Kohl wint en verliest

OVER DRIE WEKEN ZIJN de nationale verkiezingen in Duitsland met als hamvraag: wordt het kanselierschap van Helmut Kohl na twaalf jaar geprolongeerd of niet? Derhalve zijn electorale inkijkjes deze dagen van betekenis, ook al gaat het om kleine of a-typische deelstaatverkiezingen.

Klein is Beieren niet met bijna twaalf miljoen inwoners. Dank zij een moderne economie en een ligging in het nieuwe Europese centrum is het ook om allerlei andere redenen een interessante regio. Voor algemenere conclusies over kiesgedrag is Beieren evenwel goeddeels een geval apart. De kracht van de CSU daar is tot op de dag van vandaag dat zij kan regeren door te ageren tegen de macht. Dat wil zeggen, de CSU is namens Beieren altijd kritisch jegens de dingen die in Bonn gebeuren en dat galvaniseert het eigen kiesvolk rondom de CSU, die daarmee nu wederom een absolute meerderheid in de eigen deelstaat realiseert. In dit moderne populisme is de CSU de partij “die het mooie Beieren heeft uitgevonden”, aldus de kostelijke titel van een even kostelijk boek over de geschiedenis van de CSU.

DEELSTAATPREMIER Edmund Stoiber heeft daarvan opnieuw een knap staaltje laten zien. Hij is pas veertien maanden premier van een partij die tot voor kort ernstig verdeeld was en nog altijd kampt met de leegte die het politieke oergesteente Franz-Josef Strauss achterliet. Bovendien werd de partij door een paar corruptie-affaires vorig jaar in diskrediet gebracht. In zoverre is de beperking van het verlies dank zij Stoiber tot een paar procent een bijzondere prestatie.

De winst van de sociaal-democraten daarentegen is amper een trendbreuk te noemen. Bij de vorige deelstaatverkiezingen had de SPD in Beieren een historisch dieptepunt bereikt en de partij beschikte dit keer eindelijk weer eens over een lijsttrekker (Renate Schmidt) die niet als demonstratieve verlegenheidsoplossing in de diaspora ronddoolde.

In het algemeen vallen bij de deelstaatverkiezingen een paar dingen op die als aanloop naar de Bondsdagverkiezingen betekenis kunnen hebben. Ten eerste groeit de binding tussen kiezer en politiek leider en vermindert die tussen kiezer en partij. Of het nu de sociaal-democraat Stolpe is of de christen-democraat Biedenkopf of de christelijk-sociale Stoiber - de kiezer recenseert leiderschap en wenst wat men vroeger ooit noemde een 'Landesvater'. Dat is goed nieuws voor Helmut Kohl.

SLECHT NIEUWS is er ook. De liberale FDP wordt geleidelijk aan uit de deelstaten weggevaagd. In Beieren gebeurde het gisteren opnieuw. Natuurlijk is Beieren ook hier weer een verhaal apart, want de liberalen waren daar in de jaren tachtig ook al twee keer onder de vijf-procentsdrempel en de partij heeft daar nu eenmaal van oudsher amper een functie. Desalniettemin staan de liberalen er in alle peilingen slecht voor. En zonder FDP is Helmut Kohl zijn meerderheid in Bonn kwijt.

Weliswaar is deze situatie niet nieuw en is de FDP er op het laatste nippertje altijd in geslaagd om net over de vijf-procentsdrempel heen te springen. Ook heeft de CDU altijd nog het paardemiddel achter de hand om in enkele veilige districten de eigen aanhang via de zogenoemde tweede stem op het stembiljet wat extra hulp aan de FDP te laten geven. Maar daar staat dit keer tegenover dat de FDP wel bijzonder diep in de peilingen is gezonken. De creatieve spanning tussen economisch en politiek-cultureel liberalisme heeft de partij zelf om zeep geholpen en lijsttrekker Klaus Kinkel dobbert doelloos rond. Het is gebleven bij een begin van een poging om het moderne liberalisme te definiëren.

Kortom, als de serie deelstaatverkiezingen iets bewijst dan is het dat de Duitse kiezer aan experimenten geen behoefte heeft en kiest voor vertrouwde stabiliteit. Helmut Kohl zit dus op rozen, ware het niet dat zijn kanselierschap afhankelijk is van die wankele steunpilaar FDP.