Aantal verstrekte leningen door Wereldbank fors lager

ROTTERDAM, 26 SEPT. De Wereldbank heeft in het boekjaar 1994 aanzienlijk minder leningen verstrekt aan ontwikkelingslanden dan in voorgaande jaren. De ontwikkelingslanden hebben zelfs meer geld in de vorm van rente en aflossingen aan de Wereldbank terugbetaald dan ze aan nieuwe leningen hebben ontvangen. Voor drie van de vijf regio's waar de Wereldbank actief is, is sprake van een zogenoemde negatieve kapitaalstroom.

Vergeleken met het boekjaar 1993 is het bedrag aan toegezegde leningen met 16,5 procent gedaald, terwijl de netto kapitaalstroom met 130 procent is gezakt. De Wereldbank keurde het afgelopen jaar een lager bedrag aan leningen goed dan in 1990, terwijl de netto kapitaalstroom voor het eerst in de geschiedenis van de Werelbank negatief is.

Het loket van de Wereldbank voor de armste landen, de International Development Association (IDA), heeft weliswaar een iets lager bedrag aan leningen goedgekeurd dan vorig jaar, maar netto een recordbedrag uitgeleend.

Dit blijkt uit het jaarverslag 1994 van de Wereldbank, dat vandaag voor publikatie is vrijgegeven. Het boekjaar 1994 loopt van 1 juli 1993 tot en met 30 juni 1994. IDA verstrekt leningen tegen zachte voorwaarden aan landen met een jaarinkomen tot 675 dollar per hoofd van de bevolking. De Wereldbank (Internationale bank voor wederopbouw en ontwikkeling) leent tegen marktvoorwaarden aan ontwikkelingslanden.

De daling van het bedrag aan toegezegde leningen verklaart de Wereldbank uit een beleidsverandering na een kritisch intern rapport in 1992, waardoor de nadruk meer ligt op de kwaliteit dan op de kwantiteit van de activiteiten. Een tweede oorzaak is dat ontwikkelingslanden uit Azië en Latijns Amerika, de ex-communistische landen van Oost-Europa en de voormalige Sovjet-Unie dank zij een sterk verbeterd macro-economisch beleid, als gevolg van door de Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds gesteunde hervormingen, betere toegang hebben tot de particuliere kapitaalmarkten. In het kalenderjaar 1993 ging maar liefst 113 miljard dollar netto aan particuliere investeringen naar ontwikkelinglanden, een stijging met ruim 150 procent vergeleken met 1990. Sinds 1990 zijn de particuliere kapitaalstromen naar ontwikkelingslanden groter dan het totale bedrag dat aan ontwikkelingshulp (via multilaterale banken en bilaterale hulp) beschikbaar is.

De Wereldbank keurde in het boekjaar 1994 voor 14,2 miljard dollar aan leningen goed, tegenover 17 miljard in 1993 en 15,2 miljard in 1990. IDA keurde in het boekjaar 1994 voor 6,6 miljard aan nieuwe leningen goed, vergeleken met 6,7 miljard in 1993 en 5,5 miljard in 1990. De netto kapitaalstroom, waarbij kredieten en terugbetalingen onderling verrekend zijn, toont aan dat de Wereldbank in boekjaar 1994 731 miljoen dollar méér ontving dan de Bank uitleende, vergeleken met een netto uitstroom van 2,3 miljard in 1993 en 5,7 miljard in 1990. IDA had een positieve netto kapitaalstroom van 5,1 miljard in 1994, 4,6 miljard in 1993 en 3,7 miljard in 1990.

Latijns Amerika en de Cariben maakten netto 4,4 miljard dollar meer over aan de Wereldbank in de vorm van rente en aflossingen dan ze aan nieuwe leningen ontvingen. Voor Oost-Azië bedroeg de negatieve kapitaalstroom 503 miljoen, voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika 638 miljoen dollar. Naar de regio Oost-Europa en centraal-Azië ging (dank zij grote leningen aan de ex-communistische landen) netto een positief bedrag van slechts 14 miljoen dollar, terwijl Afrika netto 1,2 miljard dollar ontving. Maar ook in Afrika waren grote landen zoals Nigeria en Ivoorkust netto betalers aan de Wereldbank. Deze cijfers betreffen de activiteiten van IDA en Wereldbank samen.

In het boekjaar 1994 maakte de Wereldbank een winst van 1,05 miljard dollar. China was de grootste afnemer van Wereldbankleningen, gevolgd door Mexico en Rusland. Ook voor IDA was China de grootste cliënt, gevolgd door India en Bangladesh. Zeven landen (Irak, Liberia, Soedan, Syrië, Zaire, Servië en Bosnië-Herzegovina) hadden aan het einde van het boekjaar 1994 een achterstand van meer dan zes maanden bij de aflossingen van uitstaande leningen voor een totaalbedrag van 1,6 miljard dollar aan de Wereldbank.