Hengelen naar ontroering in blijspel over euthanasie; Ouders weemoedig, kinderen dartel

Voorstelling: In de hemel mag alles, door Haarlems Toneel. Tekst en regie: Theo Kling. Spel: Henny Orri, Allard van der Scheer, Metta Gramberg, Teuntje de Klerk, Hein van Beem en Wim van den Heuvel. Gezien: 24/9 in Cultureel Centrum, Amstelveen. 27 t/m 30/9 in Nieuwe de la Mar, Amsterdam, daarna elders.

“Ik kan ons niet meer uit elkaar houden,” zegt de vrouw - een mooie zin om aan te geven waarom zij, die nog kerngezond is, samen met haar ongeneeslijk zieke man dood wil gaan. De man staat er dualistisch tegenover, maar laat het zich aanleunen. En hoewel hun huisarts die gezamenlijke euthanasie een onzalig plan vindt, verstrekt hij toch de benodigde pillen. Nu moet het alleen nog geheim blijven voor de kinderen, want anders gaan die zich ermee bemoeien.

Het is een intrigerend uitgangspunt dat Theo Kling koos voor In de hemel mag alles, zijn als blijspel geafficheerde stuk voor het Haarlems Toneel. Juist de blijspelvorm, die scherpe dialogen vergt en geen uitgesponnen sentimenten toelaat, leent zich immers bij uitstek tot een pregnante ontleding van zo'n gevoelig thema. In haar tragikomische Een traan valt op de tompoes liet Annie M.G. Schmidt al eens zien hoe dat moet, in het verhaal van een man die uit het leven wil stappen, maar moet ondervinden hoe hij wordt geleefd door zijn echtgenote, zijn maitresse en zijn kinderen.

Ook bij Kling moet de tragikomedie als voorbeeld voor ogen hebben bestaan. Hij is echter aanzienlijk minder bedreven in het schrijven van wrange grappen en heeft zich bovendien laten meevoeren door het romantische idee van de vrouw, een vroegere balletdanseres, die wil doodgaan als in de sterfscène uit Romeo en Julia, op de muziek van Prokofjev. Regelmatig laat hij zijn hoofdrolspelers innig verstrengeld met de voorhoofden tegen elkaar staan, en ook in zijn tekst hengelt hij voortdurend naar de ontroering. Maar het is moeilijk met omfloerste ogen mee te leven met mensen die geen contouren krijgen.

Henny Orri en Allard van der Scheer, waarachtig geen beginners in het blijspelvak, schakelen de hele avond als razenden heen en weer tussen de lach en de traan, maar de auteur heeft hen geen enkel houvast gegeven. Zodra er iets van oud zeer in dat huwelijk lijkt te schemeren, wordt de harmonie weer hersteld. Wie zijn die mensen? De acteurs wekken de indruk het niet te weten. De hoofdrolspelers slaan vooral een toon van herfstige weemoed aan, terwijl de kinderen zich bewegen op dartel blijspelniveau. Het spannende thema zakt al snel weg in scènes zonder enige spanning. En dat de auteur tenslotte een laffe uitvlucht kiest als oplossing voor het dilemma dat hij heeft opgeworpen, is dan geen verrassing meer.