'Bonden moeten looneis stellen van zes procent'

AMSTERDAM, 26 SEPT. De Nederlandse vakbeweging moet de lonen niet matigen maar juist een looneis van 6 procent stellen, de algemeen verbindend verklaring van cao's moet niet afgeschaft maar versterkt worden, de uitkeringen moeten niet omlaag maar omhoog, prijskartels dienen te worden uitgebannen en de milieueisen moeten zwaarder worden.

Dat zegt prof.dr.A.H. Kleinknecht in zijn oratie die hij vanmiddag uitsprak ter aanvaarding van het ambt van hoogleraar algemene economie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

Volgens Kleinknecht is in het verleden “onder de beschermende paraplu van de loonmatiging te veel zwak, niet-innovatief ondernemerschap in stand gehouden”. Vergeleken met andere hoge-lonenlanden loopt Nederland volgens Kleinknecht systematisch achter op het gebied van produkt-innovatie. Daardoor is volgens de hoogleraar “de aanbodkant van de economie ernstig verzwakt en de betaalbaarheid van de welvaartsstaat in het geding gekomen”.

Recent empirisch onderzoek van Kleinknecht toont aan dat innovatieve bedrijven significant meer (en kwalitatief betere) banen creëren, meer exporteren, winstgevender zijn en betere lonen betalen dan niet-innovatoren. Een expansief loonbeleid zou voor deze bedrijven geen probleem zijn, aldus Kleinknecht, integendeel. “Bij stijgende en neerwaarts starre lonen”, zegt Kleinknecht in zijn oratie, “hebben innovatieve bedrijven meer kans om de niet-innovatoren weg te concurreren, waardoor innovatief ondernemerschap weer aantrekkelijker wordt.”

Door een agressiever loonbeleid van de vakbonden, waarbij de resultaten via algemeen verbindend verklaring door de overheid worden opgelegd aan alle werkgevers in de betreffende bedrijfstak, verbeteren volgens Kleinknecht de gemiddelde kwaliteit van het ondernemerschap, de hoogwaardigheid van het exportpakket, de produktiviteit en de winstgevendheid van het Nederlandse bedrijfsleven. Een hoog niveau van sociale voorzieningen heeft volgens de hoogleraar hetzelfde effect. Hoge uitkeringen moeten worden opgebracht in de vorm van hoge sociale premies.

Pag.11: Hogere lonen leiden tot verbetering produkten

Innovatieve bedrijven hebben daar geen probleem mee, net zomin als ze een probleem hebben met hoge lonen. Volgens Kleinknecht is het dan ook vooral wat hij noemt “de lobby van het niet-innoverende bedrijfsleven” die aandringt op vergaande bezuinigingen op sociale zekerheid. Wat wel eens denigrerend wordt afgedaan als “het ziekenfondssocialisme van Den Uyl - een rijkelijk opgetuigde verzorgingsstaat - heeft volgens Kleinknecht “een positieve, zij het onbedoelde, functie voor de economie”. Zwakke ondernemers die er niet in slagen de hoge sociale lasten van de verzorgingsstaat op te brengen gaan failliet. Hun marktaandelen worden vervolgens ingepikt door de innovatieve ondernemers.

Door loonmatiging, neerwaartse flexibiliteit van de lonen en bezuinigingen op uitkeringen gaan volgens Kleinknecht “veel te weinig zwakke, niet-innovatieve bedrijven failliet”. Het innovatiebeleid van het Ministerie van Economische Zaken wordt volgens de hoogleraar doorkruist door het loonmatigingsbeleid van het departement van sociale zaken.

In een vraaggesprek met deze krant vergelijkt Kleinknecht de Nederlandse economie met de Duitse. Duitse vakbonden stellen volgens Kleinknecht steevast hogere looneisen dan de Nederlandse bonden en zien die vaker te verwezenlijken. Dat heeft ertoe bijgedragen dat de Duitse industrie meer hoogwaardige kennisintensieve produkten exporteert en niet zo kwetsbaar voor concurrentie uit lage-lonen-landen is dan de Nederlandse industrie. “Indien de vakbonden erin zouden slagen om bijvoorbeeld reële loonsverhogingen ergens tussen de 3 en de 6 procent op jaarbasis door te zetten”, zo stelde Kleinknecht vanmiddag, “dan zou dit al veel goed kunnen doen aan de Nederlandse economie”.

Volgens het ministerie van sociale zaken dient een onderscheid te worden gemaakt tussen op export en op binnenlandse vraag gerichte sectoren. In de exportsector is volgens het ministerie inderdaad ruimte voor met name meer winstafhankelijke beloning. De binnenlandse sector (onder andere de bakker op de hoek) daarentegen is volgens Sociale Zaken uitermate kwetsbaar voor loonstijgingen, hoewel het ministerie erkent dat loonstijging behalve tot hogere kosten ook tot meer vraag naar produkten en diensten leidt.