DE SCHEIDSRECHTER

Tot mijn veertiende heb ik gevoetbald. Door familie kwam ik in aanraking met korfbal. Het hechte verenigingsleven trok me aan. Bij Achilles in Den Haag heb ik op redelijk niveau gespeeld. Maar ik had altijd mot met de scheidsrechter. Die deugden niet. Daarom ook ben ik op mijn achttiende gaan fluiten.

In de bijna 25 jaar die ik fluit, heb ik nooit een boeking of een kaart gegeven. Daar ben ik trots op. Mijn handelsmerk is dat ik spelers en speelsters op dezelfde wijze benader als zij mij. Zetten zij een grote bek op, doe ik dat ook. Maar slaan ze een redelijke toon aan, ben ik ook redelijk. Ik fungeer als spelleider, iemand die tussen de partijen staat en niet erboven.

Slingert een coach een rotopmerking naar mijn hoofd, dan negeer ik die. Maar spreekt een trainer mij na afloop op een 'normale' manier aan, neem ik beslissingen nog eens met hem door. Ik heb ook mijn dag wel eens niet.

Mijn leukste ervaring? Zonder twijfel die drie keer dat ik de finale in Ahoy' mocht leiden. Ruim 8000 enthousiaste mensen. Als klein mannetje kom je in zo'n grote donkere hal, alleen verlicht door wat schijnwerpers.

Wat ik als negatief ervaar is het bedroevende niveau van de scheidsrechters. We komen hooguit een à twee keer per jaar bijeen. Er is geen onderling overleg.

Aan het eind van het seizoen stop ik. Ik heb het na zo'n lange tijd wel gezien.

Mijn tenue is zwart. Zoals het hoort. Mij zal je niet snel in zo'n rood-geel apepakje zien rondhobbelen. Rood 'vloekt' bovendien met mijn rode haar.

Over de vergoedingen die wij van de bond ontvangen kan ik kort zijn: een drama! Ik ontvang 26 cent per kilometer plus een tientje per gefloten wedstrijd. Dan mogen we nog niet klagen. Tot voor kort ontvingen we 2,50 aan kleedgeld. De bond moet het hebben van mensen met een kronkel. Zo iemand als ik.''