dat ook wel weer.

Wie zulk nachtbraken niet kon waarderen, was daarmee gelijk een outsider en dus eigenlijk een vijand van het echte jazzvolk. De sfeer was zó anti-burgerlijk dat zelfs een nieuwe bril voor het toilet maanden op zich kon laten wachten. Het vaste BIM-publiek maalde niet om zulke dingen en draafde trouw op, al waren er ook avonden dat het ijselijk stil was. Roemrucht is het verhaal van J. Bernlef over een solo-concert van Tristan Honsinger waarbij hij de enige bezoeker was. De cellist gaf niettemin een volwassen concert, met in het midden een formele pauze waarin de schrijver de musicus vragen mocht stellen.

Het publiek van toen komt niet meer naar het BIMhuis. De 'jongens' zitten thuis hun oude plaatjes te draaien, de 'meisjes' dromen van de gedenkwaardige avond toen die prachtige zwarte drummer haar 'nice appartment' verkoos boven een 'lousy hotelroom' in de categorie geen sterren en bij het ontbijt zijn handtekening zette op haar favoriete lp.

De waterscheiding tussen toen en nu vond plaats in 1984 toen met de Stopera in de steigers de hele Nieuwmarkt-buurt werd gerenoveerd, inclusief het BIMhuis dat toen tien jaar bestond. De helft van de zaal zakte een etage de grond in, er kwamen meer zitplaatsen en het zicht op het podium werd stukken beter. De bar werd gescheiden van de concertzaal en kreeg tot de schrik van sommigen zelfs daglicht binnen.

Van een bomvrije bunker voor uitverkorenen veranderde het BIMhuis een kleine concertzaal die voorzichtig naar buiten begon te lonken. Met alle daarbij passende burgerlijke middelen, van aankondigingen in de culturele ladder tot voorverkoop via de bekende adressen.

De hardcore jazzfans van toen hebben plaats gemaakt voor vogels van zeer verscheiden pluimage. Het is niet de behoefte aan een veilig nest die hen naar binnen voert maar de act van de avond die compleet met bezetting en toelichting in het programma-blad staat. Smartlappen, pure popmuziek en symfonieën ontbreken nog steeds, maar verder kan er meer dan ooit in het volwassen BIMhuis, mits het past binnen het beperkte budget.

'Beperkt' is in dit geval een understatement, want een paar duizend dollar is al veel. Het gevolg hiervan is dat 'de BIM', ondanks zijn status als vooraanstaand jazz-podium, niet alleen in Nederland maar ook voor New Yorkers, de allergrootste jazz-sterren nog altijd niet binnen kan halen. Met een capaciteit van vierhonderd bezoekers en een toegangsprijs van maximaal 25 gulden kun je geen mega-sterren boeken, zelfs niet in het zijstraatje jazz.

Aan Miles Davis viel al nooit te denken, met Thelonious Monk ketste het in de jaren zeventig op het nippertje af, de saxofonisten Sonny Rollins en Ornette Coleman zijn nog altijd te duur, hoewel Huub van Riel, die al ruim vijftien jaar het programma bedenkt, de hoop op de laatste nog niet heeft opgegeven. Sommige musici zijn bereid ver onder hun marktprijs te spelen als het kader hen bevalt, zo is zijn ervaring. Die deed hij vooral op tijdens de October Meeting '87 toen klavierleeuw Cecil Taylor zich niet schaamde dagenlang keihard te werken voor een, gezien zijn status, nogal schamele vergoeding.

De happening van toen, een hectische en hilarische negendaagse ontmoeting van vijftig musici uit Europa en Amerika, leidde tot de enige twee cd's die ooit verschenen onder het BIMhuis-banier. Ook volgens Van Riel zelf is het een wat schamele oogst van wat er in twintig jaar aan fraais is opgenomen. Maar hij ziet niet veel kans daar snel veel aan te veranderen.

Het BIMhuis is nog altijd zwaar onderbemand, zelfs vergeleken met de IJsbreker, het Amsterdamse centrum voor de nieuwe muziek. De gemeentelijke subsidie voor het BIMhuis staat al jarenlang stil en kalft dus eigenlijk af, Van Riel heeft geen mankracht vrij om duizenden uren muziek te screenen. Ook van de vrije markt valt niet veel te verwachten. Het BIMhuis is in twintig jaar weliswaar ingrijpend veranderd, maar heeft nog altijd niet genoeg 'posh en pluche' om dikke sponsors te kunnen verleiden. De trots welt dus nog steeds vooral op uit de eigen boezem, die gelukkig inmiddels wel veel rijker gevuld is.

“24 Nederlandse ensembles presenteren hoogtepunten uit hun repertoire”, meldt het jongste affiche. Vierentwintig groepen in drie dagen? Zoveel musici konden in 1974 niet eens leven van jazz en geïmproviseerde muziek.