Liberalen blijven in Beieren ver onder de kiesdrempel; FDP brengt Kohl in gevaar

BONN, 26 SEPT. Is er in de Bondsdagverkiezingen over drie weken een grote anticlimax op komst, nu de FDP gisteren bij de landdagverkiezingen in Beieren maar 2,8 procent haalde en dus voor de vijfde keer binnen een jaar op regionaal niveau (ver) onder de kiesdrempel van vijf procent bleef? Heeft kanselier Helmut Kohls CDU/CSU de afgelopen maanden, geholpen door een snel economisch herstel, de SPD misschien wel voor niets gepasseerd in de opiniepeilingen en sneuvelt zijn coalitie op 16 oktober doordat de FDP ook dan de kiesdrempel niet haalt?

Klaus Kinkel, vice-kanselier, minister van buitenlandse zaken en sinds mei vorig jaar voorzitter van de FDP, mocht gisteravond voor de Duitse televisie komen uitleggen dat zijn partij wel vaker dit soort problemen heeft gekend en heus - “ik wil er met iedereen om wedden” - behouden zal blijven voor de Bondsdag en bijgevolg ook als coalitiepartner voor de CDU/CSU. De landelijke peilingen geven hem trouwens in zoverre gelijk dat de FDP daarin nog op circa zes procent staat. Dat is heel veel minder dan de elf procent (79 zetels) die de FDP in het eenheidsjaar 1990 in de Bondsdag haalde, maar misschien toch nog net genoeg om Kohls coalitie aan een meerderheid te helpen.

Maar redt de FDP haar bestaan in de Bondsdag echt nog, nu zij op lokaal en regionaal niveau, “van onderop” dus, steeds verder aangevreten raakt? De arme Kinkel, die dit halfjaar niet alleen partijleider, campagnevoerder, vice-kanselier en minister is maar ook de Europese raad van ministers van buitenlandse zaken voorzit en daarmee een buitengewoon slopend programma moet zien te volbrengen, heeft intussen van Kohls vrees een electoraal argument gemaakt. Zonder de FDP is er geen toekomst voor Kohls coalitie of voor Kohl als kanselier, zegt hij steeds, en zei hij ook gisteravond. Dat klopt, maar het is ook een eigenaardig argument voor de kiezers. Het klinkt als: als u verder een CDU-kanselier aan de regering wenst, moet u liberalen kiezen.

Nu is er in het kiesstelsel voorzien in zo'n mogelijkheid, want de Duitse kiezer heeft twee stemmen. De eerste stem kan worden uitgebracht op de voorkeurskandidaat in het eigen kiesdistrict, de tweede op de nationale lijst van een (andere) partij. De FDP, die natuurlijk in praktisch geen enkel kiesdistrict sterk genoeg is om haar kandidaten rechtstreeks gekozen te krijgen, heeft tot nu toe altijd goede zaken gedaan met de tweede stem van de Duitse kiezer. Meer nog: zij vraagt doorgaans uitdrukkelijk om die tweede stem, zoals Hans-Dietrich Genscher dat in 1990 deed. En met succes, want de oude Genscher was, als minister van buitenlandse zaken, toen als co-architect van de Duitse eenheid naast Kohl buitengewoon populair.

Pag.4: FDP nu in een onmogelijke positie

Maar Kinkel heeft die persoonlijke populariteit niet, en hij heeft, pas FDP-lid sinds januari '91, met zijn partij een paar harde jaren achter de rug. Om enkele voorbeelden te noemen: de (geslaagde) sanering en kostenbeheersing in de Duitse gezondheidszorg van de afgelopen jaren is 'op kosten' van artsen en specialisten gegaan, de aanstaande invoering van een verzekering tegen de kosten van bejaardenzorg heeft zeer tegen de zin van de FDP en haar kiezers een overwegend collectieve opzet gekregen. Zowel de werkgevers als de hogere inkomensgroepen zijn daarover ontevreden tot razend, en in deze groep zitten nu eenmaal veel potentiële FDP-kiezers.

Van wat een electoraal paradepaard voor alle liberale partijen mag heten, belastingverlaging, is de afgelopen jaren weinig terechtgekomen. De recessie en de enorme kosten van de Duitse eenwording maakten zoiets onmogelijk. Meer nog: de FDP moest in Bonn instemmen met de hernieuwde invoering, volgend jaar, van een solidariteitsheffing van 7,5 procent. Tegen die achtergrond had de FDP bij de presentatie van haar verkiezingsprogramma op het laatste ogenblik maar afgezien van het motto dat zij de prestatiepartij voor mensen met wat hogere inkomens is. Maar ook elders, op het voor vele links-liberalen belangrijke immateriële gebied, heeft zij in de omgang met de christen-democratische coalitiepartij veren moeten laten. Dat gold vorig jaar toen de asielwetgeving werd verstrakt, zonder dat de FDP-eis om tegelijkertijd met een immigratiewet te komen werd ingewilligd. Zoals de FDP ook haar uitdrukkelijke wens om buitenlanders de optie van een 'dubbele nationaliteit' te bieden niet kon realiseren.

Bij al dat politieke ongerief kwam nog dat Kinkel zelf, als partijvoorzitter steeds verplicht om de FDP te profileren, op zijn terrein als minister van buitenlandse zaken in en buiten Europa voortdurend door kanselier Kohl werd overvleugeld. Van wat toch al moeilijk is, namelijk dat een FDP-chef die zich op een 'continuïteitsministerie' als buitenlandse zaken om partijpolitieke redenen moet zien te profileren, kwam daardoor nog minder terecht. De FDP is een kleine partij, die bijna altijd met het ene oog naar de kiesdrempel moet kijken en met het andere naar de coalitiepartner. Anders gezegd: behalve op de inhoud van het beleid moest ze tot nu toe ook altijd letten op haar eigen overlevingskansen. En die slinken naarmate zij langer regeert met één grote partij, die in een coalitie natuurlijk 'de toon zet'.

Kinkel en zijn FDP zijn in een onmogelijke situatie beland. Inhoudelijk zijn de liberalen het - tenminste op hoofdzaken - eens met de CDU/CSU. Maar na 12 jaar coalitie dreigen zij nu aan de omarming van de grote coalitiepartner te bewijken. Zo niet op 16 oktober, dan toch in de komende vier jaar als junior-partner van Kohl en de zijnen. Heeft ze een alternatief? Zo ja dan heet dat SPD. Maar daarmee wil ze niet (meer) samenwerken, al was het maar omdat zij van een coalitie met de SPD en de Groenen op 'programmatisch terrein' weinig goeds te verwachten heeft.