Dromen, drinken en slikken in de treurige wereld van Jean Rhys

Voorstelling: De Kamperfoelie, naar Jean Rhys. Script en regie: Ineke Holzhaus. Dramaturgie: Marijke Frijlink. Decor: Joost Wolters. Spel: Machteld Stolte en Mieke Visscher. Gezien: 23/9 salon De Balie, Amsterdam. T/m 1/10 aldaar; daarna tournee.

Een vierkant bed met vaalroze kussens en klamme, doorwoelde lakens: dat is in De Kamperfoelie het werkterrein van twee actrices. Hier wordt gedroomd, gedronken, luminal geslikt. Dit is de wereld van Jean Rhys.

Zij bracht, net als haar treurige romanheldinnen, een groot deel van haar leven in hotelkamers door, languit liggend op bed, een fles wijn of whisky binnen handbereik. Jean Rhys, aan het eind van de vorige eeuw geboren op het Caraïbische eiland Dominica, kon in Europa haar draai niet vinden. Op haar zestiende was zij naar Londen gekomen om aan de toneelschool te studeren. Maar het geld van thuis raakte op en Jean moest als revuemeisje het hoofd boven water zien te houden. De hulpeloze immigrante klampte zich aan mannen vast die haar wel een tijdje wilden beschermen uiteraard in ruil voor seksuele wederdiensten.

Twee personages uit de zeer autobiografische romans van Jean Rhys treden in de voorstelling op: de jonge Anna uit Voyage in the Dark en de oudere vrouw Sasha uit Good Morning, Midnight. Sasha, gehuld in een wit négligé, heeft het verlopen gezicht van iemand die altijd huilt. Terwijl zij haar doffe haren borstelt praat zij hardop met zichzelf. Rond haar eenzaamheid cirkelen haar gedachten, rond haar vernederende ervaringen in de liefde, de cheques van haar minnaars en haar pogingen zichzelf in de Seine te verdrinken.

Ook Anna voert voortdurend zelfgesprekken, met een nasale stem en veel gesnuf. Anna is nog niet zo lang in Europa en zij vat telkens kou. Vol woede denkt zij terug aan alle mooie dingen die zij op Dominica moest achterlaten. Beide vrouwen zijn op zoek naar dat ene moment van 'gelukkig zijn om niets' - en dit krampachtige streven maakt hen nog ongelukkiger dan zij toch al zijn.

Jean Rhys wilde zo waarachtig mogelijk over haar leven schrijven, zonder pathos of effectbejag. Ineke Holzhaus ziet in haar enscenering eveneens van spetterend stuntwerk af. Langzaam, tergend langzaam kleden de vrouwen zich aan. Handschoenen, hoedjes en paraplu's worden klaargelegd, en ten slotte zitten die twee daar in zijden jurken op het bed, klaar om het nachtleven in te duiken.

Met weinig middelen weet Holzhaus de sfeer van de vooroorlogse jaren op te roepen, de tristesse van verloren zielen in een grote stad. Wat dat betreft blijft zij heel dicht bij haar literaire bron. Jammergenoeg ontbreekt in de voorstelling de humor die Rhys' boeken zo goed verteerbaar maakt. Machteld Stolte en Mieke Visscher proberen hun spel wel iets lichts te geven, bijvoorbeeld door onhandig op het bed te dansen, maar die aanzetten worden in de kiem gesmoord door een omslachtig dramaturgisch concept.

Want Anna en Sasha krijgen de kans niet alleen maar Anna en Sasha te zijn en werkelijk iets van hun rollen te maken. Ze hebben de opdracht gekregen ook de schrijfster zélf te spelen, dus nemen ze elkaars rollen over of vallen ze plotseling samen tot één persoon. Ik had liever naar een confrontatie tussen twee onversneden figuren uit het werk van Jean Rhys gekeken, óf naar een solo van - Sasha - Mieke Visscher, de beste actrice van beiden. Nu hinkt de voorstelling op twee gedachten. Dat maakt De Kamperfoelie nodeloos moeilijk en zwaarwichtig.