Het feminisme van Ad Melkert

Hij zegt 's ochtends niet eerder dan kwart voor tien, tien uur op het ministerie te verschijnen omdat hij thuis eerst het ontbijt verzorgt en zijn dochter naar school brengt. Zeker, het wordt voor zijn gezin 'gecompliceerder' en voor zijn kinderen 'vervelender' nu hij minister is, maar wie heeft wel de juiste balans gevonden tussen werk, gezin en huishouden? Het is de 'Grote Kwestie' van zijn generatie, maar nergens in zijn omgeving is hij totnutoe 'een lichtend voorbeeld' tegengekomen. “Iedereen moddert zo goed mogelijk door”, zo ziet hij het.

Minister van emancipatiezaken Ad Melkert ligt in het oktobernummer van het vrouwentijdschrift Opzij langs de Feministische Maatlat en dat loopt slecht voor hem af. De man, die voor de feministische beweging nog goeddeels een onbekende is, scoort op de schaal van min 10 tot plus 10 tien een karige 2.

Opzij zet met het interview met Melkert een opmerkelijke serie vraaggesprekken voort, die begon met de mannelijke ministers van het derde kabinet-Lubbers. De heren worden in die vraaggesprekken streng en indringend ondervraagd hoe zij hun zaakjes thuis hebben geregeld, wat zij feitelijk aan het huishouden bijdragen, en dat levert regelmatig vermakelijke bekentenissen op van mannelijke politici die een drukke baan combineren met een latent schuldgevoel.

Zo weten we van minister Ritzen dat hij voor zijn ministerschap afwaste, kookte en streek, met strijken als favoriete bezigheid omdat het werken met de handen hem de ruimte gaf om “prachtige gedachten te ontwikkelen”. En minister Kooijmans onthulde dat hij het sorteren van de was “een heel rustgevend werkje” vond. En wassen en strijken, hij deed het nog steeds, zo zei hij vorig jaar tijdens de volle uitoefening van zijn ministerschap.

Het moet gezegd, Melkert doet geen gekunstelde pogingen een wit voetje te halen bij de feministische beweging. Anders dan bij zijn voorganger op emancipatiezaken, staatssecretaris Jacques Wallage, valt uit zijn mond niet te vernemen dat hij eigenlijk het liefst met vrouwen werkt en zijn functie graag in deeltijd zou uitoefenen. Eigenlijk lijkt Melkert meer op zijn voorganger op sociale zaken, de anti-revolutionair Bert de Vries. Die zei zich “niet bijzonder schuldig” te voelen toen hij van Opzij het verwijt kreeg zich te weinig te profileren als minister van emancipatiezaken. Hij moest dan ook - net als Melkert nu - met het cijfer 2 voor emancipatie verder door het leven. (KvdM)