Elena Vink is schitterende Cunegonde; Nationale Reisopera begint met een mooie Candide van Bernstein

Voorstelling: Candide van Leonard Bernstein door De Nationale Reisopera m.m.v. Het Gelders Orkest o.l.v. Jan Stulen. Solisten: Johan Ooms, Marcel Reijans, Elena Vink, Irene Pieters, e.a. Regie: Dafydd Burne-Jones. Decors en kostuums: Richard Hudson. Vertaling libretto: Willem Wilmink. Gehoord: 24/9 Twentse Schouwburg Enschede. Tournee t/m 21/10.

Met een mooie voorstelling van Candide van Leonard Bernstein heeft De Nationale Reisopera zaterdag in de Twentse Schouwburg haar eerste seizoen feestelijk geopend. Het leek vooraf een riskante onderneming: een werk van Bernstein dat het midden houdt tussen een musical, een operette en een opera, en waarvan de eerste versie bij de première op Broadway in 1956 flopte, met een ingewikkeld verhaal, in een Nederlandse vertaling door een voornamelijk jonge Nederlandse cast. Maar het pakte goed uit. Met dit soort voorstellingen kan De Nationale Reisopera een zinvolle aanvulling zijn op het opera-aanbod in Nederland.

Candide heeft een roemruchte ontstaansgeschiedenis. Samen met de schrijfster Lilian Hellman werkte Bernstein aan het libretto, dat is gebaseerd op de gelijknamige roman van de achttiende-eeuwse rationalist Voltaire, maar waarin veel toespelingen worden gemaakt op de Koude Oorlog en de communistenjacht van de Amerikaanse senator McCarthy. De liedteksten werden, zoals in de musical gebruikelijk, door anderen geschreven. Na het mislukken van de eerste versie op Broadway, zijn er allerlei aanpassingen geweest, zowel in de muziek als in de tekst. Pas in 1989 ontstond een final version, die Bernstein een jaar voor zijn dood op de plaat zette.

Op deze laatste versie is de voorstelling van De Nationale Reisopera gebaseerd, in een vertaling van Willem Wilmink. Het lijkt onbegonnen werk om de muziek van Candide, in Bernsteins flitsende, spontane, ritmische en dynamische, en vooral zeer Amerikaanse stijl, van een Nederlandse tekst te voorzien. Maar Wilmink is daar voortreffelijk is geslaagd. De tekstplaatsing is vanzelfsprekend en de taal zorgt ervoor dat het verhaal, dat op gang wordt gehouden door een verteller (een geestige en overtuigende rol van acteur Johan Ooms, die in zijn gezongen passages moest worden geholpen door elektronische versterking), goed is te volgen.

En dat is van groot belang. Want hoe zijn anders de absurde omzwervingen te volgen van de naïeve jongeman Candide, zijn geliefde Cunegonde en zo'n twee dozijn anderen, die hen vanuit West-Falen via Lissabon en Parijs voeren naar Zuid-Amerika, Constantinopel en tenslotte naar Venetië.

Misschien nog belangrijker dan de vertaling is de geslaagde regie van Dafydd Burne-Jones. Met kastelen in blokkendoos-formaat, een enkel palmboompje, een scheepsmast en een paar reusachtige strijdende poppen, wordt Candide's tocht langs oorlogen, aardbevingen, brandstapels, (geslachts)ziekten en bedrog op een eenvoudige manier verbeeld.

Het is de verdienste van Jan Bouws, hoofd regie van de Nederlandse Opera, dat deze produktie van de Scottish Opera in Nederland te zien is. Omdat onderhandelingen met diverse beoogd artistiek leiders van de Nationale Reisopera vorig jaar op het laatste moment strandden, heeft Bouws in korte tijd het eerste seizoen geprogrammeerd.

Ook de volledig Nederlandse cast is te danken aan Bouws. In het geval van Elena Vink is dat een voortreffelijke keuze. Zij schittert, met haar heldere stem en natuurlijke acteertalent, als een quasi-onschuldige Cunegonde. Maar het brengt ook risico's met zich mee. In deze voorstelling blijken niet alle zangers over voldoende volume te beschikken. Zo heeft Marcel Reijans (Candide) wel een mooi, maar ook een wat klein geluid. Irene Pieters (sleetse Oude Dame), Peter Bording (ijdele Maximiliaan), Corinne Romijn (wulpse Paquette) en Tom Haenen (die een stuk of zes verschillende schurken speelt) zingen de kleinere rollen echter adequaat. Of het, ook gezien het magere budget van de Reisopera, mogelijk is om grotere stemmen in het buitenland te vinden, is dan ook de vraag.

In de bak zat deze keer niet het voormalige Forum-orkest, maar Het Gelders Orkest. Of dat een verbetering is, valt moeilijk te zeggen. Daarvoor had dirigent Jan Stulen te weinig greep op Bernsteins partituur. Het ontbrak hem aan scherpte en timing. En dat laatste is waar het bij Bernstein op aan komt, zoals regisseur, vertaler en zangers gelukkig wel hadden begrepen.