OM boekt beperkt succes bij opsporing van fraudezaken

DEN HAAG, 26 SEPT. Het opsporen van grote fraudezaken heeft de laatste jaren beperkt succes opgeleverd. Van de hoofdverdachten in dergelijke zaken wordt uiteindelijk 41 procent veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Dat blijkt uit een onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van justitie naar de aanpak van grote fraudezaken door het openbaar ministerie. Het vandaag gepubliceerde onderzoek is uitgevoerd op verzoek van de vergadering van procureurs-generaal.

In een kwart van de strafzaken tegen de hoofdverdachten kwam het niet tot een schuldigverklaring. Volgens Justitie bevestigt het onderzoek de eerder geuite veronderstelling dat verdachten in grote fraudezaken vaak hoger beroep aantekenen. Dat blijkt bovendien vaak lonend. Zo werd eenzesde van de schuldigverklaringen in hoger beroep door het hof ongedaan gemaakt.

Bovendien zijn de straffen die de gerechtshoven oplegden beduidend minder streng dan die van de rechtbanken. De belangrijkste verklaring voor deze verschillen ligt in de tijdsduur die de procedures in beslag nemen. Gemiddeld verstrijken bijna zes jaar tussen het begin van de opsporing en de beëindiging van de zaak. De verantwoordelijkheid voor die lange duur ligt slechts ten dele bij de vaak slepende onderzoeken van het OM. Andere oorzaken zijn het capaciteitstekort bij de rechtsprekende instanties en de vertragingsstrategieën van verdachten.

Uit het WODC-onderzoek blijkt verder dat het openbaar ministerie bij het opsporingsonderzoek vooral is aangewezen op de bijzondere opsporingsdiensten zoals de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD). De belangstelling van de politie voor fraudebestrijding is volgens de onderzoekers gering. Dat is onder meer een gevolg van de onderbezetting bij de regiokorpsen.

Bij het openbaar ministerie zelf worden fraude-officieren beperkt in hun mogelijkheden om onderzoeken uit te voeren doordat er nauwelijks administratie wordt bijgehouden. Bovendien beschikt slechts een deel van de OM-functionarissen over voldoende kennis om zich met fraudezaken bezig te houden. De onderzoekers pleiten onder meer voor de oprichting van speciale fraudeteams die niet meer in een arrondissement, maar in een heel ressort gaan optreden.