Overdaad ontneemt het zicht op De Huisbewaarder

Voorstelling: De Huisbewaarder van Harold Pinter door Toneelgroep Amai. Vertaling: G.K. van het Reve; decor: Rob Bügel; regie: Jochem Royaards; spelers: Mathieu Güthschmidt, Stefan Jung en Rense Royaards. Gezien: 24/9 Textielfabriek Van den Heuvel, Geldrop. te zien t/m 29/10 aldaar.

De vervallen, met schroot volgestouwde fabrieksruimte waarin toneelgezelschap Amai haar voorstelling De Huisbewaarder uitbrengt, vraagt om ongelukken. Alles is oud en onbetrouwbaar, aftands, door de tijd aangevreten. Een fornuis staat naast gasflessen, er is het staketsel van een auto, verderop een botsautootje, planken, keien, gejatte fietsen. Die fietsen gaan af en toe tegen de grond, met de keien wordt in een heftige scène gegooid en aan het slot slaat een acteur met een plank de gloeilampen aan diggelen. Wat een anti-Pinteriaanse krachtexplosies in deze Huisbewaarder van Pinter uit 1960. En dan te weten dat dit stuk in eerste plaats gaat over de manier waarop mensen elkaar met taal manipuleren.

Ook de acteerstijl van de drie mannen was onberedeneerd heftig, vooral van de dakloze zwerver Davies. Rense Royaards maakt zijn entree in een aanval van extatische nervositeit. Druk gebarend, heen en weer rennend, pratend en pratend. Dat laatste onverstaanbaar, en dat zal helaas de hele voorstelling zo blijven. Na een half uur slaat het onberekenbare portier van de schrootauto tegen zijn voorhoofd en vloeit er geen toneelbloed, maar echt bloed. Na een korte pauze voor een pleister speelt hij verder. Zijn spel blijft echter zo onbeheerst, dat na enige tijd zijn gezicht opnieuw vol bloed zit. En dat zal zo blijven. Voor de toeschouwer is de aandacht gebroken. We komen voor Pinter en de drie personages in zijn stuk; we komen niet om te zien hoe Rense Royaards zich in naam van de toneelkunst pijnigt. Waarom ontbrak het hem aan de souplesse rustig, al acterend, zijn voorhoofd te deppen en een nieuwe pleister aan te brengen? Waarom wilde hij koste wat kost ìn de fictie van het spel blijven hoewel het geloof van de toeschouwers in de fictie allang was vervlogen? We kunnen zijn prestatie een krachttoer vinden of niet; ik vind van niet. Uit zijn koppig volhouden sprak een extreem egocentrisme dat zijn spel voor het incident al aantastte. Hij acteerde zonder bewustzijn van publiek of mede-acteurs.

Pinter is de schrijver van de kaalheid. Zijn dialogen zijn hard en komen voort uit eenzaamheid. Regisseur Jochem Royaards ontneemt ons het zicht op het stuk door leegte te vervangen door overdadigheid, alsof hij lijdt aan een soort horror vacui. Onbegrijpelijk was ook het dansen van de spelers op muziek die uit de aangrenzende ruimte komt. Of het gedraaf heen en weer. Of het bouwen van een klein huisje dat even later met veel lawaai wordt afgebroken. Intussen mist de toeschouwer wel iets dat wel degelijk mooi kan zijn. Want Pinter geeft in dit stuk schitterend materiaal prijs. De drie mannen weten niet hoe hun leven in te richten. De zwerver (Rense Royaards) meent met een subtiele vorm van arrogantie en laffe diplomatie zich in te kletsen in het huis van de twee anderen, beiden broers. Zijn grootste tegenstander is de enge gozer Mick (Stefan Jung). Steun en toeverlaat vindt hij bij Aston (Mathieu Güthschmindt), een jongeman die ooit uit de bocht is geraakt en met elektroshocks terugkwam in de maatschappij. Maar geheel geestelijk dood. Toen, in 1960, kwam het stuk aan als een huiveringwekkend relaas over het wrakhout van de maatschappij; die impact kan het nog steeds hebben.

Maar nee, niet in Geldrop en zijn textielfabriek. Ditmaal is de woeste schoonheid van de locatie eerder last dan voordeel. Pinter is een veel moeilijker schrijver dan de regisseur denkt. De enige acteur die de verweesdheid van de personages vorm weet te geven is Mathieu Gütschmidt. Deze speler heeft altijd beheersing over zijn spel, zelfs in de meest geëmotioneerde momenten. Dat maakt hem dreigend. Hij zuigt de blikken van de toeschouwer naar zich toe; naar hem wil je luisteren. Hij bezit het naturel van de echte acteur. Rense Royaards en, in iets mindere mate, Stefan Jung zijn acteurs die daadkrachtig staan te acteren. Ze denken vaart te geven aan de voorstelling maar komen echter al na tien minuten tot stilstand. Net als een van die sloopauto's. Wat dan overblijft is een vermoeiende, tergende Pinter.