DE MEIDEN ZIJN NIET FANATIEK GENOEG

Na afloop van Nederland - IJsland (0-1) had ze “een gevoel van teleurstelling”. “Ze hebben me helemaal uit Amerika laten overkomen om de ballen er in te schieten. En dat is niet gebeurd.” Nathalie Geeris, voetbalster bij het Franklin Pierce College, was zaterdag niet alleen ontevreden over zichzelf. Ook over het elftal, dat werd uitgeschakeld voor het Europees kampioenschap en daardoor ook het WK en de Olympische Spelen mist.

Aan de organisatie lag het niet. De KNVB had geld uitgetrokken voor een heus trainingskamp aan de Europoort, waar de selectie van bondscoach Jan Derks enige dagen de puntjes op de i kon zetten. En op het Rotterdamse sportpark De Vaan, het strijdtoneel van de interland, had Zwart Wit '28 alles pico bello in orde. Het Wilhelmus van muziekkorps Sursum Corda uit Ridderkerk, wapperende vlaggen, oranje ballonnen - er was een perfect Hollands sfeertje geschapen. En er was vrij veel publiek. “Het damesvoetbal wordt steeds serieuzer en professioneler aangepakt”, vond Nathalie Geeris. “Jammer dat we het dan op het veld niet afmaken.”

De voetbalkenners langs de lijn kregen Geeris snel in het vizier. De 22-jarige Haarlemse viel niet alleen op door goed positie te kiezen, ze oogstte ook bewondering voor haar sprongkracht, haar venijnige tackles en haar bruikbare passes. Ze voelde zich ook sterk. Vandaar dat ze haar haar teamgenotes vele malen van goede tips voorzag, waarbij ze een enkele keer zichtbaar geïrriteerd raakte. Dat gebeurde met name wanneer rechtsbuiten Riana van Dam te veel “pingelde” en de bal kwijt raakte aan de bikkelharde gedrongen Audur Skúladóttir, die door de toeschouwers prompt “een wild varken” werd genoemd. Oranje had de eerste helft een overwicht, “maar we creëerden desondanks geen serieuze kansen”, meende Geeris, “behalve misschien die kopbal van mij, net voor de pauze.”

Geeris zag het hele Oranje-team na rust wegzakken. “Ik was ook niet dominant genoeg meer”, bekende ze, “het stukje extra wat ik wilde brengen was er niet.” Het nakaarten gebeurt op de tribune, terwijl de IJslandsen met hun prachtige namen - tien van de elf eindigen op dóttir (dochter) - op het veld de plaatsing voor de EK-eindronde vieren. “Die meiden”, knikte Geeris, “doen me aan Amerikaanse voetbalsters denken. Hun technische kwaliteiten zijn minder goed dan die van ons, maar die grieten zetten altijd een stapje eerder. Ze zijn veel agressiever, fysiek ook sterker. Ze willen echt steeds de bal hebben. En als ze die eenmaal hebben veroverd, dan zijn ze heel zelfverzekerd en vastberaden.”

Die eigenschappen zijn volgens Geeris “een beetje te weinig aanwezig” bij Oranje. “En in het hele Nederlandse voetbal”, voegde ze daar aan toe. “Ze zijn hier ook te afhankelijk van elkaar. Hoe dat komt? Ze moeten méér trainen. Hier spreken ze over topsport als ze vier keer per week op het oefenveld staan. Maar dat is het totaal nièt natuurlijk. Ik besef het best: de vrouwen studeren of hebben een baan, ze hebben niet niet altijd de tijd om te trainen. Maar toch, het is ook een kwestie van mentaliteit: je kunt ook om zeven uur opstaan en gaan lopen. Akkoord, dat is saai, want je zult het alléén moeten doen. Ik weet het, ik heb makkelijk praten. Op ons college is alles geregeld, het is er ideaal.”

