Bryan Ferry

Bryan Ferry: Mamouna (Virgin TCV 2751).

Het is alsof de tijd negen jaar heeft stilgestaan. Mamouna, de nieuwe cd van Bryan Ferry, is bij eerste beluistering nauwelijks te onderscheiden van Ferry's jaren-tachtig meesterwerk Boys And Girls: dezelfde neusverkouden stem, hetzelfde lage maar stuwende tempo, dezelfde sfeer van luxe, calme et volupté. Ferry heeft de afgelopen tijd last gehad van een writer's block, zegt hij in interviews. Maar hoewel hij zeven jaar lang geen enkele eigen compositie op de plaat zette, heeft zijn stijl zich in de tussentijd niet merkbaar ontwikkeld.

De tien nummers op Mamouna tonen Ferry als de eersteklas crooner die hij sinds de nadagen van Roxy Music is geworden. Ondanks het meespelen van zijn vroegere bandleden Andy Mackay (altsax), Phil Manzanera (gitaar) en Brian Eno (op Mamouna verantwoordelijk voor zogeheten 'swoop treatments' en 'sonic ambience'), blijft Roxy Music-achtige rock 'n' roll of experimenteerzucht achterwege; de nadruk ligt op lome basloopjes, op de naar alle kanten uitzwermende synthesizerklanken, en paradoxaal genoeg op de weggemoffelde woorden in Ferry's vermoeid-zwoele zang. Het maakt Mamouna tot een perfect gestileerde en ietwat gezapige plaat die geen enkele Ferry-fan vervelend kan vinden, maar die de voormalige 'heer van de hitparade' geen groot nieuw publiek zal opleveren.