Fascinatie vecht tegen afschuw

Ze zeggen dat boksen de oervorm van sport is, dat het de eerlijkste vorm van sport is. The noble art of selfdefense. Elkaar zoveel mogelijk op het gezicht slaan, net zo lang totdat de ander bewusteloos is. Dan heb je gewonnen en ben je een held. Dan ontsteekt het volk in euforie. Vooral wanneer het een locale held betreft. Om het nationalistische gevoel te versterken. Inderdaad, sport verbroedert.

Wie iemand op straat op zijn gezicht slaat, is strafbaar. Legitiem geweld zou boksen dus genoemd kunnen worden. Omdat boksers onder strenge controle staan van scheidsrechters en artsen, om te voorkomen dat er meteen of in een later stadium doden vallen.

Boksen roept bij mij onbeheersbare emoties op. Als jongetje stond ik 's morgens om vier uur op om het WK-gevecht in Amerika tussen Floyd Patterson en Ingemar Johansson te zien. Ik vereenzelvigde me met Patterson, een vriendelijke, mooie, zwarte, technische bokser. Het deed mij pijn wanneer hij een klap op zijn oog kreeg. Mijn bloed kookte, ik werd driftig en schreeuwde: “Sla terug, maak hem af, maak de hele wereld af, sla ze allemaal dood.”

Want zo kunnen mensen meeleven als ze kijken naar een vorm van geweld als boksen. Zo primitief reageren ze. Kijken naar boksen zonder deelgenoot te zijn, zonder partij te kiezen, raakt geen emoties. Er zijn mensen die er verstand van hebben en genieten van de technische manoeuvres, die vergeten dat een van de vuistvechters op de lange duur met hersenletsel verder moet leven of gewoon overlijdt. Er zijn mensen die waardering hebben voor het atletisch vermogen van een bokser, voor alle opofferingen die hij zich heeft getroost. Mensen die gefascineerd worden door de drijfveren van een bokser om uit zijn anoniem bestaan te geraken, om af te rekenen met trauma's en een moeilijke jeugd, om kampioen te worden als een revanche op de onrechtvaardige samenleving.

Die fascinatie kan ik delen. Al die jonge mannen als Regilio Tuur die zichzelf overtreffen om de trots van hun familie te worden, die een identificatiemodel voor hun milieu zijn. Die mannen boeien mij. Maar als ik ze dan zie boksen, hun getergde hoofden zie, die meedogenloze klappen, die agressie en die bebloede hoofden, dan voel ik weer die primitieve geesten in mijn hoofd en maag woelen. Bang dat ik me niet kan beheersen. Misschien moet ik maar niet meer naar geweld kijken.