Op de private school in de bossen van Ringde, anderhalf uur rijden van Boston, staat alles in het teken van sport. “De 1200 studenten wonen op een campus”, legde Geeris uit, “iedereen is er intern. Alle mogelijke faciliteiten voor tennis, basketbal en voetbal zijn aanwezig. Ik studeer er recreatie-management. Het niveau van de cursus is overigens lang niet zo hoog als in Nederland. Ik ga twee drie uur per dag naar school. Dan nog een uurtje huiswerk en klaar is Kees. Drie maal daags train ik. Dat is niks, zeggen ze daar, in Nederland noemen ze het ongelooflijk veel. Dat is eigenlijk ook zo, maar je voelt je heel erg fit en lekker snel.”

Het seizoen begint in september en eindigt half november. “Dan is het over”, vulde Geeris aan, “want dan ligt er bijna tweeëneenhalve meter sneeuw. Is het zo ver dan ga ik eerst een maandje naar Holland, voordat het indoorsoccer start. Weer véél reizen, per bus of met het vliegtuig.” De buitencompetitie is heel populair. Gemiddeld, weet Geeris, komen er 400 à 500 kijkers.

Het gaat er fanatiek aan toe. “Mensen in de VS sporten niet voor hun plezier, maar om te winnen. Ik mag die houding wel. Ik wil altijd de beste zijn. Dat had ik vroeger thuis bij het dammen al. Verloor ik, dan wilde ik net zo lang aan dat bord zitten tot ik de partij won.” Als voetbalster is ze nog steeds in de leer. “Als je een bal mis schiet, houd ik me steeds voor, moet het volgende keer beter. Zo redeneren de Amerikanen. In Holland laten ze het koppie op zo'n moment snel hangen. Kwestie van mentaliteit. Ik ben er óók nog niet, ik wil meer uit mezelf halen.”

Haar avontuur in de VS begon in 1993, nadat de naar talenten speurende Amerikaanse coach mark Krikorian Geeris bij Nederland - Zweden twee keer had zien scoren. De afgestudeerde Cios-studente vroeg de trainer wat hij te bieden had. Een scholarship van 22.000 dollar, was het antwoord. Plus gratis kost en inwoning, een telefoon, de boeken vrij. “Alleen stappen en het vliegticket richting Holland kosten me geld”, lachte Geeris in Rotterdam. Een droom werd waarheid, liet ze daar op volgen. Want fulltime sporten, dat wilde de Noordhollandse uit een grote handbalfamilie haar hele leven al. Op het schoolplein voetbalde ze altijd al mee, “met een tennisbal”. Ze deed aan handbal en waterpolo tot ze via een oom bij vereniging De Spaarnestad ballen ging trappen. Op haar zestiende stond ze in het eerste. En in Jong Oranje.

Spaarnestad speelde niet op het hoogste niveau. Dus verhuisde ze naar Ter Leede. Vier seizoenen bleef ze. Vervolgens ging ze de vlinders achterna, want de avonturierster huldigde het standpunt dat alleen het beste goed genoeg voor haar is. En de VS vormen het walhalla van het vrouwenvoetbal. De ploeg van het land is immers zowel wereld- als olympisch kampioen en de populariteit van het spel neemt volgens de Nederlandse ook door het recente WK enorm toe.

Hoeveel speelsters Amerika precies telt, zei ze niet te weten. Maar het doet er ook niet zo veel toe, liet ze daar op volgen. En ze verwees naar IJsland, dat welgeteld over duizend georganiseerde speelsters beschikt. Nederland heeft er veertig keer zo veel. “Het gaat niet om kwantiteit”, besloot Geeris. “Mentaliteit, trainingsijver en fanatisme, die dingen zijn veel belangrijker. In de selectie van het Franklin Pearce College speel ik met vier Zweedsen, een Finse, een Engelse en een Canadese. Stuk voor stuk getalenteerde meiden, die de mooiste steekpassjes kunnen geven. Ze zijn veel begaafder dan de Amerikaansen in de groep. Maar die laatsten zijn evenveel waard dank zij hun karakter.”