Amerikaanse Matinee-serie begint met Ives

Concert: Radio Symfonie Orkest o.l.v. Kees Bakels met Roberta Alexander (sopraan) en Orkest De Volharding o.l.v. Jurjen Hempel. Programma: werken van Charles Ives, David Lang en Peter-Jan Wagemans. Gehoord: 24/9, Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 15/4, 1995.

Hoewel de Amerikaanse componist Charles Ives al weer enkele decennia geldt als een van de grote vernieuwers van onze eeuw, wordt zijn muziek nog te zelden gespeeld. Het initiatief van de samenstellers van de Matinee op de vrije zaterdag om dit seizoen bijna alle symfonische werken van Ives te programmeren, waaronder de extreem moeilijke Vierde symfonie, valt dan ook niet genoeg te prijzen.

Het eerste concert in de Amerikaanse serie afgelopen zaterdagmiddag in het Amsterdamse Concertgebouw vormde een afspiegeling van de eigengereide wereld van Ives. De stamvader van de Amerikaanse twintigste-eeuwse muziek combineerde in zijn werk dissonante harmonie-en, polyritmische lagen en klankexperimenten met Amerikaanse hymnes, nostalgische volksliederen en letterlijke citaten uit composities van anderen. Niet de krijtlijnen van de conventie interesseerden Ives, maar juist wat daar buiten lag.

Een goede uitvoering van bijvoorbeeld de Ouverture, Browning, opgedragen aan de negentiende-eeuwse Amerikaanse dichter Robert Browning, laat de luisteraar achter in verwarring over de maalstroom van strijkersstemmen en kopermotieven waarin elk houvast lijkt te ontbreken. Het Radio Symfonie Orkest vond onder dirigent Kees Bakels een knap evenwicht tussen precisie en energie. Ook voor de Tweede symfonie, een wat onbeholpen studiestuk uit 1897 dat nog sterk leunt op de Europese traditie waarvan Ives later afstand zou nemen, hield Bakels een even gedreven als verzorgd pleidooi.

Van de meer dan honderdvijftig liederen met pianobegeleiding die Ives schreef, klonken er vijf in een orkestbewerking van John Adams - mooi gezongen door Roberta Alexander, een specialiste in het Ives-repertoire. De liederen ademen een nostalgisch verlangen naar het ongekunstelde landelijke Amerika dat Ives kende uit zijn jeugd. Ze kunnen het eigenlijk niet stellen zonder de piano, zo bleek; de inventieve instrumentatie van Adams voegde te weinig toe aan de originelen. Ook voor William Schuman's bewerking van de vroege orgelcompositie Variations on America gold dat Ives zich het best laat begrijpen in zijn eigen klanktaal.

Als een niet in alle opzichten logische aanvulling op het Ives-programma speelde het orkest De Volharding geleid door Jurjen Hempel de wereldpremière van Fantasie over Erlkönig van Peter-Jan Wagemans en het eveneens dit jaar voltooide Street van David Lang. Wagemans verwijst in de vier episodes waaruit zijn compositie is opgebouwd naar het Schubert-lied over de nachtelijke rit van een vader met zijn stervend kind in de armen. Schubert klinkt bijna nergens letterlijk; Wagemans componeerde zijn variaties als geïsoleerde stopmotion-beelden uit een spookfilm. Dat werkte maar ten dele. De fragmenten waren weliswaar te herleiden, maar misten de spanning die de originele context kenmerkt.

Meer nog dan Wagemans nam Lang afstand van het vertrouwde kordate, ongepolijste geluid van het blaasorkest dat overigens niet altijd even homogeen klonk. In Street blazen de spelers wisselende lange tonen waardoor een telkens van kleur verschietende harmonische stapeling ontstaat die deed denken aan een traag wentelende, zware zeepbel.